Cie Onderwijs en Welzijn, Psycho­so­ciale gezondheid en zelf­doding


6 februari 2013

Ten eerste dank aan GL voor het agenderen van deze belangrijke onderwerpen en verder complimenten voor de heldere feitenbladen.

Als we een personae zouden maken van een jongere met psychosociale problemen, kunnen we deze omschrijven als een veertien jarige jongen, die naar het VMBO gaat, woont bij zijn depressieve moeder en van oorsprong uit Paraguay komt. Zo simpel is het in de praktijk natuurlijk niet. Hoewel we een goed beeld krijgen van de problemen van jongeren via dit feitenblad, is het belangrijk om te veel focus te voorkomen.

Eenzaamheid is een belangrijk thema voor het welzijn van mensen. En buiten dat, is het meer dan ooit weer van belang dat we als maatschappij meer samen gaan doen. Even de hond van de buurvrouw met het gebroken been uitlaten, of de Turkse buurman helpen m et het plegen van een telefoontje naar een Nederlandse instantie… De hoop is gevestigd op mantelzorg en vrijwilligerswerk: op het saamhorigheidsgevoel van de burgers. We vinden het dan ook een goed idee van GL om een aanvalsplan te maken en eenzaamheid prioriteit te geven. Rondetafelgesprekken kunnen hierin een goed hulpmiddel zijn. Betrokkenheid bij een kerkelijke gemeenschap wordt in het feitenblad genoemd als beschermende factor tegen suïcide. Dit geldt ook andere activiteiten waar sociale betrokkenheid bij komt kijken, zoals een teamsport. De accenten op tijdig signaleren en samenwerkende organisaties, zijn accenten die wij ook zouden willen aanbrengen in deze casus. Het is nu eenmaal zo, dat de aanloop tot suïcide niet een vast patroon volgt en daarom is inzicht in de belevingswereld van de persoon essentieel om suïcide te kunnen voorkomen en de persoon te helpen om weer zin in het leven te krijgen.

Dat in de collegebrief over de psychosociale gezondheid van jongeren vroegsignalering en het betrekken van ouders genoemd worden, stemmen ons positief. Ouders geven bijvoorbeeld zelf al in onderzoeken aan graag meer hulp in de opvoeding van hun kinderen te krijgen. Vroegsignalering vinden we al terug bij het consultatiebureau en peuterspeelzalen. De vve is bijvoorbeeld een goed middel om jonge kinderen naar gezond gedrag te begeleiden.

Wat heel duidelijk in het feitenblad naar voren komt, is de vicieuze cirkel die ontstaat bij families met psychosociale problemen. Er is sprake van een zekere niet genetische erfelijke belasting, doordat bijvoorbeeld ouders met problemen, minder zorg aan de opvoeding van hun kroost besteden. Ook pesten komt duidelijk voor. Een gepest kind krijgt levenslang van de pester. Pesten is een grote oorzaak voor problemen bij jongeren; zowel bij de gepeste kinderen als bij de pesters. Actieve pesters zijn vaak ook betrokken bij delinquenten. Als we de cijfers omrekenen, worden in een gemiddelde schoolklas vier kinderen gepest! Dat is véél. Prioriteren binnen de LEA vinden wij dan ook een goede zaak. Versterken van het schoolmaatschappelijk werk kan zeker een oplossing zijn, maar het lijkt ons geen slecht plan om eerst eens verder te inventariseren naar degelijke oplossingen en wat andere partijen momenteel al doen, om zo het pesten op een integrale manier aan te pakken. Ook zijn er projecten die breder werken dan alleen pesten op school, zoals het Marietje Kesselproject, waarbij de algehele weerbaarheid van kinderen vergroot wordt.

Een aanbeveling is ook, om te investeren in de leefomgeving. Diverse onderzoeken tonen aan dat psychische problemen, zoals angststoornissen en depressies, verminderen bij mensen die in een groene omgeving wonen. Het lijkt ons daarom goed om deze problematiek integraal te bekijken.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer