Geen megastal in stad Groningen


13 februari 2013

De Partij voor de Dieren wil duidelijkheid over de eventuele komst van een megastal in Stad. Een bedrijf aan de Winschoterweg zou willen uitbreiden naar 400 koeien en staat op een lijst met bedrijven die volgens Gedeputeerde Staten in aanmerking komen voor maatwerk, indien het provinciale moratorium op megastallen verruimd zou worden.

Gerjan Kelder heeft hiertoe schriftelijke vragen gesteld aan het college. Hij wil van het college horen of het inderdaad zo is dat deze ondernemer zou willen uitbreiden naar 400 koeien en of het klopt dat zich dan op één lokatie 400 koeien, diverse kalfjes en ook nog eens pluimvee zou bevinden. Daarnaast wil Kelder weten hoe het bij uitbreiding zit met de weidegang, de verkeersveiligheid in de directe omgeving en de waardevolle natuur in het gebied.

Ten noorden van de Winschoterweg komt de zwaar beschermde poelkikker voor. De waterkwaliteit is er relatief hoog en mede als gevolg van kwel is het aantal soorten waterplanten zeer divers. Kelder: “Nog meer koeien betekent nog meer ammoniakuitstoot. Dat is een directe bedreiging voor het dieren- en plantenleven in de omgeving. Ik wil weten wat deze ondernemer daaraan denkt te kunnen doen. Luchtwassers dan maar? Enorm energieverslindend!”

Ook wil Kelder dat het college GS aanspreekt op hun opvallende interpretatie van het onlangs verschenen advies van de Gezondheidsraad, Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. De conclusie van dit advies is dat er veel zorgen leven onder de bevolking over veehouderijen en dat dat niet onterecht is, maar dat er te weinig wetenschappelijk onderzoek is gedaan om op basis daarvan nu al harde uitspraken te kunnen doen over een gezonde afstand tussen woningen en veehouderijen. De commissie adviseert dan ook meer onderzoek te laten doen. GS concludeert hieruit echter dat het moratorium op megastallen heroverwogen kan worden, omdat er nog “geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die aanleiding geven om algemeen toepasbare afstandsnormen tussen verschillende soorten veehouderijen en woningen te introduceren”.

Kelder wijst er in zijn vragen op dat ook koeien in de vee-industrie weinig leed bespaard blijft. De dieren zijn in megastallen vaak veroordeeld tot levenslange opsluiting, zien nooit het daglicht en zijn voortdurend gestresst doordat ze in onnatuurlijk grote groepen moeten samenleven. Daarnaast moet melkvee geregeld kalfjes baren om continu melk te kunnen produceren, die na de bevalling onmiddellijk bij de moederkoe worden weggehaald. Dit resulteert in ondraaglijk lijden, omdat een koe zoals alle dieren een zeer sterk ontwikkeld moederinstinct heeft en zijn jong wil aflikken, troosten, koesteren en voeden. Ook het kalf wil natuurlijk graag naar de moeder. Dat mag niet omdat het vanuit bedrijfsoogpunt niet efficiënt is om het kalf bij de koe te laten.