Infor­matie ontwik­keling vernieuwing sociaal domein


18 maart 2013

Allereerst dank voor deze informatie rondom de veranderingen op het sociaal domein. Als we het overzicht zien van de impact op de verschillende voorzieningen, zoals de WMO, dan is dat wel schrikken. Met de bezuiniging op thuiszorg, wordt het erg moeilijk om zelfredzaam te blijven en dat terwijl mensen juist langer thuis moeten blijven. Schrijnende zaken, maar geen gemeentepolitiek, dus daar zal ik verder niet over uitwijden. Het eist in ieder geval creativiteit van de gemeente om deze keldering in middelen zo min mogelijk ten koste van de uitvoering te laten gaan. Signalen hierover afgeven aan het rijk, al dan niet via het VNG, vinden wij een goede keuze van het College. Maar het vergt van de gemeente ook een behoorlijke extra taak, om mensen die eigenlijk niet thuis kunnen wonen, wel thuis te laten wonen. Hoe de Wethouder tegen deze taak aan? Is ons ambtelijk apparaat hierop ingesteld? Temeer omdat VNG onlangs publiceerde dat veel gemeenten onvoldoende voorbereid zijn op de decentralisaties. We krijgen tevens een groot risico bij het verdelen van het budget. Een risico wat van het rijk naar gemeentes geschoven wordt. Omdat we er als gemeente nieuw in staan, is het moeilijk de budgetten zo te verdelen dat de maatschappij sterk en gezond blijft en er niet een te sterk accent op het één komt, waardoor het ander geen uitvoer kan vinden door gebrek aan middelen. Dit is een onderdeel van de decentralisaties, wat ons als PvdD erg bezig houdt.

Ik citeer uit de collegebrief ‘We grijpen de decentralisaties aan om vernieuwingen in het sociaal domein en de zorg door te voeren.’Dat is dan op zich een goede ontwikkeling. ‘Daarmee ‘, vervolgt het stuk, ‘ kunnen we perverse prikkels opheffen.’ Wat zijn hierin perverse prikkels, vragen wij ons af?

In de overgangsperiode wordt er gelet op het borgen van hulp aan kinderen en aansluiting in de keten. Dat is een goede zaak en het Platform Jeugd zal daar ongetwijfeld bij helpen. Van schoolbesturen gaat meer professie en tijd gevraagd worden, via het passend onderwijs. Gelukkig is er goed overleg tussen de gemeente en het onderwijsveld over de uitvoering van de nieuwe wetten.

Over enkele maanden moet de ophoping van beleidsmaatregelen bij doelgroepen inzichtelijk zijn, dankzij de Monitor Stapelingseffecten. Hoe worden wij hierover ingelicht?

De hele decentralisaties kenmerken zich tot nog toe door onzekerheden, iets wat in het volgend te behandelen stuk ook weer duidelijk wordt. Aan het eind van de collegebrief lezen we: ‘we gaan deze uitdaging aan met als doel: een sociale stad waarin iedereen naar vermogen mee kan doen en waarin niemand aan de kant hoeft te staan’. Hier kunnen wij als PvdD in ieder geval volledig achter staan.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer