Schrif­te­lijke vragen: bomenkap in de achtertuin


Indiendatum: 10 jan. 2024

Aan: College B&W Groningen

Groningen, 10 januari 2024

Betreft: Vragen ex artikel 36 RVO over Bomenkap in de achtertuin

Geacht college,

In januari 2022 is de raad middels de collegebrief ‘Evaluatie beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2021’ geïnformeerd over het herzien van de beleidsregels omtrent bomenkap en zijn deze sindsdien aangescherpt.1 De fractie van de PvdD heeft vragen over de criteria en herplantplicht van bomen in particuliere tuinen, met name in achtertuinen2.

Uit technische navraag en controle van vergunningen, gepubliceerd op overheid.nl, blijkt dat slechts 10% van de aangevraagde vergunningen wordt geweigerd.3 Ook blijkt uit navraag bij VTH (Vergunningverlening Toezicht en Handhaving) dat herplant veelal niet kan worden opgelegd, omdat de tuin (volgens de ‘kan’ bepaling) geen ruimte biedt. Onze fractie maakt zich zorgen dat door gebruikmaking van de huidige criteria in de APVG te veel bomen worden gekapt en dat in de meeste gevallen geen compensatie wordt opgelegd.

1. Herkent het college het beeld dat slechts om en de nabij tien procent van de aangevraagde kapvergunningen wordt geweigerd en door toepassing van de huidige afwegingscriteria de kap van een particuliere boom in de achtertuin in de meeste gevallen vergund wordt?

2. Kan het college een overzicht geven van hoe vaak de `kan` bepaling (mogelijkheid tot herplant in eigen tuin) in 2022 en 2023 is toegepast ten opzichte van 2021?

3. Hoe beoordeelt het college deze cijfers gezien de aanscherping van beleidsregels begin 2022 en het voornemen meer maatwerk en compensatie toe te passen?

4. Kan het college aangeven in hoeveel gevallen er bij de ‘kan’ bepaling een financiële compensatie istoegepast -te betalen door de aanvrager- van de kapvergunning, en op welke wijze compensatie elders - in de straat - heeft plaatsgevonden? Bij het nemen van een besluit over een aangevraagde kapvergunning wordt gebruik gemaakt van een belangenafwegingsformulier dat is opgenomen in de APVG.4 Over dit afwegingsformulier hebben wij enkele vragen.

5. In Artikel 2 van het formulier worden o.a. ecologische positieve waarden gemeten en in Artikel 3 de overlastwaarden. Hoe vindt het college deze waarden tussen deze twee artikelen verhouden? Bijvoorbeeld vruchten, zaden en bloemen worden als ‘overlast’ criterium beoordeeld terwijl bloemen en zaden bijdragen aan een rijker insectenleven en vogels voedsel bieden.

6. Is het college met ons van mening dat de afwegingscriteria op dit moment te eenzijdig gericht zijn op het voorkomen van overlast voor mensen in plaats van in deze de ecologische samenhang te beschouwen?

7. Bijvoorbeeld, als overlast wordt een gebrek aan uitzicht als negatief beoordeeld. Hoe verhoudt deze waarde zich ten opzichte van de ecologische waarden? Acht het college dit criterium, gezien de klimaatomstandigheden als hittestress en wateroverlast, nog steeds actueel?

8. Het college wil het boomkroonvolume in de gemeente laten toenemen. Dit vinden wij een mooi voornemen en tegelijkertijd een grote opgave. Hoe kijkt het college aan tegen het hiermee tegenstrijdige feit, dat boomkroonvolume in de beoordeling een reden kan zijn voor het verlenen van een kapvergunning?

9. Is het college het met ons eens dat deze afwegingscriteria aan herziening toe zijn?

Tot slot hebben wij nog enkele vragen over de transparantie van de verleende kapvergunningen en welke afwegingsscores bij een besluit zijn toegepast. Na het invullen van het scoreformulier en een bezoek aan de locatie, wordt door VTH een besluit geformuleerd. Dit besluit kan door inwoners bij het loket van VTH worden opgevraagd nadat dit besluit geanonimiseerd is. VTH heeft - na technische navraag - aangegeven dat vanwege de invoering omgevingswet de grotere besluiten wettelijk verplicht openbaar moeten worden gemaakt en dat dit mogelijkheden biedt om ook besluiten van kapvergunningen openbaar te maken.

10. Ziet het college de toegevoegde waarde om het rapport volgend op het afwegingskader geanonimiseerd en automatisch via overheid.nl beschikbaarte maken zodat inwoners deze niet meer bij VTH per verleende vergunning hoeven op te vragen?

11. Indien het college de waarde van deze transparantie met ons deelt, kan het college een tijdspad geven wanneer dit technisch gerealiseerd kan worden?

12. Kan het college daarbij haar gedachten met ons delen op welke wijze de opgelegde herplantplicht en compensatiemaatregelen in het geval van particuliere kap beter inzichtelijk gemaakt kan worden?

Tot zover, dank en vriendelijke groet,

Terence van Zoelen

Partij voor de Dieren

1 https://gemeenteraad.groningen...

2 Inclusief huur en woningbouwcoöperaties

3 https://bomeningroningen.nl/mo...

4 https://lokaleregelgeving.over...:

Indiendatum: 10 jan. 2024
Antwoorddatum: 7 feb. 2024

Hierbij ontvangt u ons antwoord op de schriftelijke vragen ex art. 36 RvO van de heer T. van Zoelen van de Partij voor de Dieren over Bomenkap in de achtertuin. De brief van de vragensteller treft u als bijlage aan.

1. Herkent het college het beeld dat slechts om en de nabij tien procent van de aangevraagde kapvergunningen wordt geweigerd en door toepassing van de huidige afwegingscriteria de kap van een particuliere boom in de achtertuin in de meeste gevallen vergund wordt?

Ja, we herkennen het beeld dat circa tien procent van de aangevraagde kapvergunningen wordt geweigerd. We zijn zuinig op ons bomenbestand en willen zoveel mogelijk bomen behouden. Daarom wordt een groot deel van de kapaanvragen al aan de voorkant, voorafgaand aan de vergunningprocedure,,besproken met de aanvrager. Wanneer geen vergunning kan worden afgegeven, zal geen aanvraag worden ingediend en kan er dus ook geen weigering volgen.

Vooroverleg leidt tot minder aanvragen en dus minder weigeringen.

2. Kan het college een overzicht geven van hoe vaak de `kan` bepaling (mogelijkheid tot herplant in eigen tuin) in 2022 en 2023 is toegepast ten opzichte van 2021?

De ‘kan’ bepaling houdt in dat we in uitzonderlijke gevallen kunnen afwijken van het opleggen van een herplantplicht. Bijvoorbeeld bij een overlast gevende grote boom in een zeer kleine tuin waarbij het niet redelijk is om een herplant of een financiële compensatie op te leggen. In de tabel op de volgende bladzijde geven we vanaf 2021 tot en met 2023 aan bij hoeveel vergunningen de ‘kan’ bepaling is toegepast en geen herplant is opgelegd.

Op basis van deze cijfers is een dalende trend zichtbaar.

Jaar

Aantal vergunningen

geen herplant (‘kan’ bepaling)

Onderliggend aantal bomen
2021
2022
2023
108
69
65
138
105
89

3. Hoe beoordeelt het college deze cijfers gezien de aanscherping van beleidsregels begin 2022 en het voornemen meer maatwerk en compensatie toe te passen?

Voorheen gold geen herplantplicht voor een overlast veroorzakende boom op een perceel kleiner dan 300 m² waarbij een nieuwe boom in de toekomst weer voor overlast kon zorgen. Sinds de harmonisatie van de beleidsregels geldt de herplantverplichting ook voor dit soort situaties. Hierbij is in het beleid opgenomen dat bij niet voorziene en/of kennelijk zeer onredelijk benadelende situaties we in uitzonderlijke gevallen van de herplantplicht kunnen afzien (‘kan’ bepaling). Door het toepassen van meer maatwerk zoals vaker herplant opleggen voor het planten van een kleiner blijvende boom, hebben we in 2022 en 2023 minder vaak gebruik hoeven te maken van de ‘kan’ bepaling. Het vaker opleggen van een herplantverplichting voor particuliere kleine tuinen levert een bijdrage aan onze vergroeningsdoelstellingen.

4. Kan het college aangeven in hoeveel gevallen er bij de ‘kan’ bepaling een financiële compensatie is toegepast -te betalen door de aanvrager- van de kapvergunning, en op welke wijze compensatie elders - in de straat - heeft plaatsgevonden?

Deze bepaling is niet toegepast voor particuliere aanvragers. In die gevallen dat we geen herplant konden opleggen ging het veelal om de kap van overlast gevende grote bomen in zeer kleine tuinen waarbij we het niet redelijk vonden om herplant of een financiële compensatie op te leggen.

Bij het nemen van een besluit over een aangevraagde kapvergunning wordt gebruik gemaakt van een belangenafwegingsformulier dat is opgenomen in de APVG.1

Over dit afwegingsformulier hebben wij enkele vragen.

5. In Artikel 2 van het formulier worden o.a. ecologische positieve waarden gemeten en in Artikel 3 de overlastwaarden. Hoe vindt het college deze waarden tussen deze twee artikelen verhouden? Bijvoorbeeld vruchten, zaden en bloemen worden als ‘overlast’ criterium beoordeeld terwijl bloemen en zaden bijdragen aan een rijker insectenleven en vogels voedsel bieden.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarbij de motivering ‘overlast’ is, maken we gebruik van een belangenafwegingsformulier. Op dit formulier komt zowel het belang voor het behoud als het belang voor het verwijderen van de

1 https://lokaleregelgeving.over...:

houtopstand deels via een score naar voren. De beoordeling vindt deels plaats op basis van subjectieve waarden waaronder ecologische waarde en effect op hittestress en deels op basis van objectieve waarden in de scoringstabellen. In gezamenlijkheid wordt vervolgens een belangenafweging gemaakt op de aanvraag. Vruchten, zaden en bloesem zijn van belang voor de biodiversiteit. Echter kunnen bewoners hier ook overlast van ondervinden als het jaarlijks gaat om grote hoeveelheden. Overlast door vruchten, zaden en bloesem is over het algemeen zeer seizoensgebonden en kortdurend. Meestal kan de overlast worden verminderd door vaker te snoeien of te vegen. Daarom nemen we dit alleen in de afweging mee als er sprake is van jaarlijks terugkerende extreme overlast waarbij maatregelen zoals snoeien of vaker vegen de overlast niet wegnemen.

6. Is het college met ons van mening dat de afwegingscriteria op dit moment te eenzijdig gericht zijn op het voorkomen van overlast voor mensen in plaats van in deze de ecologische samenhang te beschouwen?

Nee, overlast is een reden voor een aanvraag, maar nimmer een losstaande reden om een vergunning af te geven. Het afwegingskader voortvloeiend uit het beleid is veel breder waarbij ook de ecologische waarde wordt meegenomen.

7. Bijvoorbeeld, als overlast wordt een gebrek aan uitzicht als negatief beoordeeld. Hoe verhoudt deze waarde zich ten opzichte van de ecologische waarden? Acht het college dit criterium, gezien de klimaatomstandigheden als hittestress en wateroverlast, nog steeds actueel?

We hechten veel waarde aan de bomen binnen onze gemeente. Daarom hebben wij vanaf 2021 de beleidsregels ten aanzien van het vervangen van bomen aangescherpt. Ons uitgangspunt hierbij is ‘Niet kappen, tenzij’. Het is noodzakelijk dat bomen en groen worden behouden en de kwaliteit van het bestaande groen verder wordt versterkt zodat het groen nog beter kan voldoen aan de wensen van de toekomst zoals het tegengaan van hittestress en beter bestand zijn tegen boomplagen en ziektes en de effecten van klimaatverandering. Als er sprake is van overlast van een boom dan maken we een zorgvuldige belangenafweging door de ervaren overlast af te wegen tegen de waarde van een boom. Om die afweging zo objectief mogelijk uit te voeren maken we gebruik van het belangenafwegingformulier. Gebrek aan uitzicht is geen standaard onderdeel van de belangenafweging en komt daarom niet voor op het belangenafwegingsformulier. We kappen dus geen bomen vanwege gebrek aan uitzicht. Alleen in uitzonderlijke gevallen wanneer er sprake is van meerdere overlastredenen kan gebrek aan uitzicht worden meegenomen in de belangenafweging. In de praktijk kom dit echter niet voor.

8. Het college wil het boomkroonvolume in de gemeente laten toenemen. Dit vinden wij een mooi voornemen en tegelijkertijd een grote opgave. Hoe kijkt het college aan tegen het hiermee tegenstrijdige feit, dat boomkroonvolume in de beoordeling een reden kan zijn voor het verlenen van een kapvergunning?

Kroonvolume kan in sommige gevallen doorslaggevend zijn in de totale afweging tussen boomwaarde en overlastwaarde. In sommige gevallen is een boom simpelweg te groot geworden voor de plantplaats en is de overlast onevenredig.

Voor behoud van het kroonvolume hebben we herplantregels vastgesteld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden herplant naar boomkroonvolume, bij particulieren 1 op 1. Daarnaast zorgen we voor het vergroten van het kroonvolume door extra bomen aan te planten via het project 5000 bomen in 5 jaar. In 2024 stellen we een Urban Forest Masterplan op en zullen we uitgangpunten opstellen voor behoud en vergroten van boomkroonvolume.

9. Is het college het met ons eens dat deze afwegingscriteria aan herziening toe zijn?

Nee, sinds 2022 werken we tot volle tevredenheid met het belangenafwegingsformulier bij overlast. Door de extra afwegingscriteria en toevoeging van subjectieve criteria kunnen we kapaanvragen bij overlastsituaties breder beoordelen. Het formulier voldoet in z’n geheel. We zien op dit moment dan ook geen reden om de afwegingscriteria aan te passen. Tot slot hebben wij nog enkele vragen over de transparantie van de verleende kapvergunningen en welke afwegingsscores bij een besluit zijn toegepast. Na het invullen van het scoreformulier en een bezoek aan de locatie, wordt door VTH een besluit geformuleerd. Dit besluit kan door inwoners bij het loket van VTH worden opgevraagd nadat dit besluit geanonimiseerd is.

VTH heeft - na technische navraag - aangegeven dat vanwege de invoering omgevingswet de grotere besluiten wettelijk verplicht openbaar moeten worden gemaakt en dat dit mogelijkheden biedt om ook besluiten van kapvergunningen openbaar te maken.

10. Ziet het college de toegevoegde waarde om het rapport volgend op het afwegingskader geanonimiseerd en automatisch via overheid.nl beschikbaar te maken zodat inwoners deze niet meer bij VTH per verleende vergunning hoeven op te vragen?

Ja, we zien de toegevoegde waarde ervan in. In het kader van de nieuwe Omgevingswet werkt VTH sinds 1 januari met een nieuw zaaksysteem/proces. Dit proces biedt (met AI) de mogelijkheid om in het proces documenten te anonimiseren en te publiceren. Op dit moment gebeurt dit nog handmatig met alleen de uitgebreide procedures. De huidige werkwijze is te arbeidsintensief binnen de beschikbare capaciteit. Zodra de AI-tool is getest, zal de kapvergunning het eerste product zijn dat we toevoegen aan deze werkwijze.

11. Indien het college de waarde van deze transparantie met ons deelt, kan het college een tijdspad geven wanneer dit technisch gerealiseerd kan worden?

Ons streven is om dit in Q2 2024 mogelijk te maken.

12. Kan het college daarbij haar gedachten met ons delen op welke wijze de opgelegde herplantplicht en compensatiemaatregelen in het geval van particuliere kap beter inzichtelijk gemaakt kan worden?

Zodra we alle besluiten publiceren is het mogelijk om in het besluit te lezen welke herplantplicht is opgelegd. Ook wanneer er geen herplantplicht is opgelegd, is de motivatie hiervoor in het besluit opgenomen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen,

burgemeester, secretaris,

Koen Schuiling Christien Bronda