Woord­voering Onderwijs & Welzijn, 13 september


13 september 2017

B.1. Financiering bed-bad-brood, juli tot en met oktober 2017 (raadsvoorstel) + informatie over verblijf in de bed-bad-brood-voorziening (collegebrief)
We willen het college bedanken voor deze duidelijke informatie. Informatie die, volgens ons, de noodzaak van deze mooie voorziening nogmaals onderstreept.

INLIA checkt voorliggende voorzieningen, mensen die nog een procedure hebben lopen verblijven daardoor dus rechtmatig in Nederland, zonder dat zij in aanmerking komen voor opvang door het Rijk. Wij zien dus, net als het college, niet in op welke wijze dit kan worden aangemerkt als ondermijnend ten opzicht van het Rijksbeleid. Met het bieden van deze opvang voorkomen wij dat de betrokken mensen op straat terecht komen. Want dat is wel het laatste wat we zouden moeten willen.

De communicatie tussen de BedBadBrood en andere instellingen verloopt ook goed, zo horen wij. We zijn het ook eens met de doorlopende financiering, aangezien in principe nog niks is veranderd in de situatie sinds we hier de vorige keer over spraken.

B.2. Cultuurpijlers (collegebrief)
In een eerdere bespreking over dit onderwerp gaven wij aan bedenkingen te hebben over de werking van de cultuurpijlers in de praktijk. Samenwerking met andere (kleinere) instellingen zou volgens geborgd moeten blijven om de rijke kwaliteit van cultuur in Groningen te bewaken, te bewaren en te vergroten. Vol spanning keken we dan ook uit naar deze collegebrief. Ik haal er in mijn bespreking twee pijlers uit die ons opvielen.

Groninger museum: wij snappen de inzet op De Ploeg en deze waarderen we ook sterk. Het is een belangrijk deel van onze Groningse geschiedenis. Maar naar ons idee mag de inzet in algemene zin veelzijdiger en uitgebreider en we zien niet direct hoe dit vorm krijgt bij de kleinere instellingen die onder deze cultuurpijler vallen. Ook de praktische uitwerking van de museummedewerkers die gaan helpen in andere instellingen is wat ons betreft nogal vaag verwoord en loopt volgens ons niet direct over van constructieve ideeën.

Over de plannen van het NoordNederlandsOrkenst zijn wij enthousiast en we kijken uit naar de uitwerking ervan en ook naar de interdisciplinaire en andere verbindingen.

In het algemeen vinden we het een goede ontwikkeling dat de pijlers elkaar hebben opgezocht en samen een strategie hebben besproken. De plannen die daarin beschreven staan lijken goed bij te kunnen dragen aan het Groningse cultuurklimaat.

B.3. Onderzoek naar toekomst de Oosterpoort en de Stadsschouwburg (collegebrief)
Toen het nieuws over het onderzoek naar de toekomst van de Oosterpoort naar voren kwam, reageerden veel mensen verbaasd en geschokt op het idee van de sloop. Het is ook logisch dat mensen aan dit gebouw gehecht zijn, want Groningers komen hier voor concerten en beleven er goede avonden en creëren mooie herinneringen.

En een dergelijke situatie heeft zich eerder voor gedaan. Ruim voor mijn tijd, dat dan weer wel, in de jaren 60 namelijk. Toen stond de stad ook in rep en roer omdat het cultuurcentrum De Harmonie werd gesloopt.

Met dit in ons achterhoofd vinden we het belangrijk om goed te praten over dit onderwerp en als partij zijn we normaal gesproken geen voorstander van slopen, we bekijken liever hoe gebouwen gerenoveerd en anders ingezet kunnen worden.

En zo komen er, afsluitend, een aantal zaken op die onduidelijk waren, zoals:
– als sloop de beste optie is, waarom dan niet eerder slopen, maar 10 jaar wachten? En als je gaat slopen, is het dan niet raadzaam sociale huurwoningen bouwen op deze plaats als dit de plek is waar nieuwe Oosterpoort terugkomt, gezien het tekort aan deze woningen?

– en wat betreft de eventuele nieuwe locatie voor het cultuurcentrum. Er wordt gesproken over eventueel de zuidzijde van het station. De vraag die dan opkomt is waarom zou het station zuidzijde niet voor overlast voor omwonenden zorgen, terwijl dat hier in de Oosterpoort wel zo is?

Maar, ook al zijn wij geen voorstander van sloop in algemene zin, in dit geval snappen we vooralsnog de beweegredenen van het college wel. Want Groningen verdient een poppodium dat kan concurreren met de grote zalen in dit land. Waardoor mensen naar Groningen komen (of in Groningen blijven) voor concerten, en niet naar Amsterdam gaan. En dan wint nieuwbouw het van geld blijven stoppen in een gebouw wat niet verder mee kan groeien met de ambities die er zijn.

B4. Stand van zaken Canadian Allied Forces Museum (collegebrief)
Dank aan de inspreker.

Gisteren kwam het nieuws in de media dat het museum waarschijnlijk een goed en nieuw onderkomen heeft gevonden, weliswaar binnen de provincie, maar wel buiten de gemeente. Aan de ene kant zijn we blij dat het museum, met al haar rijkdom aan geschiedenis, kan blijven bestaan, maar aan de andere kant zien we het wel als een flinke gemiste kans voor onze gemeente.

De Partij voor de Dieren vindt dat we voorzichtig en respectvol met onze geschiedenis dienen om te gaan. Een geschiedenis die ons bindt aan ons verleden en ook aan elkaar. En zeker wanneer je bedenkt dat het al vrij binnenkort is dat Groningen 75 jaar bevrijd is, dan is de waarde van het betreffende museum zeker groot. En een bemiddeling in kosten door het college was naar ons idee zeker geen gek idee geweest.

Voor de rest kan ik me, afsluitend, aansluiten bij de woordvoeringen van de Stadspartij en de VVD.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer