Schrif­te­lijke vragen betref­fende kosten en baten honden­be­lasting


Indiendatum: jan. 2014

Aan het college van Burgemeester en Wethouders
Grote Markt 1
9712 HN Groningen

Datum: 22 januari 2014

Betreft: schriftelijke aanvullende vragen door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen betreffende kosten en baten hondenbelasting

Geacht college,

Artikel 226 van Gemeentewet biedt gemeenten de mogelijkheid om hondenbelasting te heffen. De opbrengst van deze belasting kan door de gemeente worden aangewend voor bijvoorbeeld de aanleg van voorzieningen en/of de bestrijding van overlast door hondenpoep. Gemeenten zijn echter niet verplicht om de hondenbelasting als bestemmingsheffing te beschouwen. Veelal wordt de opbrengst van de belasting aangewend om een gat in de begroting te dichten. De hond als melkkoe, zeg maar. In deze gemeente worden de honden flink uitgemolken: hier is landelijk gezien de hondenbelasting het hoogst.

Begin januari 2013 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak gedaan over het heffen van hondenbelasting in de gemeente Sittart-Geleen voor algemene middelen. De rechter oordeelde dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel; het is niet eerlijk om één bepaalde groep extra te laten bijdragen aan de gelden voor algemene middelen. De hondenbelasting zou dus gebruikt moeten worden als bestemmingsheffing (een belasting voor een specifiek doel), en niet als algemene heffing.

Het gerechtshof vond dat de kosten die de gemeente maakt als gevolg van de hondenbezitter het belangrijkste motief moet zijn voor het heffen van hondenbelasting. Ook moet de hoogte van het bedrag in overeenstemming zijn met de kosten die de gemeente maakt.

Helaas oordeelde de Hoge Raad later dat gemeentes het recht hebben hondenbelasting te heffen en deze te gebruiken voor de algemene middelen.

Desondanks gaan steeds meer stemmen op om hondenbelasting af te schaffen.

De Partij voor de Dieren ziet de hondenbelasting als een onjuiste manier om aan overheidsinkomsten te komen. De invoering van de hondenbelasting stamt nog uit de tijd van de hondenkar. De overheid zag hierin een mogelijkheid om transportbelasting te heffen. Ook al is de hondenkar gelukkig al lang verdwenen, de belasting op het bezit van een hond bestaat nog steeds. De Partij voor de Dieren vindt dat gemeenten die hondenbelasting heffen de opbrengsten moeten besteden aan voorzieningen die rechtstreeks aan honden of andere dieren ten goede komen. Te denken valt aan de opvang van in het wild levende dieren, dierenambulances, castratieprogramma’s voor verwilderde katten, de aanleg van honden-wc’s en de uitbreiding van uitrengebieden.

In de gemeente Zuidhorn is de discussie over de invoering van hondenbelasting enkele jaren geleden gevoerd. Gebleken is dat de uitvoeringslasten van deze vorm van belasting (m.n. administratie- en handhavingskosten) dermate hoog zijn, dat de opbrengst daar niet tegenop weegt. Daarom is destijds besloten af te zien van de invoering van hondenbelasting.

Wij willen u graag enkele vragen stellen over dit onderwerp.
1. Wat zijn de uitvoeringskosten van hondenbelasting in Groningen? Graag uitgesplitst in administratie- en handhavingskosten.
2. Wat kwam er in 2013 binnen aan hondenbelasting? Wat blijft er over, als we de kosten van de baten aftrekken? Is dit bedrag voor u een reden om af te zien van verdere inning?
3. De Partij voor de Dieren is altijd voorstander geweest van de invoering van de poep-opruimplicht, maar bij hondeneigenaren heeft het veel kwaad bloed gezet dat deze samen met een totale aanlijnplicht werd ingevoerd. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het afschaffen van de hondenbelasting het draagvlak voor het hondenbeleid in de stad zou vergroten?
4. Welke kosten is de gemeente doorgaans kwijt aan het feit dat er honden in de stad leven? Dan bedoelen wij kosten als eventuele vervuiling en vernieling, niet de kosten die gemaakt zijn om het nieuwe hondenbeleid vorm te geven, zoals de bordjes die bij de hondenuitlaatgebieden staan en dergelijke.
5. Indien u de hondenbelasting niet wilt afschaffen, zou U dan tenminste bereid zijn inzichtelijk te maken aan welke zaken deze belasting wordt uitgegeven?
6. De hondenbelasting is de afgelopen jaren sterk gestegen. Op dit moment betaalt iemand voor één hond 112,80 euro, voor een tweede 167,40 erbij, en voor een derde er nog eens 225,60 euro bij. Bij een tweede en al helemaal bij een derde hond wordt de belasting per hond dus significant hoger. Dit, terwijl die tweede hond niet tot meer eventuele overlast of schade zal leiden. Waarom heeft het college niet gekozen voor een verdubbeling van de hondenbelasting, wat toch logischer lijkt.

Met vriendelijke groet,

Gerjan Kelder
Partij voor de Dieren

Indiendatum: jan. 2014
Antwoorddatum: 12 feb. 2014

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u toekomen ons antwoord op de door de heer Kelder van de fractie van de Partij voor de Dieren gestelde vragen over de kosten en baten van de hondenbelasting. De brief van de vragensteller treft u als bijlage aan.

1. Wat zijn de uitvoeringskosten van hondenbelasting in Groningen? Graag uitgesplitst in administratie- en handhavingskosten.

De gemeente heeft in 2013 € 315.000,- besteed aan de heffing van hondenbelasting in de Stad.
Deze kosten bestaan voor € 85.000,- uit handhavingskosten, en voor € 230.000,- uit overige administratieve kosten. De overige administratieve kosten bestaan onder anderen uit het aan- en afmelden van honden in het belastingsysteem, en het afliandelen van bezwaar- en beroepschriften.

2. Wat kwam er in 2013 binnen aan hondenbelasting? Wat blijft er over, als we de kosten van de baten aftrekken? Is dit bedrag voor u een reden om af te zien van verdere inning?

In 2013 bedroeg de opbrengst van de hondenbelasting € 816.000,-. Na aftrek van de kosten zoals vermeld bij vraag 1 blijft een bedrag van€ 501.000,- over. Wij zien in deze cijfers geen ruimte om van de heffmg van hondenbelasting af te zien.

3. De Partij voor de Dieren is altijd voorstander geweest van de invoering van de poepopruimplicht, maar bij hondeneigenaren heeft het veel kwaad bloed gezet dat deze samen met een totale aanlijnplicht werd ingevoerd. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het afschaffen van de hondenbelasting het draagvlak voor het hondenbeleid in de stad zou vergroten?

Gezien definancielesituatie van de gemeente is het afschaffen van de hondenbelasting geen optie. De hondenbelasting is geen doelbelasting. De opbrengsten ervan worden deels gebruikt voor kosten die gerelateerd zijn aan hondenbezit en daamaast via de algemene middelen ingezet.

Voor de volledigheid: de algemene opruimplicht is niet samen met een totale aanlijnplicht ingevoerd. De aanlijnplicht bestond al, losloopgebieden en - routes vormen hierop een uitzondering.

4. Welke kosten is de gemeente doorgaans kwijt aan hetfeit dat er honden in de stad leven? Dan bedoelen wij kosten als eventuele vervuiling en vernieling, niet de kosten die gemaakt zijn om het nieuwe hondenbeleid vorm te geven, zoals de bordjes die bij de hondenuitlaatgebieden staan en dergelijke.

Wij besteden jaarlijks structured 110 duizend euro aan zaken die met hondenbezit hebben te maken. Het gaat dan om de kosten voor: beleid, handhaving, communicatie, proeven met loslooproutes (ook exteme ondersteuning), herschikken afvalbakken, afbakening en onderhoud hondengebieden. Daamaast besteden wij geld uit de algemene middelen aan bijvoorbeeld het legen van afvalbakken, waar ook hondenpoep in zit. De kosten hiervan zijn echter niet te kwantificeren. Zie ook het antwoord op vraag 5.

5.Indien u de hondenbelasting niet wilt afschaffen, zou U dan tenminste bereid zijn inzichtelijk te maken aan welke zaken deze belasting wordt uitgegeven?
De opbrengsten van de hondenbelasting komen net als de opbrengsten van bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. De algemene middelen worden aan een veelheid van verschillende zaken besteed. De gemeente zet het geld bijvoorbeeld in voor het onderhoud van straten, groenvoorzieningen, openbare orde, veiligheid en sportgelegenheden en het schoonhouden van de stad.

Bij het bestemmen van de algemene middelen wordt geen onderscheid gemaakt naar de herkomst van deze middelen. Het onderscheid waar u om vraagt is daarom niet te geven.

6. De hondenbelasting is de afgelopenjaren sterk gestegen. Op dit moment betaalt iemand voor een hond € 112,80, voor een tweede hond € 167,40 erbij,envooreenderdeernogeens€225,60 bij. Bij een tweede en al helemaal bij een derde hond wordt de belasting per hond dus significant hoger. Dit, terwijl die tweede hond niet tot meer eventuele overlast of schade zal leiden. Waarom heeft het College niet gekozen voor een verdubbeling van de hondenbelasting, wat toch logischer lijkt

De huidige progressieve tariefstmctuur maakt het relatief aantrekkelijk om slechts een in plaats van meerdere honden te houden. Het risico op overlast en schade is bij het houden van meerdere honden groter dan warmeer iemand slechts een hond heeft. Daamaast brengt de tariefstmctuur met zich mee dat het houden van een hond als huisdier voor zoveel mogelijk inwoners, met alle mogelijke positieve effecten op de sociale contacten en het algemene welbevinden voor de betrokkenen, toch nog tot de mogelijkheden blijft behoren.

Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Groningen,

de burgemeester,
dr. R.L.(Ruud) Vreema

de secretaris, drs. M.A.Ruys

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer