Schrif­te­lijke vervolg­vragen aanvraag omge­vings­ver­gunning gemengd bedrijf Woltersum


Geacht college,

Op 10 april ontvingen wij van u de antwoorden op onze schriftelijke vragen betreffende de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een pluimveebedrijf in Woltersum. Onder andere op basis van deze informatie, stellen wij u graag enkele vervolgaanvragen.

1. In de beantwoording van onze vragen schrijft u dat het bedrijf een goed voorbeeld is van innovatieve kringlooplandbouw. Welke definitie van kringlooplandbouw hanteert de nieuwe gemeente Groningen hierbij?

2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er geen sprake is van een circulair systeem wanneer er 2x per week een vrachtwagen met krachtvoer wordt geleverd en één maal per twee weken een vrachtwagen met mest wordt afgevoerd? Op basis van welke gegevens stelt u dat het hier gaat om een voorbeeld van kringlooplandboouw?

3. Is het bij u bekend welk percentage van de mest op eigen land wordt afgezet en welk deel van het voer voor de kippen van het eigen bedrijf afkomstig is? Hoeveel voer en mest mag er worden aan en afgevoerd om nog te spreken van kringlooplandbouw?

4. Kippen zijn van nature bosdieren en zullen geen open veld of terrein betreden omdat ze zich daar onveilig voelen. Er zullen op strategische plekken bosjes, bomen en andere schuilplaatsen geplaats moeten worden. Bent u voornemens dit mee te nemen in de beoordeling van de aanvraag? Indien er geen bosjes en dergelijke zijn, bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat dan in informeel opzicht geen sprake is van vrije uitloop en dat niet sprake is van een diervriendelijk bedrijf, omdat zonder struiken en boompjes de kippen niet naar buiten gaan omdat dit tegen hun natuurlijke gedrag ingaat?

5. Buurtbewoners geven aan geen kippen rond het bedrijf te zien. Is het bij u bekend of de 15 ha vrije uitloop waarover het bedrijf moet beschikken om de reeds aanwezige kippen Freiland kippen te mogen noemen, op dit moment zodanig is ingericht dat de kippen het terrein gebruiken?

6. De kippen zullen een deel van de vrije uitloop moeten delen met de op het bedrijf aanwezige paarden. Volgens welke regelgeving is dit geoorloofd? Hoeveel andersoortige dieren kunnen volgens deze regelgeving het terrein met Freiland kippen delen wanneer iedere kip 4 m² tot zijn beschikking moet hebben?

7. De op de plattegronden aangegeven percelen voor de vrije uitloop zijn niet allen in het bezit van het pluimveebedrijf en staan bij het kadaster bovendien beschreven als akkerbouw. Is er voor deze percelen een huurovereenkomst overlegd? Zo ja, zullen deze percelen (door middel van een bestemmingswijziging) een gebruikersfunctie krijgen die gericht is op het houden van Freiland kippen? Zo nee, waarom niet? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze feiten helder moeten zijn, voordat de vergunningsaanvraag überhaupt beoordeeld kan worden? Zo nee, waarom niet?

8. In het bestemmingsplan buitengebied van de voormalige gemeente Ten Boer staat dat er een intensieve veehouderij aan het Eemskanaal Noorzijde gevestigd is. Kunt u bevestigen dat dit de pluimveehouderij betreft die om uitbreiding vraagt? Zo ja, waarom ziet u deze veehouderij niet als intensief?

9. Onlangs deed de Raad van State uitspraak over Het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het is hierdoor mogelijk dat bedrijven die voorheen alleen een vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie hoefden aan te leveren, alsnog herbeoordeeld moeten worden. In hoeverre geldt dit volgens u voor dit bedrijf en kunt u dit toelichten? Bent u hierover reeds in overleg geweest met de provincie? Zo ja, wat waren hiervan de uitkomsten? Zo nee, waarom niet?

10. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat bij een aanvraag voor een uitbreiding of een nieuw te bouwen veehouderij, waar het welzijn van veel dieren op het spel staat, de beoordeelaars/ambtenaren ook de situatie ter plekke zouden moeten beoordelen? Graag een toelichting.

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 11 jul. 2019

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u ons antwoord toekomen op de door mevrouw K. de Wrede van de fractie Partij voor de Dieren gestelde vervolgvragen over de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een pluimveebedrijf in Woltersum. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft mevrouw K. de Wrede op 19 maart 2019 reeds vragen gesteld. Deze vragen zijn beantwoord in de brief van 10 april 2019. Naar aanleiding van deze brief en de aan haar toegekomen informatie zijn vervolgvragen gesteld. De brief van de vragensteller treft u als bijlage aan.

Op 21 december 2018 hebben wij een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor de bouw van een pluimveestal met vrije uitloop. Het is een bestaande pluimveehouderij en deze heeft een vergunning voor het houden van 38.000 kippen, 100 runderen en 20 paarden. Het bedrijf wil het aantal legkippen uitbreiden met 20.000 en hiervoor een pluimveestal bouwen. Hiervoor is een omgevingsvergunning met een milieu- en bouwactiviteit nodig. Wij hebben de aanvraag nog in behandeling. Voordat een definitieve beslissing op de aanvraag wordt genomen, wordt de aanvraag voor 6 weken ter visie gelegd zodat een ieder zienswijzen kan indienen.

1. In de beantwoording van onze vragen schrijft u dat het bedrijf een goed voorbeeld is van innovatieve kringlooplandbouw. Welke definitie van kringlooplandbouw hanteert de nieuwe gemeente Groningen hierbij?

Kringlooplandbouw bij een legkippenhouderij betekent dat zoveel mogelijk voer van het eigen bedrijf afkomstig is en zoveel mogelijk mest op het eigen bedrijf wordt aangewend. Ook het voorzien in de eigen energiebehoefte en het zorgvuldig behandelen van afvalstoffen past in de kringloopfilosofie. Bij traditionele intensieve veehouderij wordt 100% van het voer aangevoerd van elders en wordt 100% van de mest afgevoerd. In dit geval wordt een deel van de mest op eigen grond toegepast. Een deel van het voer, namelijk tarwe wordt betrokken van een naburige akkerbouwer. Tenslotte wordt een klein deel van de eieren direct vanaf het bedrijf aan de plaatselijke consument verkocht. Het voer bestaat voor ongeveer 20% uit reststoffen uit de voedselindustrie die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, zoals sojaschroot en raapzaadresten. De vergunningaanvrager heeft plannen om beide kippenschuren te voorzien van zonnecollectoren waarmee meer stroom kan worden opgewekt dan op het bedrijf wordt gebruikt. Het resterende opgewekte stroom wordt weer teruggeleverd aan het net. De mest die niet op het eigen bedrijf wordt toegepast, wordt afgevoerd naar een mestvergister in Wijster. En deze vergister wordt biogas opgewekt en de meststof dat overblijft gaat naar akkerbouwers. In de beantwoording van de eerder gestelde vragen is de term

innovatieve kringloop landbouw gebruikt om dit bedrijf te vergelijken

met een biologische legkippenhouderij. Een biologische

legkippenhouderij hoeft ook geen eigen land te hebben waar voer

wordt verbouwd of mest wordt afgezet en voldoet daardoor niet, of

nauwelijks meer aan de term kringlooplandbouw dan dit bedrijf.

Dit bedrijf is innovatief ten opzichte van biologische landbouw omdat

er maatregelen in de vergunning worden voorgeschreven om de

ammoniakemissie en de fijnstofemissie vanuit de stallen te beperken.

De biologische legkippenhouderij is van deze maatregel wettelijk

vrijgesteld.

2. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat er geen sprake is van

een circulair systeem wanneer er 2x per week een vrachtwagen met

krachtvoer wordt geleverd en eenmaal per twee weken een

vrachtwagen met mest wordt afgevoerd? Op basis van welke gegevens

stelt u dat het hier gaat om een voorbeeld van kringlooplandbouw?

zie antwoord op vraag 1.

3. Is het bij u bekend welk percentage van de mest op eigen land wordt

afgezet en welk deel van het voer voor de kippen van het eigen bedrijf

afkomstig is? Hoeveel voer en mest mag er worden aan en afgevoerd

om nog te spreken van kringlooplandbouw?

Het aandeel voer van het eigen bedrijf is verwaarloosbaar. Uit

gegevens van de vergunningaanvrager blijkt dat als beide

kippenstallen volledig in gebruik zijn, er ongeveer 20% van de

kippenmest op het eigen bedrijf (54 ha) wordt aangewend. De

gemeente is voor de bemesting van landbouwgrond overigens niet het

bevoegd gezag, maar dit is de Nederlandse Voedsel en Waren

Autoriteit (NVWA). Ieder agrarisch bedrijf moet een

mestboekhouding bijhouden om aan te tonen dat aan de wettelijke

maximum bemestingsnormen wordt voldaan.

4. Kippen zijn van nature bosdieren en zullen geen open veld of terrein

betreden omdat ze zich daar onveilig voelen. Er zullen op strategische

plekken bosjes, bomen en andere schuilplaatsen geplaatst moeten

worden. Bent u voornemens dit mee te nemen in de beoordeling van de

aanvraag? Indien er geen bosjes en dergelijke zijn, bent u het met de

Partij voor de Dieren eens dat dan in informeel opzicht geen sprake is

van vrije uitloop en dat niet sprake is van een diervriendelijk bedrijf,

omdat zonder struiken en boompjes de kippen niet naar buiten gaan

omdat dit tegen hun natuurlijke gedrag ingaat?

- Wij zijn het met de Partij voor de Dieren eens dat de vrije uitloop

optimaal moet worden benut door de vrije uitloop zo toegankelijk

mogelijk te maken en voor bosjes en ander schuilplaatsen te zorgen.

Echter wij zijn niet voornemens hiervoor voorschriften aan de

vergunning te verbinden, omdat dit een taak is van de

kwaliteitsbewakers van de vrije uitloopeieren om eisen te stellen aan

de toegankelijkheid en inrichting van de vrije uitloopruimte.

Om te garanderen dat het bedrijf zich houdt aan de regels voor vrije

uitloop eieren wordt het bedrijf minimaal 4 keer per jaar

onaangekondigd bezocht door inspecteurs van de Nederlandse

Controle Autoriteit Eieren (NCAE).

5. Buurtbewoners geven aan geen kippen rond het bedrijf te zien. Is het

bij u bekend of de 15 ha vrije uitloop waarover het bedrijf moet

beschikken om de reeds aanwezige kippen Freiland kippen te mogen

noemen, op dit moment zodanig is ingericht dat de kippen het terrein

gebruiken?

- In de bestaande stal zitten minder kippen dan vergund dus is er ook

minder uitloopruimte nodig en in gebruik. Het bedrijf ligt aan een

doodlopende weg op behoorlijke afstand van het dorp, zodat de

bewoners redelijkerwijs alleen kippen rond het bedrijf kunnen zien als

ze het bedrijf bezoeken of gebruik maken van het nieuwe fietspad

langs het Eemskanaal. Er is momenteel wel 4 m2 uitloopruimte per

kip beschikbaar. De vergunningaanvrager geeft aan dat de bestaande

uitloopruimte is gecontroleerd en akkoord bevonden door de NCAE.

6. De kippen zullen een deel van de vrije uitloop moeten delen met de op

het bedrijf aanwezige paarden. Volgens welke regelgeving is dit

geoorloofd? Hoeveel andersoortige dieren kunnen volgens deze

regelgeving het terrein met Freiland kippen delen wanneer iedere kip

4 m² tot zijn beschikking moet hebben?

- Daar is geen regelgeving voor bekend. Het delen van de uitloopruimte

met paarden is geen probleem voor het keurmerk voor vrije

uitloopeieren.

7. De op de plattegronden aangegeven percelen voor de vrije uitloop zijn

niet allen in het bezit van het pluimveebedrijf en staan bij het kadaster

bovendien beschreven als akkerbouw. Is er voor deze percelen een

huurovereenkomst overlegd? Zo ja, zullen deze percelen (door middel

van een bestemmingswijziging) een gebruikersfunctie krijgen die

gericht is op het houden van Freiland kippen? Zo nee, waarom niet?

Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze feiten helder

moeten zijn, voordat de vergunningsaanvraag überhaupt beoordeeld

kan worden? Zo nee, waarom niet?

- Wij zijn het met de Partij voor de Dieren eens dat feiten helder dienen

te zijn omdat een aanvraag anders niet op juiste feiten worden

beoordeeld. Beschrijvingen van het kadaster zijn geen toetsingsgrond

voor vergunningverlening. Het bestemmingsplan is dat wel. De

percelen op de plattegronden hebben een agrarische bestemming en

kunnen zowel als weiland (vrije uitloop) als akkerland worden

gebruikt. Hiervoor is geen bestemmingsplanwijziging nodig. De

vergunningaanvrager geeft aan dat na de vergunningverlening en

realisatie van de stal desbetreffende percelen gereed gemaakt gaan

worden als uitloopruimte voor de kippen.

Desgevraagd heeft de vergunningaanvrager aangegeven dat het bedrijf

op dit moment 54 ha groot is, waarvan 35 ha eigen grond. De

benodigde uitloopruimte is op dit moment al in eigendom of wordt

gepacht. Er hoeven geen (nieuwe) huurcontracten te worden

afgesloten en te worden overlegd voor de aangegeven vrije

uitloopruimte.

8. In het bestemmingsplan buitengebied van de voormalige gemeente

Ten Boer staat dat er een intensieve veehouderij aan het Eemskanaal

Noorzijde gevestigd is. Kunt u bevestigen dat dit de pluimveehouderij

betreft die om uitbreiding vraagt? Zo ja, waarom ziet u deze

veehouderij niet als intensief?

- In 2003 is de pluimveestal gebouwd en direct als vrije uitloopstal in

gebruik genomen. Op 1 juni 2011 is de vergunning verleend om het

aantal kippen in de bestaande stal uit te breiden van 15.000 tot 38.000.

Dit was mogelijk omdat het huisvestingssysteem in de stal aangepast

werd. Hierdoor kwam meer leefoppervlak beschikbaar. Omdat de

legkippenhouderij door de aanwezigheid van vrije uitloop door de

gemeente Ten Boer nooit is beschouwd als intensieve veehouderij

volgens de toen (2003 en 2011) geldende bestemmingsplan(nen), heeft

deze locatie in het huidige bestemmingsplan geen aanduiding:

"intensieve veehouderij". Deze aanduiding zit alleen op het adres

Eemskanaal Noordzijde 11 in Woltersum.

9. Onlangs deed de Raad van State uitspraak over Het Programma

Aanpak Stikstof (PAS). Het is hierdoor mogelijk dat bedrijven die

voorheen alleen een vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie hoefden aan te

leveren, alsnog herbeoordeeld moeten worden. In hoeverre geldt dit

volgens u voor dit bedrijf en kunt u dit toelichten? Bent u hierover

reeds in overleg geweest met de provincie? Zo ja, wat waren hiervan

de uitkomsten? Zo nee, waarom niet?

- De consequenties van de uitspraak van de Raad van State zijn nog niet

duidelijk. Direct na de uitspraak zijn wij gestart met het in kaart

brengen van mogelijke gevolgen voor nieuwe, lopende en bestaande

vergunningen en projecten in de gemeente Groningen. We hebben

hierover gesproken met de provincie, als bevoegd gezag voor de Wet

natuurbescherming. De provincie is aangesloten bij de landelijke

aanpak vanuit het interdepartementaal crisisteam. De VNG is daar

ondertussen ook bij aangeschoven. Voor dit concrete initiatief heeft de

provincie Groningen op 28 februari 2018 een vergunning Wet

natuurbescherming verleend. De provincie gaat er vanuit dat

onherroepelijk verleende vergunningen op basis van de Wet

natuurbescherming van kracht blijven. Zie verder bijgaande

kamerbrief d.d. 27 juni 2019

https://www.rijksoverheid.nl/d...

amerbrief-over-stand-van-zaken-programma-aanpak-stikstof-pasvoor-

de-korte-termijn.

10. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat bij een aanvraag

voor een uitbreiding of een nieuw te bouwen veehouderij, waar het

welzijn van veel dieren op het spel staat, de

beoordeelaars/ambtenaren ook de situatie ter plekke zouden moeten

beoordelen? Graag een toelichting.

-Het is nuttig om de situatie ter plekke te bekijken om een beeld van

het bedrijf te krijgen, voor zover het bedrijf al is opgericht. Het is

echter niet noodzakelijk omdat vergunningverlening geschiedt op

basis van de aanvraag. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

(NVWA) controleert het dierenwelzijn en dit is niet de taak van de

gemeente. In 2016 is voor het laatst een milieucontrole uitgevoerd door de

Omgevingsdienst. Toen maakte dit bedrijf een goede indruk. Ook is in

het kader van de aanvraag omgevingsvergunning en de gestelde

vragen een informatief bezoek gebracht aan het bedrijf. Volgens de

medewerker van de Omgevingsdienst maakten de kippen een goede

verzorgde, rustige en tevreden indruk. Het bezoek is als nuttig ervaren

en werd gewaardeerd door de vergunningaanvrager. Het heeft niet

geleid tot een aanpassing van het milieuadvies voor de vergunning.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen