Woord­voering Veeg­com­missie 1, 21 maart 2018


21 maart 2018

B2: Gebiedsondersteunend Netwerk


Dankuwel voorzitter. Het Gebiedsondersteunend Netwerk is een groot en veelomvattend beleidsvoorstel om een weldoordachte mening over te vormen. De Partij voor de Dieren is dan ook blij dat de gemeente haar best heeft gedaan om de raad te informeren door middel van de twee werksessies. Toch blijft het voor ons lastig om op dit punt al een definitief oordeel te vellen. Ondanks alle sprekers, van TON in de Buurt uit Alphen aan de Rijn, tot medewerkers van de WIJ, en tot een jurist van de gemeente, blijven er nog veel vragen en onduidelijkheden over. Dit blijkt ook wel uit het feit dat bij beide werksessies het aantal vragen de beschikbare tijd oversteeg.


Vanuit het perspectief van het college snappen wij de keuze om een GON te ontwikkelen en aan te besteden. We hebben afgesproken het sociaal domein te transformeren, de zorgkosten rijzen de pan uit, en we zijn als gemeente met een aanbesteding gebonden aan Europese regelgeving. Toch zijn al deze uitgangspunten volgens de Partij voor de Dieren ondergeschikt aan het primaire belang: de zorg die we als gemeente dragen voor onze inwoners, en dan met name de kwetsbare inwoners. Zorgkwaliteit dient absoluut voorop te staan. Het college geeft in beide brieven aan dat bij het GON “de inwoner voorop staat”, dus dat is goed. In het verleden heeft het aanbesteden van zorgtaken echter niet bepaald altijd tot een kwaliteitsslag geleid. Zeker met zo’n korte implementatieperiode, en later met een beoogde kostenbesparing van enkele miljoenen, zien wij risico’s op kwaliteitsverlies en een gebrek aan continuïteit.


In de werksessies werd aangegeven dat op basis van initieel marktonderzoek het voorlopige lumpsumbedrag als afdoende werd beschouwd. In de tweede brief lezen we nu echter dat het college verwacht dat het maximale financiële voordeel in 2022 wordt behaald. Hoe realistisch is dit streven om over 4 jaar dat punt te bereiken, geheel tegen de regionale trend van een sterk stijgende kostenlijn in? Qua bestuurslagen en efficiency zal er ongetwijfeld bezuinigd kunnen worden door middel van een GON, maar zeker als groeiende gemeente die elk jaar meer inwoners verwelkomt vragen wij ons af hoe realistisch het is dat het kostenplaatje daalt of zelfs dat het stabiel blijft.


Bij het huidige p x q financieringsmodel wordt gesproken van een perverse prikkel om meer zorg te indiceren om zo meer geld binnen te halen. Bij het lumpsum model zien wij het risico van een tegenovergestelde perverse prikkel, waarbij inwoners die echt behoefte hebben aan maatwerk toch verwezen worden naar goedkopere burgerinitiatieven of algemene voorzieningen. Hoe wil het college dit voorkomen?


Tot slot nog enkele positieve punten. De Partij voor de Dieren is blij dat de genoemde 5 initiatieven van het innovatieatelier, waaronder het Odensehuis, de komende periode nog gewoon gefinancierd zullen worden. Deze instanties leveren belangrijk, zelfs onmisbaar, werk. Ook is het goed om te lezen dat het gebiedsgerichte werken van het GON geen harde lijn is als bewoners niet in hun eigen buurt geholpen willen worden. Als laatste steunen wij de richtlijn die voorschrijft dat 2% van het budget wordt geïnvesteerd in social return natuurlijk van harte. Wij zijn benieuwd naar de uiteindelijke gunningscriteria, en of die de materie en besluitvorming verder zullen verduidelijken. Dankuwel.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer