Gemeen­teraad kiest voor ontmoe­di­gings­beleid ballonnen


24 april 2013

De gemeenteraad heeft vanavond met overgrote meerderheid een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen een ontmoedigingsbeleid te hanteren inzake het oplaten van ballonnen. Opgelaten ballonnen komen namelijk in het milieu en in de zee terecht waardoor veel dieren sterven.

Gerjan Kelder, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, is verheugd dat de raad zo enthousiast reageerde. Kelder: “Ook Jan Seton, onze wethouder van duurzaamheid, sprak zich uit voor de motie. Hij refereerde aan wat je tegenwoordig allemaal in de maag van meeuwen aantreft en dat je daar echt niet blij van wordt”. Vogels, dolfijnen, schildpadden en andere dieren zien stukjes plastic, rubber en latex aan voor voedsel, waardoor hun magen dichtslibben en ze verhongeren. Dieren krijgen zo ook giftige metalen binnen die zich hechten aan kleine stukjes plastic.

Tijdens evenementen worden soms tienduizenden ballonnen tegelijk opgelaten. Eénmaal tot afval verworden, vallen ballonnen in kleine stukjes uiteen. Stichting De Noordzee telt vier keer per jaar het afval op vier (afgelegen) stranden langs de Nederlandse kust. Sinds 2005 is de hoeveelheid afval van ballonnen sterk toegenomen. Per strand werden in 2011 maar liefst 23 ballonnen per 100 meter geteld.

Plastic afval in de zee is een enorm probleem. Per dag komt 12000 ton plastic in de zee. Door de degradatie en fragmentatie van plastics tot kleine deeltjes verandert al ons zeewater in een wereldwijde soep van microplastics, ‘Global Plastic’ of ‘Plastic Soep’ genoemd. Ook komen er toxische stoffen uit de plastics vrij. Allerlei dieren die in of van de zee leven en zelfs het kleine zoöplankton zien plastic afval en microplastics voor voedsel aan. Hiermee dringt het vaak giftige afval onze voedselketen binnen.