Woord­voering Onderwijs & Welzijn 8 maart


8 maart 2017

B.1. Voortgang Meerjarenprogramma Sport en Bewegen + De Bewegende Stad projecten 2016-2017 (collegebrieven)
Dank aan de inspreker
In het meerJarenProgramma zien wij duidelijke punten en worden er goede stappen gezet. Ik licht er enkele uit: Net als het college vinden wij een veilig sportklimaat belangrijk, maar wij horen geluiden dat niet iedereen zich altijd even veilig en gerespecteerd voelt. En dat zou absoluut niet mogen voorkomen in onze stad. Goed dat het college er op inzet dit te voorkomen of in ieder geval te verminderen door het organiseren van de inspiratiebijeenkomst en de te organiseren verdiepingsbijeenkomsten.

Gelijk speelveld: wij hebben eerder onze waardering uitgesproken en we kijken uit naar de voortgang en de eerste uitkomsten van de gesprekken hierover.

Bewegende stad: Goede en duidelijke punten en plannen. Over één van de plannen willen we nog wel onze zorgen uiten: Het betreft het plan voor de Mountainbikeroute West Groningen. Het geheel klinkt mooi en met de toegevoegde hindernissen wordt het een uitdagende route. Natuurlijk is een dergelijk terrein voor kinderen ook leuk om te spelen, zoals het college zelf ook terecht aangeeft, maar hiermee komt de veiligheid wel gelijk in het geding. Uit ervaring weten wij dat mountainbiken en andere activiteiten op één en dezelfde route vaak niet goed samengaan. Er zou dus een manier gevonden moeten worden waarbij beide er kunnen zijn en veilig kunnen recreëren.

B.2. Locatieonderzoek watersportbaan en roeisport (collegebrief) + bespreekpunten van VVD en Student en Stad.
Dank aan de inspreker
Er is al veel gezegd, dus ik kan het kort houden. Wij kunnen in het algemeen instemmen met de bespreekpunten van de VVD en Student en Stad waarbij we bij punt 1 extra willen aangeven dat we voor voldoende faciliteiten zijn mits natuur en ecologie niet verstoord worden en bij punt 2, wij zouden de Partij voor de Dieren niet zijn als we zelfs op het onderwerp roeien nog een dierlijk aspect erin kunnen verwerken; wij zijn inderdaad, net als de VVD en Student en Stad vóór een roeivriendelijke wand en als er toch iets aan de wanden zou kunnen gaan veranderen, waarom dan niet gelijk niet alleen roeivriendelijk, maar ook ree-vriendelijk? Regelmatig komen hier reeën te water en kunnen de kant niet meer opkomen en hierdoor verdrinken. Dus wij zijn groot voorstander voor een roei- en reevriendelijke wand en wij zouden het waarderen als de gemeente een actieve rol neemt hiervoor bij overleg met provincie en/of waterschappen.

B.3. Ontwikkelingen rondom kunstgrasvelden (collegebrief)
De uitkomst van het onderzoek van de RIVM naar de risico’s van rubbergranulaat in kunstgrasvelden luidt dat het sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat veilig is. Het college volgt deze lijn en ziet geen aanleiding om maatregelen te nemen. Ondertussen is er discussie gaande over andere infills. Wanneer er een duurzamere infill bekend is waarvan ook de gezondheidsrisico’s bekend zijn, komt het college bij de raad terug. Echter tot die tijd wil het college niet wachten met investeren in de kunstgrasvelden en kiest bij de investeringen van 2017 voor rubbergranulaat, tenzij clubs aangeven dat zij liever de verdere discussie over kunstgras infill willen afwachten. Het college is voornemens om in april met een raadsvoorstel te komen over nieuwe investeringen.

Halverwege 2016 uitten wij al onze zorgen over de kunstgrasvelden en gaven wij, in deze commissie ook aan, dat de schade voor het milieu aanzienlijk groot is. Later werd bekend dat de korrels niet alleen schadelijk zijn voor het milieu, maar ook schadelijk kunnen zijn voor de spelers op de velden. Het RIVM geeft aan dat het sporten op de velden veilig is, terwijl de nieuwe uitzending van Zembla, halverwege februari van dit jaar opnieuw aantoont dat het het wel degelijk schadelijk is. Er is door de VU proefdieronderzoek gedaan, en dat op zich is natuurlijk al enorm schadelijk, onwenselijk en niet nodig, maar wat vervolgens nog vervelender was, was dat de dieren blootgesteld aan de korrels allemaal stierven. Of apart gedrag, hyperactiviteit gingen vertonen.

Het RIVM geeft stellig aan dat het spelen op de velden veilig is, maar wat nou het frapante is, de professoren die het onderzoek zelf hebben uitgevoerd staan te kijken van de stelligheid van het RIVM. Zij geven aan meer te weten en zelfs zij laten hun eigen kleinkinderen niet op de korrels spelen. Alleen al daarom vinden wij dat het college niet zo makkelijk het RIVM kan volgen.

Sport gaat immers om gezondheid en zolang zelfs de wetenschappers die het onderzoek voor het RIVM hebben uitgevoerd niet met stelligheid kunnen zeggen dat het veilig is vinden wij dat wij als gemeente en overheid uit voorzorg zouden moeten reageren. Het vermoeden rijst dat de tijdsdruk voor het RIVM erg hoog, misschien te hoog en hierdoor is het onderzoek niet compleet en volledig.

Bijvoorbeeld: Het RIVM heeft wetenschappelijk onderzoek naar de gevoeligheid bij jonge kinderen niet meegenomen, want er is alleen gekeken naar literatuur met ratten volwassen leeftijd. En dat terwijl bewezen is dat testen met jonge ratten met de betrokken stoffen aanzienlijk meer kankergevallen op oudere leeftijd opleverde.

Daarbij komt ook nog dat de aanwezige stof, het hormoonverstorende Bisfenol A: vooral voor jonge kinderen effect heeft. Wat nou het schokkende in deze situatie is, is dat het RIVM 2 jaar geleden al aangaf dat de normen wat betreft deze stof zouden moeten worden aangescherpt, maar nu in dit rapport hanteert dezelfde RIVM ineens de Europese (veel mildere) norm in plaats van hun eigen norm.

Het RIVM heeft simpelweg in zo’n korte periode niet een volledig onderzoek kunnen neerzetten, Het ‘Europees chemicaliën agentschap’ doet bijvoorbeeld al een jaar lang onderzoek naar de rubbergranulaatkorrels, de resultaten worden deze maand verwacht. Optie: Is het sowieso niet verstandig dit onderzoek ook eerst af te wachten?

Amsterdam geeft aan geen kunstgrasvelden meer erbij te nemen. Wij vinden, dat, zolang er geen echte zekerheid is over de veiligheid, wij als gemeente Groningen dit voorbeeld moeten volgen.

AVONDDEEL:

B.1. Aanbiedingsbrief van de Rekenkamercommissie + rapportage Passend Onderwijs
In oktober vorig jaar uitten wij, via schriftelijke vragen onze zorgen over thuiszittende kinderen.
Het college gaf in de antwoorden toen aan het beeld van thuiszittende kinderen niet te herkennen omdat de invoering passend onderwijs ertoe leidt dat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden meer hun verantwoordelijkheid ten aanzien van thuiszitters oppakken. In dit onderzoek worden redenen aangegeven waardoor het aantal leerlingen dat thuiszit iets is verhoogd. Eén daarvan is verbinding tussen de Wij-teams en de scholen, die nog niet optimaal is. Wat ons betreft mag hier sterk op ingezet worden, zoals dit onderzoek ook aanbeveelt. Daarnaast blijven wij graag goed geïnformeerd over het verloop hierin en de resultaten van aanpak. Dit is ook één van de aanbevelingen, dus die volgen we dan ook graag.

Verder lezen we dat er weinig aandacht is voor monitoring en evaluatie. Dat vinden wij sterk te betreuren en daarin kunnen zeker goede inhaalslagen gemaakt worden om te voorkomen dat dubbel werk gedaan wordt en zaken naast elkaar gaan lopen.

Ten slotte: We kunnen zoals gezegd in het algemeen meegaan in de aanbevelingen, maar willen om wat ik net aangaf nog even stilstaan bij Aanbeveling 2, meer aandacht voor monitoring en evaluatie: dat is duidelijk en belangrijk. Dit zal ook volgens ons resulteren in een lager aantal jongeren in het speciaal onderwijs. In het kader van de vertraging door de vele overleggen en afstemmingen lijkt het ons ook raadzaam duidelijk te krijgen hoe je iets wilt gaan realiseren, dus naast de focus op wát je wilt.

B.2. Inkoop sociaal domein (collegebrief)
Duidelijke brief. Eén opmerking: Goed te horen dat de innovatieateliers sociaal domein zoveel enthousiasme en variatie aan ideeën opleveren.

Wat vreemd is, is dat de innovatie binnen de sector minder ver gaat dan de gemeente beoogt. Wij hopen dat een gebieds-ondersteunings-netwerk inderdaad zal gaan helpen. In het algemeen volgen wij met interesse de ontwikkeling van een gebiedsondersteuningsnetwerk en zijn we benieuwd naar de uitwerking ervan.

B.3. Besteding mantelzorgcomplimentgelden 2017 (collegebrief)
Om te stimuleren dat mantelzorgers hun belangrijke rol kunnen (blijven) vervullen wil het college het huidige mantelzorgbeleid continueren en schetst de inzet en activiteiten voor dit jaar. Hierbij geeft het college inzicht in de beschikbare gelden voor elke activiteit.

Op het eerste gezicht zou je denken, mantelzorg is iets wat je van nature zou moeten doen. Het is immers niet iets algemeens om de mensen om je heen, om wie je geeft, door anderen in andere huizen door vreemden te laten verzorgen. Toch gebeurt dit standaard wel in Nederland (en ook in andere westerse landen). Onze economie en maatschappij lijkt dat helaas haast op te leggen.

Aan de andere kant is het onze zelfde economie en maatschappij die goede en persoonlijke zorg niet voor iedereen mogelijk maakt. En gelukkig zijn er dan mantelzorgers. Mensen die geven om hun naasten en hen willen helpen en verzorgen waar mogelijk is. Dit is ontzettend nobel en goed, maar het vraagt toch veel van de mantelzorger. Juist in deze maatschappij denken wij. Maar mantelzorg is van onschatbare waarde voor mensen en daarmee ook voor ons als gemeente. Goed dat de gemeente ook de waarde inziet en de mantelzorgers wil ondersteunen en duidelijk hun waardering wil laten blijken door verschillende initiatieven.

Met name de explicitete aandacht voor de jonge mantelzorger vinden wij belangrijk. Zij worden helaas inderdaad vaker over het hoofd gezien. De initiatieven daarbinnen klinken goed, maar wij denken ook dat er een grote groep stille mantelzorgers is. Jonge mensen die wellicht zonder het zelf te weten, mantelzorger zijn, zij zorgen voor hun moeder, vader en of andere gezinsleden en hebben wellicht zo een relatief zware last te tillen. Dit is volgens ons iets om in de peiling te houden en misschien ook iets om alert op te zijn op scholen en/of verenigingen.

Tot slot: ook de combinatie werk en mantelzorg is inderdaad iets om aandacht aan te besteden. Het afgelopen jaar is dit met een aantal werkgevers gedaan, (hoewel in de kosten berekening staat dat het alleen intern de gemeente is?). Misschien is het raadzaam dit, mochten er nog geen plannen voor zijn, uit te breiden, of er iets meer algemeens voor op te zetten.

B.4. Stand van zaken Multi Functionele Accommodatie de Wijert (collegebrief)
Dank aan de insprekers.
Ik kan mij grotendeels aansluiten bij de woordvoering van de CU waarbij ik nog wil aangeven dat wij het opvallend vinden dat het plan waarschijnlijk bij aanvang al niet gehaald zou worden, zoals de onafhankelijke kostendeskundige aangeeft; er zat immers een onzekerheid in de raming en daarnaast is de complexiteit van het ontwerp niet pasbaar binnen het taakstellende budget. Dan rijst bij ons de vraag, waarom is er niet bij voorbaat een onafhankelijke deskundige bij gehaald? Dat had in ieder geval al een hoop tijd en geld kunnen besparen.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer