Schrif­te­lijke vragen over pensi­oen­fonds ABP en de gemeente Groningen


Indiendatum: 6 okt. 2020

Geacht college van B&W,

In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat geldstromen moeten worden omgebogen zodat ze in lijn kunnen worden gebracht met de klimaatdoelstellingen uit het akkoord. Uit analyse van diverse milieuclubs blijkt echter dat de fossiele investeringen van Nederlands grootste pensioenfonds, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), op ramkoers liggen met de afspraken uit het klimaatakkoord.[1] Inmiddels is een wereldwijde beweging op gang gekomen om de investeringen in fossiele energiebedrijven af te bouwen. In Groningen wordt deze beweging vertegenwoordigd door Fossielvrij Groningen. Gezien de gemeente in het coalitieakkoord heeft aangegeven voorop te willen lopen in de energietransitie en dat zij in oktober ook zal meedoen aan het Fossielvrij Weekend, waarbij het doel is tijdens de drie dagen 1 miljoen fossielvrije of niet-gereden kilometers te realiseren, kan onze fractie zich voorstellen dat het college vaart wil maken met het fossielvrij maken van de gehele gemeente. Daarbij hoort dan natuurlijk ook de pensioenvoorziening van haar ambtenaren, die op dit moment verplicht pensioensparen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). In mei 2020 publiceerde het ABP in hun verslag ‘Duurzaam en Verantwoord Beleggen’ dat het 17,4 miljard euro aan fossiele investeringen gedaan heeft.[2] De fossiele industrie is de grootste veroorzaker van de klimaatcrisis en door te blijven investeren in kolencentrales, olie- en gasvelden en pijpleidingen zetten de grote fossiele concerns als BP, Exxon en Shell de leefbaarheid van de planeet verder op het spel. Een recent voorbeeld daarvan is de investering van APB in het Russische bedrijf Norilsk Nickel, dat verantwoordelijk is voor de grote milieuramp waarbij 21.000 ton diesel weglekte en waardoor een gebied van 350 vierkante kilometer vervuild raakte.[3] Helaas staan bij de beleggingen van pensioenfondsen de kortetermijnwinsten boven de belangen van mens, dier en milieu. De Groningse gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren stelt het college van B&W daarom de volgende vragen:

  1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de investeringen van het ABP diametraal tegenover de ambities van het college staan wat betreft het streven naar een CO2-neutrale gemeente in 2035?

Los van de enorme gevolgen voor mens, dier en milieu is ook de financiële kant van de investeringen ongewis. Onderzoeksbureau Profundo berekende samen met Both ENDS dat de waarde van de investeringen in fossiele brandstoffen tot het dieptepunt op 16 maart met 44% gedaald zijn. De markt herstelde zich deels, maar eind april waren de (fossiele) aandelen van ABP nog altijd 32% minder waard dan eind 2019.[4] De risico’s van investeringen in de fossiele industrie worden steeds groter en er is reeds een gapend gat ontstaan tussen ABP’s investeringen en de dekkingsgraad van het pensioenfonds, dat nog maar 88,1 procent is.[5] Tevens is er sprake van een ‘Carbon Bubble’. Experts wijzen erop dat investeringen in fossiele energie op den duur niets meer waard zijn omdat fossiele voorraden op basis van (inter)nationale afspraken in de toekomst waarschijnlijk niet meer gebruikt mogen worden.[6] Bovendien is de aarzeling van pensioenfondsen om fossiele investeringen in de ban te doen onterecht. RuG economen Bert Scholtens en Auke Plantinga stellen in een wetenschappelijke studie[7] dat pensioenfondsen als ABP zonder problemen afscheid kunnen nemen van beleggingen in de fossiele industrie.[8]

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat met de investeringen in de fossiele industrie mogelijk ook de pensioenen van ambtenaren van onze gemeente in gevaar zullen komen?

3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het ABP alleen bij niet-fossiele bedrijven zou moeten beleggen?

Sinds 2016 hebben diverse gemeenten (Den Haag, Utrecht, Nijmegen, Amsterdam en Maastricht) in een brief ABP opgeroepen om investeringen in de fossiele industrie te beëindigen.[9] Ook de Rijksuniversiteit Groningen stuurde reeds een brief naar ABP waarin ze opriep om het pensioengeld van haar meer dan vijfduizend medewerkers duurzamer te beleggen.[10]

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat iedere keer wanneer een instelling of overheidsorgaan zijn band met de fossiele industrie doorbreekt zichtbaar wordt dat de maatschappelijke steun voor de fossiele industrie afbrokkelt en dat daarmee de macht van deze industrie verder kan worden doorbroken?

5. Is het college bereid ABP door middel van een brief te kennen te geven dat de gemeente Groningen wil dat ABP de beleggingen in kolen- olie- en gasbedrijven zo snel mogelijk afbouwt en dat de gemeente zich daarmee als werkgever aansluit bij de groeiende groep pensioendeelnemers die willen dat het ABP stopt met de fossiele investeringen?

Hoogachtend,

Terence van Zoelen, Partij voor de Dieren.

[1] https://www.rtlnieuws.nl/econo...

[2] https://gofossilfree.org/nl/ab...

[3] https://nos.nl/artikel/2337508...

[4]https://www.bothends.org/nl/Ac...

[5] https://www.iex.nl/Column/5067...

[6] https://www.vn.nl/hoe-de-overh...

[7] tandfonline.com/doi/full/10.1080/14693062.2020.1806020

[8]https://www.trouw.nl/duurzaamh...

[9]https://gofossilfree.org/nl/gemeente-maastricht-roept-abp-op-te-stoppen-met-het-investeren-in-fossiel/; https://sleutelstad.nl/2017/06/06/leiden-roept-abp-op-tot-staken-investeringen-fossiele-energie/; https://www.parool.nl/nieuws/amsterdam-wil-stad-fossielvrij-maken~b46101d8/;

[10]https://www.rug.nl/about-ug/la...

Indiendatum: 6 okt. 2020
Antwoorddatum: 4 nov. 2020

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen we u toekomen ons antwoord op de schriftelijke vragen ex art. 38 RvO over: stoppen met beleggen van pensioenen in de fossiele industrie, van 6 oktober 2020 van dhr. T. van Zoelen (PvdD), betreffende het stoppen met beleggen van pensioenen in de fossiele industrie.

Vraag 1: Is het College het met de Partij voor de Dieren eens dat de investeringen van het ABP diametraal tegenover de ambities van het College staan wat betreft het streven naar een CO2-neutrale gemeente in 2035?

Wij zijn het, gebaseerd op onder andere het ABP Verslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 20191, niet zonder meer eens met deze stellingname. Wij zien dat ABP zichzelf duurzaamheidsdoelen heeft gesteld die in lijn zijn met de klimaatdoelen van Parijs en het Nederlands Klimaatakkoord. ABP werkt daarbij samen met andere pensioenfondsen, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de overheid aan de doelen in het Convenant voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB). Het verslag over 2019 laat zien dat ABP tot nu toe ook ruimschoots voldoet aan de door haar gestelde (tussentijdse) doelen. Als voorbeeld verwijzen we ook naar de investering door ABP in een groot offshore windpark voor de kust van Duitsland, en zeer recent, het afstoten van een aanzienlijk deel van haaraandelen in Shell.

Het aandelenpakket bestaat uit een compromis van veel afwegingen, waarbij bijvoorbeeld ook een goed en gegarandeerd rendement voor alle ambtenaren een rol speelt.

Vraag 2: Is het College het met de Partij voor de Dieren eens dat met deinvesteringen in de fossiele industrie mogelijk ook de pensioenen vanambtenaren van onze gemeente in gevaar zullen komen?

Wij vertrouwen er op dat ABP, mede in samenwerking met andere pensioenfondsen, kundig is, en de benodigde expertise bezit om zorgvuldig met alle beleggingen om te gaan, en te blijven evalueren.

Vraag 3: Is het College het met de Partij voor de Dieren eens dat het ABP alleen bij niet-fossiele bedrijven zou moeten beleggen?

Dit zijn wij met u eens. Tegelijkertijd kost de energietransitie tijd. ABP laat zien dat de ambities er zijn en dat er naar gehandeld wordt. Daarbij constateren wij ook dat het transitiepad van ABP minder ambitieus is dan dat van ons. Waar ABP het Klimaatakkoord volgt (95% broeikasgasreductie in 2050), hebben wij zoals bekend als doel om al in 2035 CO2-neutraal te zijn. Wij moedigen daarom aan dat het ABP zich in ieder geval op zo kort mogelijke termijn terug trekt uit beleggingen in niet-fossiele bedrijven. Dit op zijn minst voor zover deze bedrijven zelf niet in woord en daad laten zien dat hun speelveld ook verschuift richting niet-fossiel.

Vraag 4: Is het College het met de Partij voor de Dieren eens dat iedere keer wanneer een instelling of overheidsorgaan zijn band met de fossiele industrie doorbreekt zichtbaar wordt dat de maatschappelijke steun voor de fossiele industrie afbrokkelt en dat daarmee de macht van deze industrie verder kan worden doorbroken?

Wij zijn het ermee eens dat dergelijke ontwikkelingen een positief signaal afgeven richting de maatschappij. Wij zijn van mening dat ABP hier met d huidige visie richting duurzaam en verantwoord beleggen reeds een goede invulling aan geeft, alle belangen, dilemma’s, risico’s en consequenties afwegend, en in acht nemend dat een goed en gegarandeerd pensioen gerealiseerd moet kunnen worden. Daarnaast communiceert ABP deze visie proactief, waarmee ABP wat ons betreft ook duidelijk dit signaal naar buiten toe afgeeft.

Vraag 5: Is het College bereid ABP door middel van een brief te kennen te geven dat de gemeente Groningen wil dat ABP de beleggingen in kolen- olie en gasbedrijven zo snel mogelijk afbouwt en dat de gemeente zich daarmee als werkgever aansluit bij de groeiende groep pensioendeelnemers die willen dat het ABP stopt met de fossiele investeringen?

Wij steunen het voorstel van Partij voor de Dieren om ABP te kennen te geven dat wij als gemeente Groningen een versnelde afbouw in de beleggingen in de ‘fossiele’ bedrijven ondersteunen, en er op aandringen dat ook ABP niet alleen haar ambities nastreeft, maar liever nog voorbij streeft. Daarbij rekening houdend met de hoofdtaak om voor de ambtenaren een goed en gegarandeerd pensioen op te bouwen, en bij haar keuzes daarom ook het rendement continu in de afwegingen zal betrekken.

Conclusies

Wij kunnen ons vinden in het verzoek uit vraag 5 van Partij voor de Dieren. Wij zullen ABP daarom een brief sturen, met het dringende verzoek: • Het aandeel in ‘fossiele’ beleggingen zo snel mogelijk te reduceren, zodanig dat dit niet leidt tot daling van het rendement en / of tot stijging van de pensioenpremies voor de medewerkers, en met oog voor de veranderingen die ABP reeds in gang heeft gezet.

• De suggestie meegevend dat duurzaamheid breder gezien kan worden dan alleen CO2-reductie.

• Dat wij het aanmoedigen wanneer ABP zich in haar visie in wil zetten om verder te gaan dan het hebben van een portefeuille die in lijn is met het Akkoord van Parijs en het Nederlandse klimaatakkoord. Gemeente Groningen richt zich op CO2-neutraliteit in 2035. Wij sporen ABP met klem aan zich hierbij aan te sluiten, en ook hogere ambities te stellen dan zoals nu, gericht op 2050.