Gemeen­teraad juni 2013


26 juni 2013

8.2 Stadstoezicht

Uit de stukken is duidelijk geworden dat de financiële tekorten van Stadstoezicht voor een groot deel samenhangen met een gebrek aan mankracht om bonnen uit te schrijven. Met minder capaciteit moesten er evenveel binnen komen en dat lukte niet. Tot verrassing van veel hondeneigenaren overigens, die in grote getale bezwaar hebben aangetekend omdat ze het idee hadden de gehele gemeentelijke begroting op te moeten brengen. Wij zullen na de vakantie met een kleine notitie komen betreffende de vraag: is het goed dat de begroting van gemeentelijke diensten voor een groot deel bestaan uit bestuurlijke dan wel strafbeschikkingen Wet Mulder, zodat de gemeente in financiële problemen zou komen indien de burger zich aan de wet zou houden? Het leidt ook tot suggestieve aannames inzake het in de ogen van sommigen erg op bonnen gerichte optreden van BOA’s.

Een recente ingezonden brief is daar een voorbeeld van, hier wordt gesuggereerd dat BOA’s de neiging hebben mensen te bekeuren die makkelijk te bekeuren zijn omdat de bsb (bestuurlijke strafbeschikking) een begrotingsinstrument is, maar dat ze niet degenen bekeuren die problemen en overlast veroorzaken, ook omdat BOA’s, net zoals stadswachten, minder opleiding en instrumenten hebben om met echte overlastgevers om te gaan.

Een volledig integrale handhaving is niet gelukt. De Partij voor de Dieren wil daarom meer inzetten op specialistische en gerichte inzet. Omdat BOA’s een veel beperktere opleiding hebben dan de politie, zijn zij volgens sommigen niet in staat een genuanceerde afweging te maken. Het is voor ons de vraag of BOA’s een verantwoord en geschikt alternatief voor de politie kunnen zijn. Regels worden enkel omwille van de regels gehandhaafd, het daadwerkelijk veroorzaken van overlast speelt geen rol.

Ook zijn wij van mening dat een onevenredig groot deel van de bsb’s bij hondeneigenaren terecht komt, wij hebben dit in de commissie duidelijk gemaakt met behulp van cijfers. We zullen dat nu niet weer doen, maar houden dit voor de toekomst wel in de gaten.

8.4 Vaststellen bestemmingsplannen

De Partij voor de Dieren houdt in deze raad geregeld een pleidooi voor het behoud van groen in de stad, niet alleen voor dieren, die gezien de intensivering van de landbouw op het platteland, steeds meer naar de stad toetrekken, zoals de scholekster, maar ook voor mensen. Talloos zijn recente wetenschappelijke artikelen en beleidsstukken waarin de waarde van vitamine g, groen, worden besproken. Goed voor hart- en bloedvaten, tegen stress, tegen adhd, om nog maar te zwijgen over de rol van groen in de stad voor klimaatcontrole, fijnstofopname en afwatering. Afijn, mensen hebben licht, lucht en groen nodig in de stad. Daarom zijn wij niet tevreden met de bescherming van open stukjes, binnengroentjes en binnenpleintjes, zoals die nu geborgd zijn in het bestemmingsplan Noorderplantsoen. Er is een vierdeling gemaakt, in gemeentelijk, semi-openbaar, privé groen met bestemming Tuin en andere achtererven. Voor deze andere achtererven bestaat nu geen bescherming meer, in tegenstelling tot in het oudebestemmingsplan. In het gebied tussen Boterdiep en Nieuwe Ebbingestraat is veel bebouwe, maar er zijn ook veel plannen afgewezen vanwege de bescherming van de voormalige 10 m regel. Het college kon nadere eisen stellen in het kader van het woon- en leefklimaat. Dat afwegingskader is nu verdwenen. Waarom wordt er in een conserverend bestemmingsplan dat het moet hebben van bestaande kwaliteiten nu allerlei onwenselijks mogelijk gemaakt? Waarom redeneren op vermeende mogelijkheden uit het verleden? Vergunningen die al verleend zijn en gebouwen die al gebouwd zijn hebben geen last als we nu besluiten om wat nog onbebouwd is te beschermen.

De Partij voor de Dieren wil graag een regel in het bestemmingsplan, een afwegingskader, om lucht, licht, groen en privacy te beschermen.

Daar hebben wij de volgende motie voor.

Megastallen

De steeds verdergaande intensivering en schaalvergroting binnen de landbouw leidt tot aantasting van milieu en dierenwelzijn terwijl het maatschappelijk draagvlak voor dergelijke agrarische activiteiten aan het afkalven is. Ook de volksgezondheid loopt risico’s. In het DvhN stond afgelopen zaterdag nog te lezen dat megastallen in het Duitse grensgebied worden verboden. Middels schriftelijke vragen vroegen wij het college een kritische houding aan te nemen jegens Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (GS) inzake dit dossier, naar aanleiding van hun ons insziens misleidende reactie op het advies van de Gezondheidsraad dat eind 2012 verscheen, Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen.

Kern van het advies van de Gezondheidsraad is dat er te weinig onderzoek is gedaan naar gezondheidsrisico’s en veehouderij om op basis daarvan uitspraken te kunnen doen over een gewenste afstand tussen woningen en veehouderijen. In de aanbiedingsbrief van het advies stelt professor van Gool, voorzitter van de voor dit advies geformeerde commissie, het als volgt: “…Vanuit ditzelfde perspectief is er echter ook behoefte aan aanvullend onderzoek om de grote lancunes in kennis op dit vlak te verkleinen, zeker in ons land, waar mensen en dieren vaak dicht op elkaar leven en waar de volksgezondheid en economische belangen op gespannen voet kunnen staan. Het pleidooi van de commissie voor versterking van de wetenschappelijke basis steun ik dan ook van harte”. )

Tot onze verbazing concludeerden GS niet dat er onvoldoende onderzoek is gedaan, maar dat het feit dat er “nog geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die aanleiding geven om algemeen toepasbare afstandsnormen tussen verschillende soorten veehouderijen en woningen te introduceren”, aanleiding geeft om het “moratorium megastallen” in heroverweging te nemen. Toen de Partij voor de Dieren aan het college vroeg deze foutieve interpretatie van het advies van de Gezondheidsraad bij GS onder de aandacht te brengen, kwam het college met de volgende nietszeggende reactie: “De verantwoordelijkheid voor de wetgeving op dit gebied ligt voornamelijk in handen van het Rijk en de provincie. De uitbreidingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven (via de maatwerkmethode) wordt geregeld in de Provinciale Omgevingsverordening. Hier mogen de Groninger gemeenten niet van afwijken.”

In onze schriftelijke vragen betreffende de eventuele komst van een megastal in de stad en de agendering daarvan in de commissie Beheer en Verkeer, hebben wij onze zorgen geuit over deze ontwikkeling en de voortgaande intensivering van de landbouw, in dit geval van de melkveehouderij, met alle gevolgen vandien voor milieu en dierenwelzijn. Middels een motie willen wij de raad vragen of zij er ook zo over denkt.

Bouwoffensief

Dat de Partij voor de Dieren hier geen groot voorstander van is, vergt misschien toch een klein beetje verheldering. Wij zijn niet automatisch voor economische groei en van oudsher wordt de bouwsector in Nederland vaak gebruikt om deze te stimuleren. Het huidige economische systeem functioneert alleen bij groei, anders krijgen we problemen in termen van werkloosheid, begrotingstekorten, of problemen in de sociale zekerheid. Het gevolg hiervan is een enorme overproductie van zaken die we niet nodig hebben, maar die toch vraag en afzet creëren en een steeds grotere ecologische crisis veroorzaken. Denk maar aan de plastic soep in de oceanen. Inderdaad, het is een flinke stap van het Groningse bouwoffensief naar de maaginhoud van de Noordse Stern, maar het is tijd dat we met z’n allen de juiste verbanden gaan leggen. En niet meer korte termijn problemen tackelen, maar bezig gaan met lange termijn oplossingen. Is echt alles gedaan om zoveel mogelijk leegstaande gebouwen voor hergebruik geschikt te maken? Wij zijn daar nog niet van overtuigd.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer