Armoe­de­beleid en Uitvoe­ringsplan Vernieuwing Sociaal Domein


11 juni 2014

Armoedebeleid

Heel mooi dat het college het armoedebeleid gaat intensiveren. Dat heeft onze Stad nodig.

Een paar vragen.

1. Meerdere keren wordt gezegd dat het college geen extra middelen gaat uitgeven omdat we het hebben, niet uitgeven om het uitgeven, alleen als het op lange termijn werkt, en meer dergelijke formuleringen.

Het stuk geeft echter bewust geen inzicht in wat de financiële impulsen in genoemde projecten zullen kosten.Tegelijkertijd wordt 1,235 miljoen euro aan extra rijksmiddelen voor 2014 gereserveerd voor armoedebestrijding.

Hoe moeten we beide rijmen? Gaat het college projecten steunen totdat het geld op is?

2. Expliciet wordt gezegd dat het colllege alleen zaken wil doen die op de lange termijn werken. En dat is toch wat lastig met een incidentiële financiële impuls.

Bij sommige projecten lijkt dat ok te zijn. Voorbeeld: ‘Van Talent naar Werk’ leidt coaches op die klanten gaan ondersteunen. Als dat werkt hebben we niet alleen in 2014 iets aan dat project, maar ook in de jaren daarna.

Er zijn ook voorbeelden waar het de verbeteringen niet structureel lijken te zijn: ‘Dress-for-success’ is mooi voor de mensen die daar in 2014 gebruik van kunnen maken, maar voor de mensen daarna levert het niets op. Een ander voorbeeld: het opzetten van gezonde schoollunches. Dat werkt voor 2014, maar wat voor de jaren daarna wanneer er geen extra geld beschikbaar is?

Vraag: gaat u de te ondersteunen projecten nog tegen het licht houden of het ze daadwerkelijk het armoedeprobleem structureel verbeteren?

3. Een tweede vraag over de gezonde schoollunches. Het is zeker een probleem dat kinderen geen of te weinig of ongezond eten meekrijgen van thuis.

Vindt het college dat het de taak is van de school om dan in eten te voorzien?Is het niet verstandiger om het aan de bron aan te pakken? Of zouden het bij de wortel moeten aanpakken?

Met de ouders te spreken en te onderzoeken hoe het komt dat hun kinderen geen goed eten krijgen? Is dat niet een betere optie als we het structureel willen verbeteren?

4. Hoe bepalen we, controleren we of het werkt? Het is fantastisch dat we het geld hebben, maar we moeten wel weten dat het werkt.

Wethouder

ad1. Onduidelijk antwoord. Lijkt er wel op. Er is geen financiële verdeling.

ad2. Beweert dat het college in staat is om een consistente lijn vol te houden in de jaren na 2014. Het is me onduidelijk hoe.

ad3. Geen reactie.

ad4. Verwijst naar Armoedemonitor volgend voorjaar.

Gaat naar de Raad van 2 juli.

AWBZ

Conform naar de raad.

Uitvoeringsplan Vernieuwing Sociaal Domein

Aangesloten bij de vragen van Student & Stad. In aanvulling daarop:

1. In het schema op p12 wordt aangegeven dat er geld gaat worden verschoven van de hogere clusters naar de lagere. Maar het is niet zeker dat het gaat lukken om voldoende klanten op de lagere niveaus te helpen. Wat gaat er gebeuren als niet voldoende blijkt te voorkomen te zijn en te veel jeugdigen (‘te veel’ gemeten naar financiële maatstaven) zorg uit de hogere clusters blijkt nodig te hebben? Is er een plan B?

2. Er zijn drie bekostigingsvormen: functiegerichte bekostiging, productbekostiging en populatiebekostiging. In productbekostiging wordt er betaald per geleverde dienst. Daarin zit een perverse prikkel om meer dan nodig te leveren - immers, dat levert dat de zorgverlener inkomsten op. In het stuk wordt dit expansierisico genoemd. (Het is maar net welke ambtelijke tekst je leest.)

Nu is alles productbekostiging. In de tabel op p16 over de bekostiging van de verschillende activiteitenclusters is bij op een na alle clusters nog steeds voor productbekostiging gekozen, meestal gecombineerd met populatiebekostiging.

Waarom is daar voor gekozen? En is het nog mogelijk om te kiezen voor functiegerichte bekostiging, zodat de zorgverleners worden betaald voor de klus, in plaats van voor elke afzonderlijke dienst? Zodat die perverse (en dure) prikkel niet aanwezig is?

3. In het Gronings Functioneel Model wordt er in de eerste laag ‘positieve krachten vanuit de directe omgeving van het gezin gemobiliseerd’, in de sociale teams. Hoe zit het met de privacy? Bij beroepskrachten is er een geheimhouding, maar hoe zit dat met vrijwilligers. En de ‘positieve krachten vanuit de directe omgeving?’

Wethouder.

ad1. Plan B is de continuïteit - als onderdelen niet lukken, dan is er de continuïteit.

ad2. Verwijzing naar nota Met elkaar voor elkaar die al door de raad is.

ad3. We houden aan de regels omtrent privacy.

B4. EnTranCe.

Laat het duidelijk zijn dat het een goede zaak is dat er geïnvesteerd wordt in de tranisitie naar duurzame energie. Maar deze wijze is erg eigenaardig en niet-transparant. Naar de memo van de griffie is het budgetrecht van de raad geschonden. Aangesloten bij de kritische vragen van de commissie over het hoe.

Wethouder.

We hadden het presidium moeten inlichten, maar we hebben het niet gedaan.

Het levert 5 miljoen op die we niet zouden hebben als we die 1.5 miljoen niet hadden gekregen.Dus de jure is het budgetrecht geschonden, de facto levert het een potje op van 5 miljoen en levert het dus 5-1.5 = 3.5 miljoen op.

De 1.5 miljoen is investering in een publiek belang. De grondprijs van 5 miljoen is marktconform.

Formeel kunnen we nog nee zeggen, maar dat levert het een groot probleem op met de Hanzehogeschool. Het kon nu niet anders.

Als eenminuutsinterventie naar de raad.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer