Tijde­lijke bestemming op natuur op braak­lig­gende terreinen


6 maart 2013

Recentelijk werd onder andere het Meerjaren Uitvoeringsprogramma Structuurvisie (MUST) besproken. Tijdens die discussie bracht de Partij voor de Dieren het onderwerp Tijdelijke Natuur in, waar de Stadspartij destijds op reageerde. Het college heeft naar aanleiding hiervan een brief verstuurd en wij zijn blij dat de Stadspartij deze brief en daarmee dit interessante onderwerp heeft geagendeerd.

In de brief staat dat de regeling Tijdelijke Natuur in het kader van de Flora- en Faunawet in 2010 is ingevoerd om de barrièrewerking die de wet veroorzaakt door een (te) strikte bescherming wat te verzachten. Wat wordt hiermee bedoeld: mensen zijn zo bang dat beschermde dieren zich vestigen op hun braakliggende terreinen waardoor ze deze op het moment dat ze dat zouden willen, niet meer zouden mogen ontwikkelen, dat ze bijvoorbeeld preventief gif gaan spuiten of alles dat groen is gaan weghalen zodat er geen vogel meer kan broeden. Dat is in niemands belang. Via de Tijdelijke Natuur procedure kan er een ontheffing aangevraagd worden voor het op termijn verwijderen/ verstoren van beschermde soorten in de tijdelijkheid verschenen zijn. Er moeten dan echter wel van tevoren specifieke natuurdoelen worden aangewezen en het vraagt om een behoorlijke maat, zoals die van Meerstad, zoals het college zelf in zijn brief van 22 januari betoogt.

Op dit moment liggen in heel Nederland duizenden hectares grond braak, die zijn aangekocht voor onder meer woningbouw, wegen en bedrijventerreinen. Hoewel de bestemming dus vastligt, gebeurt er als gevolg van de economische crisis vaak jarenlang niets mee. Als ze in de tussentijd ter beschikking worden gesteld aan de natuur, kan zich tijdelijk een spectaculaire ontwikkeling van flora en fauna voordoen. De regeling Tijdelijke Natuur kan dit op een voor grondeigenaren acceptabele manier mogelijk maken. Vooral doortrekkende en overwinterende vogels kunnen hier heel erg van profiteren en later weer naar een ander gebied vertrekken. Hetzelfde geldt voor planten: hun zaden verspreiden zich gemakkelijk naar andere gebieden.

Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van de teruggang van de biodiversiteit in ons land. Niet alleen het totale aantal dieren- en plantensoorten kan dankzij tijdelijke natuur toenemen, ook de populaties van sommige soorten kunnen daardoor groeien. Tijdelijke natuur biedt dus zowel beschermde als niet-beschermde dieren en planten extra kansen. Bovendien kunnen dergelijke gebieden ook heel aantrekkelijk zijn voor mensen om er doorheen te struinen, in te spelen of te wandelen.

De Partij voor de Dieren is dan ook een voorstander voor Tijdelijke Natuur. Desondanks moet er natuurlijk zeer voorzichtig worden omgesprongen met de dieren en planten die aanwezig zijn in een gebied wanneer dit verder wordt ontwikkeld. Het spreekt voor zich dat als je op een bepaald moment weet: nu gaan we verder met ontwikkelen, dat je dan zo snel mogelijk onderzoekt welke dieren er leven en hoe je die zo goed mogelijk kunt verplaatsen, indien nodig.

De stadspartij heeft het over de apicultuur en wij moesten het ook even opzoeken: “ het houden van bijen in kasten om zo de honing en was te kunnen verzamelen. En om gewassen (vooral fruit) te bestuiven.” Het tweede zoekresultaat wat we kregen leverde de volgende wijsheid op: als de bij van het aardoppervlak verdwijnt, zal de mens na vier jaar volgen. Dit omdat er dan geen gewassen meer groeien omdat de bij niet meer kan bestuiven.

De Partij voor de Dieren heeft niet automatisch iets met imkers, die dol zijn op zoetigheid die de bij voor zich zelf bij elkaar heeft gescharreld, maar wel met bijen, met biodiversiteit en met voedselzekerheid. Maar meer nog dan honingbijen die door imkers zijn gekweekt, zijn het wilde insecten die de landbouwgewassen op de meest effectieve manier bestuiven. Dat concludeert het wetenschappelijk tijdschrift Science uit een grootschalig onderzoek dat pleit voor een herziening van het huidige intensieve landbouwmodel, gericht op meer biodiversiteit. [1]Wilde bijen, vliegen, vlinders en kevers zijn minstens zo belangrijk. Deze dieren leven aan de rand van bossen en wouden, in heggen of op graslanden, gebieden die steeds meer onder druk komen te staan door een intensieve vorm van landbouw. Zo hebben we in Nederland nog maar zo’n 18% over van de soorten flora en fauna die we honderd jaarr geleden nog hadden, als gevolg van de intensieve landbouw. Het gebruik van pesticiden zorgt ervoor dat er steeds minder insecten komen, zodat er ook steeds minder bestuivers komen. De paradox van ons huidige landbouwmodel. Dat kunnen we in Groningen niet allemaal gelijk veranderen, maar we kunnen wel, tot onbepaalde tijd, een groot braakliggend terrein zo gaan inrichten dat zich hier veel wilde insecten kunnen ontwikkelen.

Om bovengenoemde redenen willen wij graag voorstellen dat het college een onderzoek laat doen naar de voorwaarden onder welke Tijdelijke Natuur in Meerstad mogelijk zou zijn. Daar is het groot genoeg, het is al aardig groen en bovendien betekent het positieve reclame voor het gebied als er bijvoorbeeld mooie bloemenweides verschijnen.

[1] http://www.vilt.be/Wilde_insecten_onmisbaar_voor_productieve_landbouw

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer