Nota ruim­te­lijke kwaliteit


4 juni 2013

Dankuwel voorzitter. Ik zal eerst iets over het belang van groen in een stad zeggen, daarna wat algemene opmerkingen maken, ook naar aanleiding van de agenderingssessie van 21 juni 2012 ten behoeve van deze nota.

Wij zijn verbaasd dat er in deze nota helemaal niet over groen wordt gesproken. Want als je het hebt over een nota ruimtelijke kwaliteit, dan kun je toch niet om groen en natuur heen! Hoe houden we de stad zo groen mogelijk? Dat is voor ons het belangrijkste thema van de toekomstige nota RK.

Om dit kracht bij te zetten wil ik eerst even verwijzen naar oratie van Agnes van den Berg, die eind 2012 is gepromoveerd op de positieve effecten van natuur en gezondheid en het welzijn van mensen. Overtuigend aangetoond zijn op dit moment de positieve effecten van natuur op het herstel van stress en aandachtmoeheid. ADHD wordt ook wel eens een natuurtekortstoornis genoemd. Een verrassende bevinding in haar onderzoek is het feit dat mensen niet de natuur in hoeven om er beter van te worden, alleen het kijken naar natuur vanuit een raam heeft al meetbare psychische en fysiologische effecten.

Dat het ernst is met die relatie tussen gezondheid en natuur blijkt ook uit de oproep eind oktober van bestuurders uit de gezondheidssector (GGD Nederland, Menzis, Trimbos instituur en anderen) aan het kabinet om meer te investeren in groen. Ze stelden: investeren in groen is een goed middel om de arbeidsproductiviteit en de gezondheid van de Nederlandse bevolking op peil te houden.

Gezondheid wordt niet door artsen gemaakt, maar door de manier waarop we onze samenleving met elkaar inrichten. Het scheppen van een gezonde omgeving zet veel meer zoden aan de dijk dan allerlei voorlichting en zorg.

Er zijn ook nog die directe verbanden tussen groen en gezondheid: de opname van fijnstof, het feit dat veel groen de stad koeler maakt. En dan is er natuurlijk nog de wateropname capaciteit van stukjes groen bij heftige regenbuien. Vertaald naar onze situatie: we moeten de stad zo groen mogelijk maken.

De stad heeft tegenwoordige ook een belangrijke rol voor het dierenleven. De oude tegenstelling waarbij het platteland voor natuur stond en de stad voor mens en bebouwing gaat niet meer op. Juist de agrarische monoculturen zijn een ramp voor het dierenleven, dat steeds meer de kant van de stad opzoekt. Zo zijn er steeds meer scholeksters in de stad te vinden.

Een paar ideeën: stel een bepaald deel van het oppervlak van het dak en de muur als groen verplicht. Voer een voorkeursbeleid voor architecten die groen integreren in hun gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Louis le Roy, die wil dat natuur en cultuur elkaar kunnen versterken. Houd de binnengroentjes, de binnenpleintjes groen. Deze geven lucht en ruimte aan de stad, letterlijk, door het hier vaak aanwezige groen en zijn stepping stones voor dieren, die via deze belangrijke binnengroentjes van het ene ecologische gebiedje naar het andere kunnen. Om een voortplantingspartner te vinden bijvoorbeeld. Moet je doorgaan met de intense stad? Ja, maar wel zo dat er geen groen meer verloren gaat. Dat kan door meer de hoogte in te gaan.

Enkele algemene opmerkingen. Er is een steeds luidere roep om minder regelgeving en initiatieven komen vanuit het veld, lezen we ook in het verslag van de agenderingssessie van 21 juni 2012, ook al ten behoeve van deze nota. Dat komt ook wel wat naar voren in de collegebrief over welstand, waaruit duidelijk wordt dat bouwen een steeds individueler aangelegenheid wordt. Wij willen zoveel mogelijk zeggenschap in deze bij de burgers neerleggen, maar denken dat het college er inderdaad goed aan doet nog steeds een rol toe te kennen aan bouwdeskundigen. In het verslag van die agenderingssessie wordt door onder andere Karin Laglas gezegd dat de focus op bewonersparticipatie in de jaren ’80 niet louter tot moois heeft geleid. Ook benadrukt zij het feit dat wij gewend zijn te denken in termen van nieuwbouw, maar dat we moeten leren te denken in termen van de werkelijke behoefte. Kijk of de behoefte in te passen is in het bestaande. Dat is een manier van denken waar wij ons helemaal in kunnen vinden. En leer om alles dat groen is als asset te zien, als uitgangspunt, als basis, in plaats van als hinderlijk. Blijf bezig met de stad als laboratorium, daar sluiten we ons ook bij aan.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer