Schrif­te­lijke vragen over staats­loosheid


Geacht college,

In landelijke media is de laatste dagen meerdere malen het onderwerp staatloosheid aan de orde geweest. Als fracties van de Groningse gemeenteraad maken wij ons zorgen over dit thema. Op dit moment bestaat er een aanzienlijke groep mensen die legaal in Nederland verblijft maar geen aanspraak kan maken op reisdocumenten, een studie, de mogelijkheid om te trouwen en of het openen van een bankrekening. Dat komt omdat deze groep mensen in de Basisregistratie Personen (BRP) is opgenomen als ‘nationaliteit onbekend’. Wanneer deze groep mensen echter als ‘staatloos’ wordt aangemerkt, krijgen ze de kans om onder voorwaarden na 3 jaar volwaardig Nederlander te worden met alle daarbij behorende rechten. De categorie ‘nationaliteit onbekend’ is eigenlijk bedoeld als ‘tussenstation’. De bedoeling is dat spoedig wordt aangetoond dat een persoon een bepaalde nationaliteit heeft of staatloos is. Het probleem is echter dat Nederland geen wetgeving heeft rondom het vaststellen van staatloosheid, waardoor deze groep blijft hangen in de categorie ‘nationaliteit onbekend’ met alle negatieve gevolgen van dien. Gelukkig wordt dit probleem steeds breder onderkend. Steeds meer gemeenten pakken de handschoen op en schieten personen die in deze complexe situatie zitten te hulp: in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven en Almere komt men in beweging. De gemeente Utrecht gaat bijvoorbeeld samen met de gemeenten Amsterdam en Den Haag inwoners zonder nationaliteit helpen om te worden erkend als ‘staatloos’. . Een team van experts is samengesteld om deze problematiek op te lossen. Op basis van het hierboven gestelde hebben de fracties van de ChristenUnie, GroenLinks, Partij voor de Dieren, het CDA en de Partij van de Arbeid de volgende vragen voor het college:

1. Herkent het college het beeld van de hierboven geschetste situatie? Zo ja, waarom? Zo nee,waarom niet?

2. Deelt het college de zorgen op dit thema? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

3. Wat is binnen de gemeente Groningen momenteel de procedure met betrekking tot het

toekennen van de status ‘nationaliteit onbekend’ en ‘staatloos’? Welke rol speelt de IND

gedurende de procedure?

4. Kan het college aangeven hoeveel inwoners van de gemeente Groningen in het BRP zijn

opgenomen als ‘Nationaliteit Onbekend’? Hoeveel van deze personen zijn kinderen?

5. Ziet het college mogelijkheden om aan te sluiten bij de gezamenlijke aanpak van de gemeenten

Utrecht, Amsterdam en Den Haag? Zo nee, waarom niet, en is het college in dat geval bereid te

zoeken naar andere mogelijkheden? Zo nee, waarom niet?

6. Ziet het college mogelijkheden om samen met andere gemeenten een lobby richting Den Haag

te beginnen om dit probleem op landelijk niveau op te lossen?

---

1 Dagblad Trouw meldt dat het om bijna 43.000 mensen gaat: https://www.trouw.nl/samenlevi...

2 https://www.rijksoverheid.nl/o...

3 Aldus Laura van Waas, die namens de Tilburg University onderzoek doet naar staatloosheid.

4 https://www.rtvutrecht.nl/nieu...

Antwoorddatum: 10 jul. 2019

Geachte heer, mevrouw,

Met deze brief beantwoorden wij de vragen van de heren G.B.H. Brandsema (ChristenUnie), J. van Hoorn (GroenLinks), T. van Zoelen (Partij voor de Dieren), M. Bolle (CDA) en T.J. Bushoff (Partij van de Arbeid) over staatloosheid met de nationaliteit onbekend. De vragen treft u aan in de bijlage.

1. Herkent het college het beeld van de hierboven geschetste situatie? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

De door uw fracties geschetste problematiek speelt ook in Groningen. Evenals bij de andere vier grote gemeenten is er in onze gemeente een aanzienlijke groep mensen die geregistreerd staat met een onbekende nationaliteit. Het is mogelijk dat hier ook burgers tussen zitten die geregistreerd zouden moeten zijn met de status staatloos.

2. Deelt het college de zorgen op dit thema? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Wij delen de zorgen van de fracties. Het is bekend dat burgers die met onbekende nationaliteit geregistreerd staan hinder ondervinden in de geschetste situaties zoals het aanvragen van reisdocumenten, het aangaan van een huwelijk en het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat dit niet in alle gevallen zo is. De materie is dermate complex dat dit mede afhangt van de persoonlijke omstandigheden van betrokkenen.

2

3. Wat is binnen de gemeente Groningen momenteel de procedure met

betrekking tot het toekennen van de status ‘nationaliteit onbekend’ en

‘staatloos’? Welke rol speelt de IND gedurende de procedure?

Evenals in de andere grote gemeenten wordt er een zogenaamde checklist

´Staatloosheid bepalen´ gehanteerd. Deze checklist staat in het zogenaamde

Handboek Amsterdam. Het handboek Amsterdam is een kennisbank voor de

meeste afdelingen Burgerzaken in Nederland. Daarnaast wordt bij

inschrijvingen waarbij betrokken personen geen paspoort overleggen

standaard een zogenaamde 2.17 verklaring opgevraagd bij de IND. Met deze

verklaring vraagt de gemeente aan de IND om een uitspraak te doen over de

nationaliteit. Indien deze kenbaar wordt gemaakt, wordt de verklaring als

brondocument vervolgens in de Basisregistratie personen opgenomen. De rol

van de IND beperkt zich tot het opstellen van een eventuele 2.17 verklaring.

4. Kan het college aangeven hoeveel inwoners van de gemeente Groningen in

het BRP zijn opgenomen als ‘Nationaliteit Onbekend’? Hoeveel van deze

personen zijn kinderen?

Meerderjarig staatloos 190, Minderjarig staatloos 39.

Nationaliteit onbekend meerderjarig 833, minderjarig 181

5. Ziet het college mogelijkheden om aan te sluiten bij de gezamenlijke

aanpak van de gemeenten Utrecht, Amsterdam en Den Haag? Zo nee,

waarom niet, en is het college in dat geval bereid te zoeken naar andere

mogelijkheden? Zo nee, waarom niet?

Wij staan positief tegenover een gezamenlijke aanpak van deze problematiek.

De vraag of aansluiten bij de ingeslagen koers van bovengenoemde

gemeenten tot de mogelijkheden behoort, beantwoorden we echter met de

nodige voorzichtigheid. Een dergelijke aanpak kan grote financiële

consequenties met zich meebrengen. Met name de inzet van onafhankelijke

expertteams om staatloosheid vast te stellen kan zorgen voor een flinke

kostenpost. Wij willen daarom eerst gedegen onderzoek doen naar de

mogelijkheden van een gezamenlijke aanpak binnen het G40 stedennetwerk.

6. Ziet het college mogelijkheden om samen met andere gemeenten een lobby

richting Den Haag te beginnen om dit probleem op landelijk niveau op te

lossen. Wij maken ons in het kader van een landelijke aanpak sterk om dit

onderwerp op de agenda te krijgen van zowel het G40stedennetwerk als de

VNG. Hierbij merken wij nog op dat ons college de bevoegdheid heeft om

beleidsregels op te stellen over de wijze waarop binnen de gemeente

onderzoek wordt gedaan naar de vraag of een persoon moet worden

aangemerkt als staatloos. Aan de hand van een aantal gevallen uit de praktijk

gaan we onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om invulling te geven aan

deze bevoegdheid.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen,