Onderzoek naar oplos­singen voor het sterven van amfibieën in riool­kolken


Indiendatum: jun. 2012

Aan het college van Burgemeester en Wethouders
Grote Markt 1
9712 HN Groningen


Betreft: schriftelijke vragen door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen betreffende het faciliteren van een onderzoek naar oplossingen voor het sterven van amfibieën in rioolkolken.


Geacht college,

Vorige week brachten verschillende media, waaronder Trouw , het volgende bericht naar buiten. Waarnemingen van RAVON vrijwilligers en werkgroepen hebben aan het licht gebracht dat kikkers, padden en salamanders opgesloten kunnen raken in straatkolken van de riolering. Naar een eerste ruwe schatting, gebaseerd op over een reeks van vijf jaar aangetroffen aantallen dieren in straatkolken in Delft, gaat het in Nederland om aantallen tussen de één en de drie miljoen amfibieën per jaar, die daarna sterven, verhongeren of vermalen worden in een zuiveringsinstallatie. Stichting RAVON, de landelijke kennis- en onderzoeksorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen, en Stichting RIONED, de landelijke koepelorganisatie voor riolering en stedelijk waterbeheer, gaan de omvang van dit probleem onderzoeken en beschermende oplossingen testen.

Probleem
Al in 2010 heeft RAVON een zestal van de door RAVON vrijwilligers gemelde locaties onderzocht, waar jaarlijks meerdere tientallen (soms meer dan 100) amfibieën in straatkolken terecht komen en deze niet meer kunnen verlaten. In de meeste gevallen leidt dat helaas tot sterfte van die dieren. Straatkolken zijn essentieel voor de afvoer van regenwater, maar blijken in sommige gevallen dus een negatieve bijwerking te hebben. Het gaat vooral om straatkolken in de bebouwde kom, waar dieren door de openingen in de deksels vallen. Dat gebeurt met name tijdens de amfibieëntrek in het voorjaar van de overwinteringplaatsen naar de voortplantingsplekken en op de terugweg naar hun landhabitat waar ze de zomer en winter doorbrengen.

Onderzoek
Op initiatief van Stichting RAVON en Stichting RIONED vindt dit voorjaar in een samenwerking van de rioleringssector en de plaatselijke RAVON-vrijwilligers en -werkgroepen een steekproef plaats in dertig Nederlandse gemeenten. Hierbij worden 525 straatkolken bekeken. Doel hierbij is de aantallen en soorten dieren, de risicovolle perioden en de kenmerken van potentiële probleemlocaties in kaart te brengen. Zo kan een representatief beeld worden verkregen van de omvang van het probleem. RAVON en haar vrijwilligers zijn goed op de hoogte van de verblijfplaatsen en trekroutes van amfibieën. De gemeenten, die de riolering en de openbare ruimte beheren, kunnen gebruik maken van deze kennis. RAVON en RIONED zullen daarom ook als intermediairs fungeren tussen enerzijds de vrijwilligers die de amfibieën en probleemlocaties kennen en anderzijds de gemeentelijke rioleringsbeheerders.

In voornoemde steekproef zijn locaties betrokken waarvan uit het verleden bekend is dat er dieren in straatkolken zijn aangetroffen, maar ook een aantal ‘blinde” locaties. Dit zijn locaties waarvan uit het verleden niet bekend is of er ooit dieren in straatkolken terecht zijn gekomen. De gemeenten liggen verspreid over het land en het betreft grote, middelgrote en kleinere gemeenten.

Bij aanvang van het project is een klankbordcommissie benoemd waarin onder anderen fabrikanten van straatkolken en reinigingsapparatuur deelnemen. Zij zijn uitgenodigd passende oplossingen te ontwikkelen. Het tijdelijk plaatsen van afsluitroosters voor kolken kan insluiting voorkomen. En door het plaatsen van ruwe strips van metaal of kunststof kunnen dieren zelf weer uit een straatkolk kruipen, zo bleek tijdens een in 2011 uitgevoerde proefopstelling waarin enkele prototypen uittreedvoorzieningen getest zijn. Randvoorwaarden voor de oplossingen zijn natuurlijk wel de onbelemmerde werking van de riolering voor een goede afvoer van (hevige) regenval en ongehinderd onderhoud van de riolering.

Rol gemeenten
De inventarisatie is nog niet afgerond: na twee telrondes komt er nog één sessie tussen half mei en half juni. Bovendien moeten de uitklimvoorzieningen nog in de praktijk worden getest.

Projectleider Annemarie van Diepenbeek van RAVON: “Dan pas begint het 'echte' werk: de gemeenten overtuigen van de noodzaak om op cruciale punten in de trekroute die uitklimvoorzieningen te plaatsen. Zij zijn immers niet alleen verantwoordelijk voor het stedelijk rioolbeheer maar ook voor naleving van de Flora- en Faunawet waar amfibieën onder vallen.” De resultaten van de steekproef vormen de basisinformatie voor gemeenten om binnen hun grenzen potentiële probleemlocaties op te sporen. Daarbij zullen ook oplossingsrichtingen aangereikt worden.

Naar aanleiding hiervan willen wij u graag de volgende vragen stellen:

1. De gemeente Groningen is in het huidige onderzoek niet betrokken, maar zou een bijdrage kunnen geven in een vervolgproject waarbij uitklimvoorzieningen in de praktijk getest worden. Stichting RAVON heeft de beschikking over vrijwilligers in Groningen die in dit project mee zouden kunnen draaien. Bent u bereid uw medewerking te verlenen en volgend jaar mee te draaien in een proefopstelling? De medewerking kost naar schatting alleen enkele uren van een rioolmedewerker en eventueel een stadsecoloog.

2. Zou u na afronding van het onderzoek op bepaalde plaatsen uitklimvoorzieningen willen plaatsen in het riool onder de straatkolken?

Met vriendelijke groet,

Gerjan Kelder
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren Groningen

Indiendatum: jun. 2012
Antwoorddatum: 26 jun. 2012

Het college beantwoordt de vragen als volgt:

Groningen, 26 juni 2012.

Uit de inventarisaties van de Stedelijke Ecologische Structuur (SES) die in de afgelopen jaren zijn gehouden, zijn de biotopen bekend waar veel amfibieën verblijven. Daarnaast zijn uit ervaringen van beheerders en meldingen van derden enkele locaties bekend, waar paddentrek in de gemeente voorkomt.
Sinds 2010 worden knelpunten in de SES systematisch aangepakt in het Ontsnipperingsproject, waarover wij u binnenkort nader zullen informeren. Hierdoor zijn op diverse plaatsen al voorzieningen getroffen, waardoor de dieren niet meer gedwongen zijn de weg over te steken. Het betreft hier met name de Siersteenlaan in de Eelderbaan en de busbaan langs de Peizerweg op diverse plaatsen. Hiermee is het risico dat de dieren ter plaatse in de riolering terechtkomen tevens minimaal geworden.
Het in de vragen gemelde resultaat van het lopende onderzoek geeft ons wel aanleiding om door middel van een korte inventarisatie van de bovenvermelde gegevens nader te onderzoeken of er andere locaties zijn, waar rioolkolken in de omgeving van trekroutes of concentraties van populaties padden of salamanders aanwezig zijn. Op deze locaties kunnen de rioolkolken tijdens het trekseizoen door eenvoudige roosters afgeschermd worden. Wij zien geen aanleiding om op andere plaatsen maatregelen te treffen.
Wanneer de resultaten van het aanvullende onderzoek naar uitklimvoorzieningen een beter toepasbaar alternatief oplevert, zullen wij de toepassing daarvan op die locaties overwegen.

Ten aanzien van de vragen:

1. De gemeente Groningen is in het huidige onderzoek niet betrokken, maar zou een bijdrage kunnen geven in een vervolgproject waarbij uitklimvoorzieningen in de praktijk getest worden. Stichting RAVON heeft de beschikking over vrijwilligers in Groningen die in dit project mee zouden kunnen draaien. Bent u bereid uw medewerking te verlenen en volgend jaar mee te draaien in een proefopstelling? De medewerking kost naar schatting alleen enkele uren van een rioolmedewerker en eventueel een stadsecoloog.

Wij zullen in eigen beheer een beperkt onderzoek uitvoeren naar de mate, waarin deze risico’s in Groningen voorkomen. Als gevolg van de beperkte capaciteit, zowel bij onze organisatie als bij de lokale afdeling van de RAVON, zien wij af van een actieve rol in het landelijk onderzoek.

2. Zou u na afronding van het onderzoek op bepaalde plaatsen uitklimvoorzieningen willen plaatsen in het riool onder de straatkolken?

Wij zullen de aanbevelingen en conclusies van het landelijke vervolgonderzoek volgen en zonodig te zijner tijd aanvullende maatregelen nemen op locaties, waar dat noodzakelijk of gewenst is.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer