Vragen betref­fende risico's rattengif


Aan het college van Burgemeester en Wethouders
Grote Markt 1
9712 HN Groningen

Datum: 24 februari 2011

Betreft: schriftelijke vragen door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen betreffende de bestrijding van ratten door de Milieudienst van de gemeente Groningen


Geacht college,

Afgelopen maandag publiceerde het Dagblad van het Noorden een artikel over de bestrijding van ratten in de Oranjewijk. Wij vonden de inhoud daarvan verontrustend, met name uit het oogpunt van dierenwelzijn. Het artikel is als bijlage bijgevoegd.

Getuige dit artikel bestrijdt de Milieudienst Groningen de ratten met rattengif. Rattengif leidt tot een bijzonder pijnlijke dood bij dieren die dit binnenkrijgen. Op de site van de Universiteit Wageningen lezen we in de beschrijving van een onderzoek naar plaagdierbestrijding het volgende:

“Het gebruik van gifstoffen bij de plaagdierbestrijding is geassocieerd met een aantal welzijn en milieu aspecten. Accidentele vergiftiging van non-target dieren is niet uitgesloten en secondaire vergiftigingen van predatoren, die dode of verzwakte plaagdieren hebben opgenomen is intussen al in de literatuur gerapporteerd. De huidige gifstoffen leiden tot immens leed (uren tot enkele dagen) onder de doeldieren en indien een vrouwelijk dier wordt vergiftigd sterven de achterblijvende jonge dieren in het nest door uitdroging en verhongering.”

Wij zouden hier graag de volgende vragen over stellen.

1. Is de inhoud van het artikel “Dat is geen muis mevrouw, ’t is iets veel groters” correct?

2. Bent u op de hoogte van de dierenwelzijnaspecten die kleven aan het gebruik van rattengif?

3. Gebruikt de Milieudienst ook alternatieven in het bestrijden van de ratten, zoals het apparaat (“electronische verschrikker”) dat constant veranderend ultrasoon geluid produceert, onhoorbaar voor mensen, maar zeer irritant, hoewel niet schadelijk, voor knaagdieren? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid onderzoek te doen naar alternatieven voor het gebruik van rattengif?

4. Het strooien van rattengif leidt niet alleen tot het doden van ratten, maar ook tot het doden van andere dieren die dode of zieke ratten en muizen eten. Vermoedelijk zullen er in de Oranjewijk en de Zeeheldenbuurt weinig roofvogels het slachtoffer zijn geworden van rattengif, maar het is mogelijk dat er slachtoffers onder huiskatten zijn gevallen. Zijn er in de laatste twee jaar gevallen gerapporteerd van mysterieuze verdwijningen, ziektes of overlijden van huiskatten?

5. In het artikel wordt duidelijk dat er vermoedens bestaan dat de aanwezigheid van de ratten met een oude riolering te maken heeft, net zoals dat in de Zeeheldenbuurt het geval is. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het met het oog op het voorkomen van meer leed voor de ratten, maar ook voor de bewoonster, belangrijk is deze oude riolering zo snel mogelijk weg te halen, omdat dan het hele probleem wellicht is opgelost? Zo ja, welke stappen gaat u hiertoe ondernemen? Zo nee, waarom niet?

6. De bewoonster meldt in het artikel dat zij ondertussen op een gifbult woont. De Milieudienst maakt gebruik van de volgende types rattengif: Bromadiolon 11885 en Difethialon 12966. Bromadiolon kan gevaarlijk zijn voor steen- en kerkuilen ( de steenuilwerkgroep Groningen ontraadt het gebruik van Bromadiolon) en voor kleine zoogdieren als marters en hermelijnen. Zijn er in de laatste jaren opmerkelijk veel van dit soort dieren dood aangetroffen in de Oranjewijk en de Zeeheldenbuurt? Hoeveel van dit middel is er de afgelopen jaren gebruikt in beide wijken? En in dit specifieke huis?

7. Het middel Difethialon kan ernstige schade toebrengen aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing . Is het mogelijk dat de bewoonster het middel heeft ingeademd? Is de bewoonster op de hoogte gebracht van de gevaren rondom het gebruik van deze gifsoort? Het middel kan schade toebrengen aan het milieu en is ook giftig voor vogels en vissen. Is er zorg voor gedragen dat het zich niet kan vermengen met het grondwater? Hoeveel van dit specifieke middel is er de afgelopen jaren gebruikt in beide wijken en in dit specifieke huis?

8. Uit het artikel komt naar voren dat de dode dieren onder de vloer van de woning bleven liggen, met afgelopen zomer een vliegenplaag ten gevolge. Is het geen standaardprocedure om bij het gebruik van rattengif de dode dieren op te ruimen, ook met oog op het ongewild vergiftigen van het milieu en van andere dieren?

9. In welke vorm werd het gif in deze woning neergelegd? Werd dit na verloop van tijd ook weer opgeruimd, nadat het geacht werd zijn werk gedaan te hebben? Wat is in deze de standaardprocedure van de Milieudienst?


Met vriendelijke groet,

Gerjan Kelder
Partij voor de Dieren

Bijlage

’Dat is geen muis mevrouw, ’t is iets veel groters’
Huis in Oranjewijk heeft
mysterieus rattenprobleem

Door Maaike Borst

Groningen - Staand op het
nachtkastje
belde ze haar moeder. "Ik
hoor geknaag in mijn slaapkamer.
Ik weet niet wat het is."De woningbouwvereniging
dacht het wel te
weten: ’Dat zijn muizen mevrouw’.
Maar toen de ongediertebestrijder
van de Milieudienst hoorde op
welk nummer ze woonde, schudde
hij zijn hoofd. "Dat is geen muis
mevrouw. ’t Is iets veel groters."

Ratten. Mirjam Eringa uit de
Graaf Adolfstraat in de Oranjewijk
heeft al een jaar last van de onsmakelijke
knaagdieren. Haar tuin is
omgeploegd, haar vloer zit vol luiken,
haar meterkast is dichtgepurd,
er is een rookproef in haar riolering
gedaan. Maar de woningcorporatie
De Huismeesters en de Milieudienst
hebben nog steeds geen oplossing
gevonden. Eringa: "Ik woon
inmiddels op een gifbelt."

Eringa heeft pech. Haar huurhuis
is berucht. Ook de vorige bewoner
was een goede bekende van de ongediertebestrijder.
Eringa woont er
nu drie jaar en heeft het privé-nummer
van de rattenexpert in haar telefoon
staan. De buren hebben wel
eens geknaag gehoord, maar ondervinden
geen overlast. De ratten
hebben precies háár huis uitgekozen.
En nee, het is er echt niet vies.

Het geknaag en getrippel is
angstaanjagend. Erger was de dag
dat ze oog in oog stond met een rat
in haar schuurtje. "Ik voelde mijn
benen onder me wegzakken." Afgelopen
zomer kwam de vliegenplaag.
De dode ratten onder de
vloer, slachtoffers van gestrooid gif,
trokken grote zwarte vliegen aan.
Zoveel dat ze op een dag thuiskwam
en het kijkraampje in haar
voordeur helemaal zwart zag. "Ik
durfde mijn huis niet meer in."

Volgens Ciska van Aken, manager
wonen van De Huismeesters,
komen ratten –’helaas’- nog steeds
voor. Vooral in het centrum en de
Oranjewijk. "Uit die wijk krijgen we
zo’n vijf meldingen per jaar. Dat
valt op zich mee, maar ratten zijn
natuurlijk heel vervelend." De woning
van Mirjam Eringa is een bekend
probleemgeval. "We hebben
geen idee waarom het specifiek dat
huis is. Maar we blijven zoeken."

Ook de Milieudienst laat weten
het probleem te blijven bestrijden.
Omdat de ongediertebestrijders
geen oorzaak vinden, bestaat het
vermoeden dat een oude riolering
er iets mee te maken heeft. "Er liggen
daar inderdaad wat oude gresbuizen",
zegt Van Aken. "We hebben
al diverse onderzoeken gedaan,
maar zijn nog niet zeker van de oorzaak."

Mirjam Eringa komt er niet verder
mee. "Ik wil hier graag blijven
wonen. Ik wil mijn kamers verven,
de tuin opknappen. Maar als zeker
is dat die ratten niet te verdrijven
zijn, ga ikweg. Ik wil duidelijkheid."

Ook ratten in de Zeeheldenbuurt
Ook de Zeeheldenbuurt heeft problemen
met ratten. Meerdere huizen
in de hoek Witte de Withstraat,
Abel Tasmanplein en Abel Tasmanstraat
hadden afgelopen voorjaar
en zomer overlast. Nijestee
heeft de meeste huizen daar in bezit.
Een deel heeft de woningcorporatie
de laatste jaren verkocht aan
particulieren. De oorzaak van het
rattenprobleem daar is nu helder:
een verwaarloosde en verouderde
riolering. Dit wordt binnenkort
aangepakt. Nijestee en de gemeente
nemen het grootste deel van de
kosten voor hun rekening. In totaal
ongeveer een ton, zegt de voorzitter
van de buurtvereniging.

Antwoorddatum: 22 mrt. 2011

Het college beantwoordt de vragen als volgt:

Groningen, 22 maart 2011.

Algemeen:

Om het milieu te sparen is de gemeente Groningen vele jaren geleden gestopt met chemische onkruidbestrijding. Chemische middelen worden slechts bij hele hoge uitzondering toegepast.

Bestrijding van rattenoverlast, om redenen van volksgezondheid, is gericht op het voorkómen van ratten in of soms nabij woningen. Daarbij worden zo goed mogelijk effectieve bestrijdingsmethoden toegepast. Het gebruik van rattengif is als methode helaas niet uit te sluiten. Door zorgvuldig gebruik worden neveneffecten zo goed als mogelijk voorkomen.

Onze inzet bij de bestrijding vindt veelal plaats in opdracht van een huiseigenaar. Daarbij worden de volgende stappen gezet:

Medewerkers van de gemeente voeren eerst een visuele inspectie uit naar de toegankelijkheid van de woning voor ratten en naar sporen van aanwezigheid.
Ten einde te bepalen of er sprake is van een incident of een plaag wordt eerst de omvang van de overlast vastgesteld. Door eerst lokaas (niet toxisch) te plaatsen in een kunststof lokdoos. Aan de hand van het gebruik van het lokaas wordt de grootte van de plaag bepaald.
Aan de opdrachtgever wordt het advies gegeven om een rookproef te laten uitvoeren op het riool, zodat dit gecontroleerd kan worden op lekkages en breuken. De natuurlijke habitat van de rat is immers het diepriool. In veel gevallen komt de rat via het rioolstelsel uiteindelijk in (de kruipruimte van) de woning uit.
Bij een gering gebruik van het lokaas (niet toxisch) (vermoedelijk minder dan vijf dieren) wordt de rat bestreden met een klapval. Bij grotere aantallen is de klapval niet effectief vanwege het lerend gedrag van de rat. De klapval (vgl. met de muizenval) heeft meestal de onmiddellijke dood tot gevolg.
Bij grotere aantallen wordt er gebruik gemaakt van toxisch lokaas. Dit lokaas, in vaste vorm (blokjes pasta op waterbasis), wordt in een kunststof lokdoos in de kruipruimte geplaatst.
Na circa vijf dagen volgt een controlebezoek om te zien of er nog aan het lokaas wordt gegeten. Als dat het geval is dan wordt er lokaas bijgevuld. Als dat niet het geval is dan wordt de lokdoos met lokaas verwijderd en de bestrijding beëindigd.
De ratten worden door de medewerker van de gemeente verwijderd en meegenomen, voor zover deze in de kruipruimte bereikbaar zijn. Dit is echter niet altijd het geval.

In het licht van bovenstaande toelichting beantwoorden wij uw vragen als volgt:

De inhoud van het artikel is in grote lijnen correct.

Wij zijn op de hoogte van de dierenwelzijnsaspecten die kleven aan het gebruik van rattengif.

De gemeente maakt in een aantal gevallen gebruik van de klapval. Maar er worden geen elektronische bestrijdingsmiddelen gebruikt. De reden hiervan is de beperkte effectiviteit. Er zijn proeven gedaan met een elektronische verschrikker naast een lokdoos met lokaas. Het lokaas was aangevreten, terwijl de verschrikker aan stond. Andere mogelijke bestrijdingsalternatieven kennen wij niet.

De rat komt vanuit zijn natuurlijke habitat (het diepriool) via het rioolstelsel in de kruipruimte en bevindt zich dus meestal in een afgesloten ruimte. De dode dieren blijven dus, voor zover niet verwijderd na de bestrijding, in deze ruimte achter en zijn daarmee nauwelijks bereikbaar voor dieren zoals huiskatten.
De dierenambulance houdt wel een registratie bij van aantallen dode huisdieren, zoals katten, in de betreffende wijken, maar de oorzaak van de dood is niet bekend.

De kans dat andere dieren het slachtoffer worden van vergiftigde ratten of muizen schatten wij laag in, omdat gif in gesloten ruimtes wordt toegepast.

De verantwoordelijkheid voor de woning is in eerste instantie gelegen bij de eigenaar, en niet bij de gemeente. Wel wordt er in goed overleg met de gemeente naar een oplossing van het probleem gezocht.

De situatie in de Zeeheldenbuurt is overigens lastig te vergelijken. Daar was sprake van gezamenlijke oude rioleringsleidingen van meerdere woningen die via eigen terrein op het gemeentelijk riool was aangesloten. Daar wordt dit oude rioleringsstelsel gesaneerd.

In dit specifieke geval hebben alle woningen een individuele aansluiting op het gemeentelijke riool sinds 1987. Inspectie van het gemeentelijke riool in 2002 heeft geen onvolkomenheden aan het licht gebracht. De woningcorporatie onderneemt vervolgacties om de oorzaak van het overlastprobleem te achter-halen. Een eventuele oorzaak zou kunnen zijn dat er nog oude leidingen van vóór 1987 in de achtertuin aanwezig zijn.

Dat bewoonster gelet op de ondernomen acties ervaart op een gifbult te wonen delen wij niet. De Milieudienst maakt inderdaad gebruik van de door u genoemde gifsoorten. De kans dat andere dieren het slachtoffer worden van vergiftigde ratten of muizen schatten wij laag in, omdat gif in gesloten ruimtes wordt toegepast. Daarnaast zijn de betreffende stadswijken ongeschikte biotopen voor Steenuil en Kerkuil en de meeste marterachtigen. Vermoedelijk komen er wel steenmarters voor, maar daarvan zijn ons geen sterfgevallen gemeld.

In de Oranjewijk en de Zeeheldenbuurt wordt per jaar gemiddeld 14 maal met Bromadiolon gewerkt (totaal 2100 gram lokaas) en 9 maal met Difethalion (totaal 1350 gram lokaas). Bij de bestrijding in het specifieke pand is 900 gram Bromadiolon en 300 gram Difethalion als lokaas gebruikt. Overigens bedraagt de werkzame stof in het lokaas 0,0025% voor Difethalion en 0,005% voor Bromadiolon.

Het gebruikte toxische middel wordt toegepast in de vorm van tabletten (pasta op waterbasis). Verdamping vindt hierbij in beginsel niet plaats. Daarnaast wordt het middel toegepast in een kunststof lokdoos, en kan daarom niet naar de bodem diffunderen. Op deze wijze kan er geen schade ontstaan voor de menselijke gezondheid.

Standaard worden de dode dieren verwijderd, voor zover bereikbaar.
Het gif wordt in tabletvorm toegepast in kunststof lokdozen. Na beëindiging van de bestrijding wordt de doos weer verwijderd.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer