Schrif­te­lijke vragen over karper­sterfte Oosterpark


Geacht college,

Eind januari 2017 werden wij door verschillende bewoners uit de gemeente en van onze vertegenwoordiging in het Waterschap Noorderzijlvest gewezen op het volgende:

Door zuurstofgebrek zijn in januari tientallen karpers uit de Oosterparkvijver gestorven. Buurtbewoners en stadsbeheer werkten samen om de nog levende vissen te redden en ze naar water met meer zuurstof te vervoeren, maar de hulp kwam voor veel vissen te laat.

Na navraag bij het waterschap bleek dat de vissen stierven door zuurstofgebrek in het water. In de betreffende periode stroomde een grote hoeveelheid rioolwater de vijver in. Rioolwater bevat weinig zuurstof en juist veel afvalgas. Daarnaast was eind januari het water bevroren en kon het afvalgas niet ontsnappen en kon het water geen nieuw zuurstof opnemen.

Het waterschap geeft aan dat de mogelijke oorzaak van de grotere hoeveelheid rioolwater kan liggen bij de gestarte werkzaamheden aan de Zuidelijke Ringweg. Een persleiding van de gemeente blijkt sinds 2 januari uit bedrijf te zijn. Het hierop aangesloten rioolgemaal is via een noodleiding nu aangesloten op het hoofdbemalingsgebied. Dit gebied wordt afgepompt door het waterschapsgemaal.

Dergelijke problemen kunnen zich vermoedelijk in de toekomst weer voordoen. Het waterschap geeft aan dat om dit in de toekomst te voorkomen het raadzaam is als de gemeente ‘beluchtingsapparatuur’ op voorraad zou hebben, zodat er sneller begonnen kan worden met actieve beluchting.

Daarnaast bestaat de vraag of het in dergelijke vijvers raadzaam is om zoveel vis te hebben. Met name de grote karpers komen in zuurstofarm water snel in de problemen. De vis die er nu zwemt is grotendeels uitgezet en met regelmaat worden de grootste exemplaren er uitgevist en weer teruggezet. Dit komt volgens het waterschap de conditie van deze vissen niet ten goede.

Omdat het hier een kwestie betreft waarbij de verantwoording bij de gemeente ligt, stelt de
Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college:
1. Is het college op de hoogte van het aantal gestorven karpers die in januari in de Oosterparkvijver zijn geruimd?
2. Betreft het enkel karpers of ook andere vissoorten?
3. Indien het ook andere vissoorten betreft; zijn deze vissen, waar mogelijk, ook vervoerd naar zuurstofrijk water?
4. Bevestigt het college de constatering dat het gebrek aan zuurstof komt door de rioolstort in de betreffende vijver en de combinatie met de laag ijs op het water?
5. Klopt het vermoeden van het waterschap dat de grotere hoeveelheid rioolwater kan liggen aan de gestarte werkzaamheden aan de Ring Zuid en de daarmee samenhangende afgesloten persleiding?
6. Had het college de vissterfte kunnen verwachten?
7. Zo ja, waarom is hier niet bij voorbaat op geanticipeerd om dit te voorkomen?
8. Wat vindt het college van de aanbevelingen van het waterschap om beluchtingsapparatuur op voorraad te hebben?
9. Deelt het college de vraag of het raadzaam is deze grote vissen in de betreffende vijvers te hebben?
10. Zo ja, wat gaat het college er aan doen om dit te verminderen of te voorkomen?
11. Zo nee, waarom niet?


Vriendelijke groeten,
Gerjan Kelder

Antwoorddatum: 3 feb. 2017

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij ontvangt u onze antwoorden op de door de heer Kelder van de Partij voor de Dieren gestelde vragen over de karpersterfte in de Oosterparkvijver.

Beantwoording vragen
1. Is het college op de hoogte van het aantal gestorven karpers die in januari in de Oosterparkvijver zijn geruimd?
Ja, er zijn ongeveer 100 karpers geruimd.

2. Betreft het enkel karpers of ook andere vissoorten?
Het waren nagenoeg alleen maar karpers.

3. Indien het ook andere vissoorten betreft zijn deze vissen, waar mogelijk, ook vervoerd naar zuurstofrijk water?
Ja, de vissen die in zuurstofnood waren, maar nog wel leefden, zijn vervoerd naar het Van Starkenborghkanaal. Deze vissen, zowel karpers als andere vissoorten, zijn met gezamenlijke inspanning door het waterschap Noorderzijlvest, de Hengelsportvereniging, buurtbewoners en de gemeente Groningen overgezet.

4. Bevestigd het college de constatering dat het gebrek aan zuurstof komt door de rioolstort in de vijver en de combinatie met de laag ijs op het water?
Ja, een riooloverstort heeft gezorgd voor het gebrek aan zuurstof in de vijver. Hiema is het gaan vriezen en de laag ijs die daardoor is ontstaan heeft geen positieve bijdrage geleverd aan het gebrek aan zuurstof in de vijver. Uit informatie die het waterschap ons heeft verstrekt over de hoeveelheid water wat het rioolgemaal Damsterdiep heeft verpompt bestaat het vermoeden dat er water uit het Van Starkenborghkanaal het rioolstelsel is ingestroomd. Door de harde noord-westen wind waarbij de coupures in Delfzijl werden gesloten is het boezempeil verhoogd omdat er dan bij eb niet geloosd kan worden op de Waddenzee. Voor onze overstorten zitten kleppen om dit te voorkomen, nader onderzoek moet uitwijzen of dit de reden is van de overstort op de Oosterparkvijver.

5. Klopt het vermoeden van het waterschap dat de grotere hoeveelheid rioolwater kan
liggen aan de gestarte werkzaamheden aan de Ring Zuid en de daarmee samenhangende
afgesloten persleiding?

Nee, dat klopt niet. In verband met het verleggen van de kabels en leidingen voor de aanpassing van Ring Zuid loost het rioolwater van het riool bemalingsgebied Stadspark tijdelijk in het riool Bemalingsgebied Damsterdiep. Dit was, voordat het bemalingsgebied Stadspark zijn eigen directe aanvoer naar de Rioolwaterzuivering in Garmerwolde had, ook al het geval. De capaciteit van het rioolgemaal Damsterdiep (van het waterschap Noorderzijlvest) is hier voor uitgerust. Een aantal jaren geleden is het gemaal Damsterdiep gerenoveerd. Bij deze renovatie hebben we als waterschap en gemeente gerealiseerd dat, bij onvoorziene situaties, het gemaal Damsterdiep het rioolwater van een ander stadsdeel ook kan verpompen. Deze capaciteit is ruim voldoende volgens de normen die hier voor gelden.

6. Had het college de vissterfte kunnen verwachten?
Nee, zie hiervoor de beantwoording van de voorgaande vraag. Elke dag zorgen wij er voor dat het rioolsysteem optimaal functioneert. Met een rioolstelsel van bijna 1000 kilometer, meer dan 600 gemalen, overstorten, schuiven en kleppen en diverse randvoorzieningen is het niet uit te sluiten dat er een keer een gebeurtenis plaatsvindt die we graag hadden voorkomen.

7. Zo ja, waarom is hier niet bij voorbaat op geanticipeerd om dit te voorkomen?
Zie de beantwoording op de voorgaande twee vragen.

8. Wat vindt het college van de aanbevelingen van het waterschap om beluchtingsapparatuur op voorraad te hebben?
Wij hebben aan het waterschap voorgesteld om gezamenlijk twee beluchters aan te schaffen, zodat er bij zuurstoftekort in een vijver adequaat gehandeld kan worden en dat er meer vissen gespaard kunnen worden. Het waterschap heeft hier mee ingestemd en we gaan de aanschaf van beluchters gezamenlijk in gang zetten.

9. Deelt het college de vraag of het raadzaam is deze grote vissen in de betreffende
vijvers te hebben?

De gemeente is niet verantwoordelijk voor de visstand in de vijvers. D e aantallen en de
grootte van de vissen is een natuurlijk proces.

10. Zo ja, wat gaat het college er aan doen om dit te verminderen of te voorkomen?
Zie de beantwoording op de voorgaande vraag.

11. Zo nee, waarom niet?
Zie de beantwoording op vraag 10. Ook bij een vijver waar de visstand uitgebalanceerd is zal dit altijd veranderen doordat bijvoorbeeld watervogels viseitjes aan de zwemvliezen hebben en dit meenemen van de ene vijver naar de andere.

Wij vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Groningen,

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer