Opinie: Mega argu­menten tegen megastal


9 april 2013

Mega-argumenten in een megadiscussie

De megastal is erg in opkomst èn opspraak in ons land. De meningen over dit onderwerp lopen nog al uiteen. Een veel gehoord argument vóór deze veefabrieken, is dat het dierenwelzijn er alleen maar op vooruit zou gaan. Is dat zo?

Gezondheidsgevaar
Laten we direct de koe bij de hoorns vatten. Er kleven namelijk nog al wat gezondheidsrisico’s aan een megastal. Voor omwonenden, maar ook voor de dieren zelf. Immers, in een stal met grote aantallen dieren, is het besmettingsgevaar bij ziekte veel groter dan bij een regulier gezinsbedrijf.
Bovendien blijft in een megastal een ziekte langer circuleren en ontstaan makkelijker genetische mutaties van virussen, aldus het RIVM. En de kans dat die ziektekiemen in de buitenwereld terechtkomen, is bij een megastal ook groter. Zelfs bij indrukwekkende ventilatiesystemen, omdat werknemers ziektekiemen mee naar buiten nemen. Dit is een ernstig onderschat feit, volgens onder andere de Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur. De behandeling bij ziekte is tevens vele malen slechter in een megastal. Omdat er zo veel dieren in een megastal staan, kan men een ziek dier niet afzonderlijk behandelen. Dan moeten ze dus allemaal maar aan de antibiotica. Dit fenomeen is een direct gevaar voor de volksgezondheid, omdat het overmatig antibioticagebruik tot resistente bacteriën leidt. Onder andere de gevreesde ziekenhuisbacterie MRSA is ontstaan door het royaal omspringen met antibiotica in de veehouderij. Vleeskuikens krijgen bijvoorbeeld in de zes weken dat ze in leven zijn, meer dan vijf antibioticakuren.

Vee geruimd
Wanneer in een megastal een ernstige, besmettelijke ziekte uitbreekt, worden er uiteraard veel meer levens beëindigd, dan in een gezinsbedrijf. ‘Ruimen’, noemen ze dat, waarbij tijdens uitbraak van een besmettelijke ziekte onder het vee, alle dieren die toevallig in de buurt staan gedood worden. En in een megastal staan significant meer dieren toevallig in de buurt, dan bij een – nu nog – regulier bedrijf. Maar ook bij rampen als brand, staan er veel meer levens op het spel.

Onbenutte kansen en technische problemen
Maar wanneer ze levend en gezond zijn, hebben dieren ook onbetwistbaar te lijden onder het leven in een megastal. De dieren komen in een megastal nooit buiten. Iets wat wij ons niet voor kunnen stellen. Zelfs daglicht ziens ze doorgaans niet, of nauwelijks. Een megastal zou kansen bieden voor verbeteringen in dierenwelzijn. Kánsen, ja. Maar die worden doorgaans absoluut niet benut, omdat een megastal juist een concurrentiemiddel is en er dus bespaard wordt op extra kosten. Zo zijn er in een megastal minder verzorgers per hoeveelheid dieren, stelt de Raad voor Dierenaangelegenheden aan de Tweede Kamer, waardoor minder goed op het individu gelet kan worden. Een ziek of gewond dier valt minder snel op en lijdt langer, of heeft kans om soortgenoten te besmetten. Waar op een gemiddeld melkveebedrijf de boer al zijn koeien (bij naam) kent, leven megastalbewoners in de anonimiteit. Daarnaast brengen de hightech ventilatiesystemen en dergelijke apparatuur een hoog risico met zich mee. Bedenk maar eens wat er gebeurt als de stroom uitvalt en er onvoldoende generatoren beschikbaar zijn.

Sociale armoede
De dieren die in megastallen gehouden worden, zijn sociale wezens. In een natuurlijke situatie hebben koeien, varkens en kippen een sociale structuur binnen hun groep. Omdat ze met z’n zovelen zijn, kunnen ze de hiërarchie niet toepassen. Hierdoor ontstaat chaos en dus stress. Vooral voor koeien is het verschil tussen een regulier gezinsbedrijf en een megastal desastreus voor het sociale welbevinden. Omdat een koe maximaal zo’n 60 tot 70 soortgenoten kan herkennen, moet zij in een megastal – waar 250 of meer koeien rondlopen – telkens vechten voor haar plekje in de groep. Maar je hoeft geen wetenschapper te zijn om je te realiseren dat een dergelijke onnatuurlijke situatie als een megastal voor geen enkel levend wezen een pretje is.

Argumenten zat
Er zijn talloze argumenten te noemen tegen megastallen. Naast het dierenwelzijnaspect zijn er namelijk nog het mestoverschot, de volksgezondheidsbezwaren (zoals de uitstoot van fijnstof, het verspreiden van ziektes en het antibioticagebruik), de landschapsvervuiling en tot slot sluiten voor één megastal minstens drie gezinsbedrijven in de veehouderij. Niet voor niets is meer dan de helft van de Nederlanders tegen de megastal. Waarom schieten ze dan toch als paddenstoelen uit de grond? Ergens gaat het in de politiek verkeerd en wordt kennelijk de stem van de bevolking niet gehoord. Of we moeten nog harder roepen, of we moeten de politieke partijen die de megastal ondanks alles blijven stimuleren, in de steek laten en kiezen wat belangrijk is voor onze eigen gezondheid en dat van de dieren. Megastal? Mega néé!

Met dank aan Wageningen Universiteit, het RIVM, de Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur, de Raad voor Dierenaangelegenheden, Wakker Dier, Rijksoverheid en Milieudefensie.

Gerjan Kelder, Marieke Wilschut