Schrif­te­lijke vragen over homo­geweld in Groningen


Indiendatum: mei 2016

Geacht college,

Op 3 april jl. zijn 2 vrouwen in het centrum van Groningen in elkaar geslagen, omdat ze lesbisch zijn. De Partij voor de Dieren heeft daarna, in samenwerking met COC Groningen & Drenthe en gesteund door de hele gemeenteraad, een mars voor respect en liefde georganiseerd, om zo meer aandacht te vragen voor toenemende intolerantie en geweld tegen LHBT-ers in de stad. Sindsdien zijn door gemeente en politie enkele mooie beloftes gedaan. De Partij voor de Dieren wil voorkomen dat het bij intenties en beloftes blijft.

De uitzending van het programma “Danny zoekt problemen” op 18 mei jl., laat zien dat er in de homogemeenschap een groot wantrouwen heerst jegens de politie. Slachtoffers van homogeweld en homodiscriminatie voelen zich niet serieus genomen en hebben het idee dat er weinig tot niets met hun aangiftes wordt gedaan. Er wordt een beeld geschetst van gemeente en politie die veel beloftes doen, maar uiteindelijk weinig actie ondernemen. Er zou zelfs sprake zijn van een ontkenningscultuur bij de politie.

Omdat dit in schril contrast staat met de beloftes van de burgemeester en politie over harder en adequater optreden en de rol van Groningen als Regenbooggemeente, wil de Partij voor de Dieren het college enkele vragen voorleggen:

1. Is het college op de hoogte van het gevoel van wantrouwen jegens de politie binnen de homogemeenschap?

2. In de uitzending spreekt een van de slachtoffers van het homogeweld over nalatigheid van de politie, zelfs na de beloftes die op 15 april door onder andere districtchef Pennings namens de politie zijn gedaan. De slachtoffers hebben zelf de getuige moeten opsporen, maar toen deze zich bij de politie had gemeld zou de politie hem weg hebben gestuurd met het verzoek om over acht dagen terug te komen. Klopt deze informatie en is het college dan op de hoogte van deze wijze van handelen van de politie?

3. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat getuigenverklaringen zo snel mogelijk afgenomen moeten worden, gelet op de afname van de betrouwbaarheid naarmate de tijd verstrijkt? Zo ja, is het dan niet vreemd dat de politie de getuige in kwestie vraagt om pas over 8 dagen terug te komen, terwijl al 4 weken verstreken zijn sinds de mishandeling?

4. Na 2,5 week zou de politie de camerabeelden van de mishandeling nog niet binnen hebben, volgens één van de slachtoffers omdat die procedure via ‘de gemeente’ verloopt. Kan het college bevestigen dat ‘de gemeente’ (mede)verantwoordelijk is voor het verstrekken van het beeldmateriaal bij zulke voorvallen van geweld?

5. Wat vindt het college van het feit dat de beelden van de mishandeling na 2,5 week nog steeds niet bij de politie terecht waren? Weet het college of zulke termijnen een norm zijn?

6. Kan het college iets doen om de termijn voor aanlevering van beeldmateriaal bij geweldsmisdrijven te verkorten?

7. In hoeverre heeft het college inzicht in de politiecultuur en het politieoptreden bij meldingen van geweldsmisdrijven en discriminatie tegenover seksuele minderheden?

8. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de politiecultuur, gezien de verschillende geluiden vanuit de homogemeenschap, goed onder de loep moet worden genomen als het gaat om kwesties zoals hierboven omschreven?

9. Welke concrete plannen heeft het college om het gevoel van wantrouwen jegens de politie bij de homogemeenschap weg te nemen?

10. Een ander groot probleem dat binnen de homogemeenschap wordt aangekaart is het gebrek aan voorlichting over homoseksualiteit op scholen. Het COC heeft meermaals het gebrek aan voorlichting op scholen aangekaart. Wat gaat het college doen aan het gebrek aan voorlichting over homoseksualiteit op scholen?

Vriendelijke groeten,

Gerjan Kelder

Indiendatum: mei 2016
Antwoorddatum: 22 mei 2016

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij bieden wij u ons antwoord aan op de door de heer Kelder van de PvdD gestelde vragen over homogeweld in Groningen. De brief van de vragensteller treft u als bijlage aan.

1. Is het college op de hoogte van het gevoel van wantrouwen jegens de politie binnen de homogemeenschap?
Uiteraard zijn wij op de hoogte van de geluiden die momenteel rondgaan over homogeweld en de cultuur bij de politie in Groningen. Wij nemen deze signalen zeer serieus en zijn daarover in constructief gesprek met het COC Groningen/ Drenthe.
Wij onderzoeken, met het COC Groningen/Drenthe en de politie, wat de geluiden uit de homogemeenschap nu precies in houden en welke maatregelen we kunnen treffen om mogelijke drempels om aangifte te doen weg te nemen. Het COC heeft daartoe een enquête uitgebracht onder haar leden. Uit onze eigen gegevens, zoals de meldingen bij het meldpunt discriminatie of ons paneldeurbeleid komt dit beeld in ieder geval niet naar voren.

2. In de uitzending spreekt een van de slachtoffers van het homogeweld over nalatigheid van de politie, zelfs na de beloftes die op 15 april door onder andere districtchef Pennings namens de politie zijn gedaan. De slachtoffers hebben zelfde getuige moeten opsporen, maar toen deze zich bij de politie had gemeld zou de politie hem weg hebben gestuurd met het verzoek om over acht dagen terug te komen. Klopt deze informatie en is het college dan op de hoogte van deze wijze van handelen van de politie?
Het klopt dat de slachtoffers zelf deze specifieke getuige op het spoor zijn gekomen.
Deze getuige heeft zich op maandag 2 mei 2016 rond 20:00 uur op het politiebureau gemeld. Er is vervolgens met de getuige een afspraak gemaakt voor dinsdag 10 mei 2016 om dan een verklaring af te leggen.
Nadat duidelijk werd dat deze getuige een verklaring wilde afleggen over wat hij gezien heeft in de Oosterstraat is getracht de afspraak te vervroegen. Omdat het telefoonnummer van de getuige niet genoteerd was, is dit niet gelukt. De politie geeft aan dat dit anders had gemoeten: er had eerder onderkend moeten worden dat deze getuige een verklaring wilde afleggen inzake deze specifieke mishandeling in de Oosterstraat, tevens had men het telefoonnummer van de getuige moeten noteren.

3. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat getuigenverklaringen zo snel mogelijk afgenomen moeten worden, gelet op de afname van de betrouwbaarheid naarmate de tijd verstrijkt? Zo ja, is het dan niet vreemd dat de politie de getuige in kwestie vraagt om pas over 8 dagen terug te komen, terwijl al 4 weken verstreken zijn sinds de mishandeling?
Wij zijn van oordeel dat het goed is dat getuigen zo snel mogelijk gehoord worden.

4. Na 2,5 week zou de politie de camerabeelden van de mishandeling nog niet binnen hebben, volgens één van de slachtoffers omdat die procedure via 'de gemeente' verloopt. Kan het college bevestigen dat 'de gemeente' (mede)verantwoordelijk is voor het verstrekken van het beeldmateriaal bij zulke voorvallen van geweld?
De camera's zijn van de gemeente en de beelden worden, indien de politie dit verzoekt, verstrekt ten behoeve van de opsporing.
Op donderdag 7 april 2016 zijn beelden opgevraagd van camera's 3,4, 5,13,12. Op maandag 11 april 2016 zijn de beelden van deze camera's geleverd. Door een storing was eerdere levering van de beelden niet mogelijk.
De beelden van de camera's 7,8,15 zijn op 15 april 2016 aangevraagd en op maandag 16 april 2016 geleverd.
Op dinsdag 19 april 2016 zijn de beelden van camera's 8, 10,11 en 14 opgevraagd. Deze waren op dinsdag 19 april 2016 geleverd.
Op 23 april zijn beelden van alle camera's van de binnenstad opgevraagd. Deze zijn geleverd op 23 april.
In totaal is er 9,5 uur beeldmateriaal aangeleverd. Deze beelden zijn meerdere keren bekeken. In eerste instantie zijn beelden opgevraagd om te bekijken of het incident was vastgelegd. In tweede instantie zijn er ook beelden van andere camera's opgevraagd om met het signalement en later signalementen een dader te achterhalen.
Uiteindelijk zijn de beelden van alle camera's opgevraagd in de hoop een dader te achterhalen. Helaas zonder succes.

5. Wat vindt het college van het feit dat de beelden van de mishandeling na 2,5 week nog steeds niet bij de politie terecht waren? Weet het college of zulke termijnen een norm zijn?
De stelling dat de beelden van de mishandeling na 2,5 week nog steeds niet bij de politie terecht waren is feitelijk onjuist. In principe worden de beelden bij ernstige strafbare feiten op verzoek nog dezelfde dag, dan wel een dag later geleverd. Zie de beantwoording bij vraag 4.

6. Kan het college iets doen om de termijn voor aanlevering van beeldmateriaal bij geweldsmisdrijven te verkorten?
Dit is niet nodig. Zie de beantwoording bij vraag 4 en 5.

7. In hoeverre heeft het college inzicht in de politiecultuur en het politieoptreden bij meldingen van geweldsmisdrijven en discriminatie tegenover seksuele minderheden?
De politie van Groningen neemt slachtoffers, aangevers en melders van delicten waarbij mogelijk sprake is van discriminatoire feitelijkheden serieus. Frequent vindt afstemming plaats tussen politie en het Discriminatie Meldpunt Groningen als het gaat over specifieke casussen. Alle discriminatiezaken die bij de politie bekend zijn gemaakt, worden periodiek in het Regionaal Discriminatie Overleg behandeld.Daarin zijn ook twee andere partijen, te weten het Discriminatie Meldpunt Groningen en het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd.
De politie staat in goede verbinding met het bestuur van het COC Groningen/Drenthe. De politie is zich er van bewust dat de aanpak van discriminatiegeweld tegen homo's onverminderd hoog op de agenda dient te blijven staan. Ook in Noord-Nederland kent de politie een intern netwerk van Roze in Blauw politiemensen. In voorkomende gevallen worden zij nauw betrokken bij meldingen, aangiften en onderzoeken. Er is ruim draagvlak voor het optreden van deze Roze in Blauw collega's. De noodzaak om tot cultuurverandering bij de politie in Noord-Nederland te komen, wordt daarom niet herkend.

8. Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat de politiecultuur, gezien de verschillende geluiden vanuit de homogemeenschap, goed onder de loep moet worden genomen als het gaat om kwesties zoals hierboven omschreven?
Zie de beantwoording bij vraag 1 en 7.

9. Welke concrete plannen heeft het college om het gevoel van wantrouwen jegens de politie bij de homogemeenschap weg te nemen?
Zie de beantwoording bij vraag 1. Wij proberen eerst scherp te krijgen wat er nu precies aan de hand is en zijn daarover in gesprek met het COC. Op basis van deze gesprekken zullen wij verdere acties bepalen.

10. Een ander groot probleem dat binnen de homogemeenschap wordt aangekaart is het gebrek aan voorlichting over homoseksualiteit op scholen. Het COC heeft meermaals het gebrek aan voorlichting op scholen aangekaart. Wat gaat het college doen aan het gebrek aan voorlichting over homoseksualiteit op scholen?
Het klopt dat wij met de voorlichting van het COC Groningen Drenthe en het Discriminatie Meldpunt Groningen (DMG) niet alle scholen in Groningen bedienen. De voorlichting is op aanvraag beschikbaar en niet alle Groninger scholen hebben behoefte aan LHBT-voorlichting. De voorlichting vindt vooral plaats op het voortgezet onderwijs. Binnen de voorlichting van het DMG is naast aandacht voor discriminatie op grond van ras, religie en geslacht ook aandacht voor discriminatie ten aanzien van de seksuele gerichtheid.
De voorlichting van het COC betreft voorlichting over zowel homoseksualiteit, biseksualiteit als genderdiversiteit. Het COC en het DMG financieren deze voorlichting respectievelijk vanuit de rijksgelden regenboogsteden 2015-2017 en het budget emancipatie dat wij aan hen beschikbaar stellen.
Het COC ontving in 2016 17.500 euro voor de uitvoering van het meerjarenplan 2014-2017, waarin naast het geven van voorlichting ook activiteiten ten aanzien asiel, contact en ontmoeting, deskundigheidsbevordering, ouderen, veiligheid, eerstelijns opvang en jongeren zijn opgenomen.
Het DMG krijgt naast de rijkssubsidie die is bedoeld voor het uitvoeren van de wettelijke taken jaarlijks een beperkte aanvullende gemeentelijke subsidie voor het geven van voorlichting op scholen.
Het is een gezamenlijke wens van de LHBT-organisaties in de stad en het DMG om de voorlichting over LHBT al in groep 8 van de basisscholen te starten. Bijvoorbeeld in de vorm van een pilot op een aantal basisscholen die hier hun medewerking aan willen verlenen. Binnen de rijksgelden regenboogsteden en het budget emancipatie zijn hiervoor tot nu toe onvoldoende financiële middelen beschikbaar geweest.

Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Groningen,

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer