Vragen betref­fende de eventuele bouw van een megastal in de stad


Aan het college van Burgemeester en Wethouders
Grote Markt 1
9712 HN Groningen


Datum: 13 februari 2013

Betreft: schriftelijke vragen door de leden van de raad gesteld overeenkomstig artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Groningen betreffende de eventuele bouw van een megastal in Stad


Geacht college,

Vorig jaar hebben wij in de Raad van april ingestemd met het Bestemmingsplan Buitengebied, maar dan wel met een voorbehoud: dat er geen megastal aan de Winschoterweg zou komen. Het toenmalig college leek de betreffende ondernemer tegemoet te willen komen, omdat een aanvraag ten onrechte in een la was blijven liggen ten tijde van het minder stringente provinciale beleid in deze. Het bedrijf staat op een lijst, die onlangs door Gedeputeerde Staten is vrijgegeven, met andere agrarische bedrijven die door middel van maatwerk voor uitbreiding in aanmerking zouden kunnen komen.

De Partij voor de Dieren is fel gekant tegen megastallen. Koeien zijn van origine niet gewend aan het leven in zulke grote groepen en kunnen geen honderd verschillende soortgenoten uit elkaar houden, zodat de rangorde bij de drinkbak iedere keer opnieuw moet worden uitgevochten. Weidegang is bij zulke grote groepen vaak niet mogelijk, zodat het dier tot levenslange opsluiting is veroordeeld. Het houden van dieren is op deze wijze pure industrie, waarbij een band tussen koe en boer niet langer bestaat en deze ook niet meer in staat is om de lichamelijke conditie van zijn dier in de gaten te houden. Het zijn er ook zoveel. De boer is gereduceerd tot ondernemer, die niet meer bij zijn koeien in de buurt woont. Brandveiligheidsvoorzieningen hoeven voor een stal met dieren nog steeds niet strenger te zijn dan die van bijvoorbeeld een opslagplek voor supermarktgoederen en van tijd tot tijd brandt er dan ook weer een schuur met dieren tot op de grond toe af.

Alhoewel qua dierenleed de focus binnen de vee-industrie vaker ligt op andere diersoorten, zoals de plofkippen die door hun poten heen zakken en de fokzeugen in de varkensfokkerij die vast liggen tussen ijzeren stangen, bestaat er binnen de melkveehouderij ook veel dierenleed. Vaak worden de kalfjes onmiddellijk na de bevalling bij de koe weggehaald, hetgeen resulteert in ondraaglijk lijden, omdat een koe zoals alle dieren een zeer sterk ontwikkeld moederinstinct heeft en zijn jong wil aflikken, troosten, koesteren en voeden. Ook het kalf wil natuurlijk graag naar de moeder. Dat mag niet omdat het vanuit bedrijfsoogpunt niet efficiënt is om het kalf bij de koe te laten.

Het bedrijf aan de Winschoterweg zou willen uitbreiden naar 400 koeien en een bouwblok van 2,5 ha. Volgens een definitie van Al Terra gaat het dan om 480 Nge (Nederlandse Grootte Eenheden) en kan er vanaf 300 Nge gesproken worden van een megastal.

Wij willen u hier graag de volgende vragen over stellen.

1. Is het correct dat het desbetreffende bedrijf wil uitbreiden naar 400 stuks melkvee?

2. Is het correct om dan te veronderstellen dat er in de praktijk veel meer vee zal zijn, omdat koeien kalfjes moeten krijgen om continu melk te produceren?

3. Wat gebeurt er op dit bedrijf met die kalfjes? Gaan die allemaal onmiddellijk naar de slacht, of worden die opgefokt tot melkkoe, terwijl de stiertjes gelijk gedood worden? Wij willen graag weten hoe de situatie nu is op dit bedrijf en hoe de situatie na eventuele uitbreiding zal worden.

4. Op welke wijze worden die koeien en die kalfjes gehouden in dat bedrijf, in welke ruimtes bevinden zij zich, nu en na eventuele uitbreiding? Zouden er dan 800 koeien en kalfjes in één ruimte aanwezig kunnen zijn?

5. Hoe zit het met de weidegang, mogen de koeien nu en in de toekomst nog naar buiten?

6. Afgezien van alle ellende voor de dieren in de vee-industrie zelf, zijn er vele (mondiale) milieuproblemen die met de vee-industrie te maken hebben. Bij melkvee is dat bijvoorbeeld de grote uitstoot van ammoniak. Wordt er rondom dit bedrijf gecontroleerd op ammoniakuitstoot? Op welke wijze gaat deze ondernemer het probleem van de ammoniak te lijf bij eventueel 400 koeien – en alle kalfjes?

7. Houdt het college in haar plannen met betrekking tot deze ondernemer rekening met het feit dat ammoniakuitstoot een bedreiging vormt voor ecologische gebieden, waar in deze buurt ook sprake van is? Ten noorden van de Winschoterweg komt een vitale populatie van de zwaar beschermde poelkikker voor, vooral in en langs de sloten in het gebied. De waterkwaliteit is relatief hoog en mede als gevolg van kwel is het aantal soorten waterplanten zeer divers. Wat zijn de gevolgen van eventuele uitbreiding voor de natuur en de dieren hier?

8. Is deze ondernemer van zins om luchtwassers te gebruiken om de ammoniakuitstoot te beperken? Zo ja, hoeveel energie gaat dit kosten?

9. Is het correct dat deze ondernemer drie stallen wil samenvoegen? Wat zijn in concreto zijn plannen? Welke dieren bevinden zich op dit moment in die stallen?

10. Is het correct dat deze ondernemer ook pluimvee houdt? Zo ja, om hoeveel dieren gaat het dan en om welke soort? Bevinden die zich in de buurt van de koeien, nu en na eventuele uitbreiding?

11. Elk jaar vallen er gemiddeld 16 doden en 100 gewonden door ongelukken met tractoren, graafmachines en andere landbouwvoertuigen. Dat zijn bijna altijd de mensen die worden aangereden, de bestuurders blijven meestal ongedeerd.
Indien deze ondernemer zou uitbreiden zou hij nog meer voer moeten aanslepen en nog meer stront moeten afvoeren. Op welke wijze zou hij dat willen doen? Wat zijn de gevolgen voor de verkeersveiligheid op deze lokatie?

12. De Partij voor de Dieren heeft met belangstelling kennis genomen van het advies van de Gezondheidsraad, Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen, van 30 november 2012. De Gezondheidsraad concludeert in dit rapport onder andere dat er te weinig onderzoek is gedaan naar gezondheidsrisico’s en veehouderij om op basis daarvan uitspraak te kunnen doen over een gewenste afstand tussen woningen en veehouderijen. In de aanbiedingsbrief behorende bij het advies stelt professor van Gool, voorzitter van de voor dit advies geformeerde commissie, het als volgt:

“ Dat de commissie een scherp onderscheid maakt tussen wetenschappelijke analyses en beleidsmatige afwegingen acht ik, bezien vanuit de Gezondheidsraad, van groot belang. Vanuit ditzelfde perspectief is er echter ook behoefte aan aanvullend onderzoek om de grote lancunes in kennis op dit vlak te verkleinen, zeker in ons land, waar mensen en dieren vaak dicht op elkaar leven en waar de volksgezondheid en economische belangen op gespannen voet kunnen staan. Het pleidooi van de commissie voor versterking van de wetenschappelijke basis steun ik dan ook van harte.”

Gedeputeerde Staten concluderen tot onze verbazing in hun brief waar wij eerder aan refereerden op de eerste bladzijde iets heel anders, namelijk, niet dat er onvoldoende onderzoek naar is gedaan, maar dat het feit dat er nog “geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die aanleiding geven om algemeen toepasbare afstandsnormen tussen verschillende soorten veehouderijen en woningen te introduceren” , aanleiding geeft om het “moratorium megastallen” in heroverweging te nemen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze interpretatie van het advies van de Gezondheidsraad onjuist is? Zo ja, bent u bereid om dit bij de provincie (met inachtneming van alle regels van fatsoen en tact, uiteraard) onder de aandacht te brengen?

13. In het advies van de Gezondheidsraad wordt duidelijk dat er nog veel onduidelijk is en onderzocht moet worden. Wel is duidelijk dat er een hard verband bestaat tussen het krijgen van Q-koorts en longontsteking en het wonen in de buurt van grote geitenstallen en pluimveebedrijven. In de afgelopen jaren zijn volgens Roel Coutinho zeker 24 doden gevallen als gevolg van de Q-koorts, maar waarschijnlijk nog veel meer, omdat niet alle huisartsen daar gericht naar zoeken. Er zijn dan nog wel geen harde conclusies te trekken met betrekking tot een “gezonde afstand” tussen omwonenden en bedrijven, maar mensen maken zich niet voor niets ongerust.

“Eén kwantitatief beoordelingskader mag dan bij de huidige stand van kennis niet mogelijk zijn, men kan niet buiten een heldere strategie voor het zorgvuldig omgaan met de beschikbare informatie, onzekerheden en maatschappelijke waarden. De commissie acht het van kardinaal belang die strategische discussie tussen overheid, bevolking, veehouders en andere belanghebbenden al in een vroege fase te voeren, dat wil zeggen voordat een en ander onder druk komt te staan van concrete vergunningaanvragen.”

De Gezondheidsraad adviseert derhalve omwille van de vele maatschappelijke kwesties die een rol spelen bij megastallen, zoals de aantasting van het landschap, verkeersonveiligheid, dierenleed, milieuvervuiling en volksgezondheidsrisico’s al in een vroeg stadium de GGD bij een aanvraag te betrekken. Heeft het college dat gedaan? Zo nee, waarom niet? Bent u, met het oog op dit advies, ertoe bereid om dit alsnog te doen?

14. In het bestemmingsplan Buitengebied dat in april 2012 is vastgesteld staat deze interessante passage onder het kopje Afwijkingsbevoegdheid:
“voor een grotere oppervlakte van de bestaande neventak intensieve veehouderij op het perceel Winschoterweg 11 mits deze vergroting noodzakelijk is vanwege normen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en het aantal dieren niet toeneemt.”
Betekent dit dat u de aanvraag naar een vergroting van het aantal dieren niet zult vergunnen?

15. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een megastal in onze mooie stad afbreuk zou kunnen doen aan de leefbaarheid voor mens en dier en dat wij als gemeente stelling moeten nemen tegen deze vorm van veeteelt?


Met vriendelijke groet,

Gerjan Kelder
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren Groningen

Antwoorddatum: 19 mrt. 2013

Het college beantwoordt de vragen als volgt:

Groningen, 19 maart 2013.

Inleiding.

Het agrarisch bedrijf van de familie De Wildt aan de Winschoterweg is in deze omgeving nog het enige "echte" agrarische bedrijf. In de afgelopen jaren zijn in het gebied diverse bedrijven verdwenen. Binnen de gemeente Groningen is het één van de weinige overgebleven grotere agrarische bedrijven. Het bestaat uit een melk-veehouderij met neventakken van intensieve veehouderij (kalveren en pluimvee/kuikens).

De bouwplanontwikkeling voor de uitbreiding van het agrarisch bedrijf dateert uit de periode 2004 - 2005. Sindsdien zijn er regelmatig gesprekken met het bedrijf gevoerd. Aanvankelijk waren er plannen voor een forse uitbreiding van het aantal melkkoeien (van 100 naar 930). Er is hiervoor een milieuvergunning aangevraagd, die op 5 maart 2009 is verleend. Deze vergunning is echter niet gevolgd door een bouwaanvraag. Wel is er sindsdien meerdere malen overleg met de aanvrager geweest. In de meest recente versie van de plannen wordt gedacht aan een uitbreiding naar 250 koeien (fase 1) en eventueel later naar 400 stuks (fase 2). De Raad voor het Landelijk Gebied houdt een minimum van 500 NGE (450 runderen) als ondergrens voor het begrip "megastal’ aan.

Met het oprichten van de nieuwe accommodatie voor het melkvee zou er vanuit het oogpunt van milieu een verbetering plaats vinden voor de directe omgeving, met name de geuroverlast wordt verminderd. Op dit moment ligt het dichtstbijzijnde emissiepunt vanuit de stal op een afstand van slechts 13 meter ten opzichte van de bestaande bebouwing, dat zou in de nieuwe situatie meer dan 50 meter kunnen worden.

In 2009 is een nieuw bestemmingsplan Buitengebied opgestart in het kader van het actualiseringsproject voor verouderde bestemmingsplannen. Daarnaast is de Provinciale Omgevingsverordering 2009 in werking getreden, met een verbod op uitbreiding van intensieve veehouderijen en een grote terughoudendheid ten aanzien van een uitbreiding van agrarische bouwpercelen.

In het voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied, dat in het najaar van 2010 door het college van B&W is vrijgegeven voor inspraak, is daarom voor het perceel een bouwvlak van circa 1,5 ha opgenomen, conform de huidige situatie. Daarbij is van de zijde van de provincie opgemerkt dat het op grond van de Omgevingsverordening niet is toegestaan in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied een groter bouwperceel met meer mogelijkheden voor intensieve veehouderij op te nemen.

Een uitbreiding tot 250 runderen zou binnen deze ruimte echter wel mogelijk zijn. Op dit moment loopt een beroepsprocedure bij de Raad van State, omdat de ondernemer van mening is dat het nieuwe bestemmingsplan in strijd is met de ruimte in de verleende milieuvergunning en de eerdere gesprekken over een mogelijke uitbreiding naar 400 runderen. Omdat er geen sprake is van opschortende werking is het Bestemmingsplan Buitengebied inmiddels wel in werking getreden. De positie van het bedrijf in relatie tot het bestemmingsplan is in het afgelopen voorjaar in uw raad uitvoerig besproken; in 2009 is ook de situatie rond het dierenwelzijn in het kader van de verlening van de milieuvergunning aan de orde geweest.

De milieuvergunning kan op grond van artikel 8.18 Wet milieubeheer worden ingetrokken nu de uitbreiding van de inrichting niet binnen drie jaar is gerealiseerd. Hiertoe zijn in afwachting van een uitspraak in de beroepsprocedure echter nog geen stappen ondernomen. De uitspraak wordt dit voorjaar verwacht. In ieder geval zal een revisie van de milieuvergunning nodig zijn, afgestemd op de daadwerkelijke bedrijfsvoering, die binnen het bestemmingsplan mogelijk blijft.

Daarbij is nog wel van belang, dat de provincie dit voorjaar de Omgevings-verordening naar verwachting zodanig zal verruimen, dat een uitbreiding van het melkveebedrijf naar 400 runderen in principe mogelijk wordt, wat overigens nog niet betekent dat deze uitbreiding binnen afzienbare termijn door de ondernemer gerealiseerd kan worden. Wij benadrukken nogmaals dat de gemeente in deze materie weinig bevoegdheden en weinig eigen beleidsvrijheid heeft.

Ten aanzien van de vragen:

1. Is het correct dat het desbetreffende bedrijf wil uitbreiden naar 400 stuks melkvee?

Dat is niet correct: er zijn diverse gesprekken geweest over uitbreidingsplannen, maar er is (nog) geen concreet bouwplan ingediend. Wel zijn wij betrokken bij de gesprekken tussen de ondernemer en de provincie hierover.

2. Is het correct om dan te veronderstellen dat er in de praktijk veel meer vee zal zijn, omdat koeien kalfjes moeten krijgen om continu melk te produceren?

Er zal geen sprake zijn van veel meer vee. De ondernemer gaat in eerste instantie uit van 250 koeien met het oog op het maximum van 300 NGE in de Provinciale Omgevingsverordening.

3. Wat gebeurt er op dit bedrijf met die kalfjes? Gaan die allemaal onmiddellijk naar de slacht, of worden die opgefokt tot melkkoe, terwijl de stiertjes gelijk gedood worden? Wij willen graag weten hoe de situatie nu is op dit bedrijf en hoe de situatie na eventuele uitbreiding zal worden.

De leefruimte voor de kalveren wordt geregeld door het Kalverbesluit. De stier-kalveren worden op het bedrijf afgemest, het grootste deel van de koekalveren blijven als melkvee.

4. Op welke wijze worden die koeien en die kalfjes gehouden in dat bedrijf, in welke ruimtes bevinden zij zich, nu en na eventuele uitbreiding? Zouden er dan 800 koeien en kalfjes in één ruimte aanwezig kunnen zijn?

In de uitbreidingsplannen is sprake van meerdere bedrijfsgebouwen en ook de koeien zullen niet in één ruimte aanwezig zijn. Alle dieren worden in groepen gehouden op stro of in ligboxen, waarbij ze een eigen ligplaats hebben.

5. Hoe zit het met de weidegang, mogen de koeien nu en in de toekomst nog naar buiten?

De koeien kunnen naar buiten (het bedrijf heeft meer dan 20 ha landbouwgrond).

6. Afgezien van alle ellende voor de dieren in de vee-industrie zelf, zijn er vele (mondiale) milieuproblemen die met de vee-industrie te maken hebben. Bij melkvee is dat bijvoorbeeld de grote uitstoot van ammoniak. Wordt er rondom dit bedrijf gecontroleerd op ammoniakuitstoot? Op welke wijze gaat deze ondernemer het probleem van de ammoniak te lijf bij eventueel 400 koeien – en alle kalfjes?

Voor ammoniakuitstoot gelden de normen van het Besluit Ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Bahv); deze is richtinggevend voor de milieuvergunning.

7. Houdt het college in haar plannen met betrekking tot deze ondernemer rekening met het feit dat ammoniakuitstoot een bedreiging vormt voor ecologische gebieden, waar in deze buurt ook sprake van is? Ten noorden van de Winschoterweg komt een vitale populatie van de zwaar beschermde poelkikker voor, vooral in en langs de sloten in het gebied. De waterkwaliteit is relatief hoog en mede als gevolg van kwel is het aantal soorten waterplanten zeer divers. Wat zijn de gevolgen van eventuele uitbreiding voor de natuur en de dieren hier?

De poelkikkers uit het poldergebied zijn overgebracht naar de ecologische Hunzezone langs het bedrijventerrein Roodehaan. Deze ligt op voldoende afstand van het bedrijf.

8. Is deze ondernemer van zins om luchtwassers te gebruiken om de ammoniakuitstoot te beperken? Zo ja, hoeveel energie gaat dit kosten?

Het bedrijf moet zich houden aan de bepalingen van de Regeling Ammoniak en Veehouderij van 6 mei 2007; hoe de norm wordt bereikt is een aangelegenheid van het bedrijf.

9. Is het correct dat deze ondernemer drie stallen wil samenvoegen? Wat zijn in concreto zijn plannen? Welke dieren bevinden zich op dit moment in die stallen?

Er worden geen stallen samengevoegd. Het zou kunnen gaan om de bouw van twee nieuwe stallen voor melkvee achter op het perceel, maar er is nog geen bouwplan ingediend.

10. Is het correct dat deze ondernemer ook pluimvee houdt? Zo ja, om hoeveel dieren gaat het dan en om welke soort? Bevinden die zich in de buurt van de koeien, nu en na eventuele uitbreiding?

De ondernemer heeft een stal van 2.100 m² voor 37500 kuikens en een stal van 500 m² voor 228 kalveren en 247 stuks vleesvee (stierkalfjes) tot 8 maanden. Uitbreiding van deze intensieve veehouderij is op basis van de Provinciale Omgevingsverordening niet toegestaan en in het bestemmingsplan Buitengebied uitgesloten.

11. Elk jaar vallen er gemiddeld 16 doden en 100 gewonden door ongelukken met tractoren, graafmachines en andere landbouwvoertuigen. Dat zijn bijna altijd de mensen die worden aangereden, de bestuurders blijven meestal ongedeerd.[1]

Indien deze ondernemer zou uitbreiden zou hij nog meer voer moeten aanslepen en nog meer stront moeten afvoeren. Op welke wijze zou hij dat willen doen? Wat zijn de gevolgen voor de verkeersveiligheid op deze lokatie?

De gevolgen voor de verkeersveiligheid zijn beperkt: de Winschoterweg kent ter plaatse een 60 km-regiem en ter hoogte van het bedrijf is een speciale opstelstrook voor vrachtwagens aanwezig.

12. De Partij voor de Dieren heeft met belangstelling kennis genomen van het advies van de Gezondheidsraad, Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen, van 30 november 2012. De Gezondheidsraad concludeert in dit rapport onder andere dat er te weinig onderzoek is gedaan naar gezondheidsrisico’s en veehouderij om op basis daarvan uitspraak te kunnen doen over een gewenste afstand tussen woningen en veehouderijen. In de aanbiedingsbrief behorende bij het advies stelt professor van Gool, voorzitter van de voor dit advies geformeerde commissie, het als volgt:

“ Dat de commissie een scherp onderscheid maakt tussen wetenschappelijke analyses en beleidsmatige afwegingen acht ik, bezien vanuit de Gezondheidsraad, van groot belang. Vanuit ditzelfde perspectief is er echter ook behoefte aan aanvullend onderzoek om de grote lancunes in kennis op dit vlak te verkleinen, zeker in ons land, waar mensen en dieren vaak dicht op elkaar leven en waar de volksgezondheid en economische belangen op gespannen voet kunnen staan. Het pleidooi van de commissie voor versterking van de wetenschappelijke basis steun ik dan ook van harte.” [2]

Gedeputeerde Staten concluderen tot onze verbazing in hun brief waar wij eerder aan refereerden op de eerste bladzijde iets heel anders, namelijk, niet dat er onvoldoende onderzoek naar is gedaan, maar dat het feit dat er nog “geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die aanleiding geven om algemeen toepasbare afstandsnormen tussen verschillende soorten veehouderijen en woningen te introduceren” [3], aanleiding geeft om het “moratorium megastallen” in heroverweging te nemen. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze interpretatie van het advies van de Gezondheidsraad onjuist is? Zo ja, bent u bereid om dit bij de provincie (met inachtneming van alle regels van fatsoen en tact, uiteraard) onder de aandacht te brengen?

De verantwoordelijkheid voor de wetgeving op dit gebied ligt voornamelijk in handen van het Rijk en de provincie. De uitbreidingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven (via de maatwerkmethode) wordt geregeld in de Provinciale Omgevings-verordening. Hier mogen de Groninger gemeenten niet van afwijken.

13. In het advies van de Gezondheidsraad wordt duidelijk dat er nog veel onduidelijk is en onderzocht moet worden. Wel is duidelijk dat er een hard verband bestaat tussen het krijgen van Q-koorts en longontsteking en het wonen in de buurt van grote geitenstallen en pluimveebedrijven. [4] In de afgelopen jaren zijn volgens Roel Coutinho zeker 24 doden gevallen als gevolg van de Q-koorts, maar waarschijnlijk nog veel meer, omdat niet alle huisartsen daar gericht naar zoeken. [5] Er zijn dan nog wel geen harde conclusies te trekken met betrekking tot een “gezonde afstand” tussen omwonenden en bedrijven, maar mensen maken zich niet voor niets ongerust.

“Eén kwantitatief beoordelingskader mag dan bij de huidige stand van kennis niet mogelijk zijn, men kan niet buiten een heldere strategie voor het zorgvuldig omgaan met de beschikbare informatie, onzekerheden en maatschappelijke waarden.

De commissie acht het van kardinaal belang die strategische discussie tussen overheid, bevolking, veehouders en andere belanghebbenden al in een vroege fase te voeren, dat wil zeggen voordat een en ander onder druk komt testaan van concrete vergunningaanvragen.” [6]

De Gezondheidsraad adviseert derhalve omwille van de vele maatschappelijke kwesties die een rol spelen bij megastallen, zoals de aantasting van het landschap, verkeersonveiligheid, dierenleed, milieuvervuiling en volksgezondheidsrisico’s al in een vroeg stadium de GGD bij een aanvraag te betrekken. Heeft het college dat gedaan? Zo nee, waarom niet? Bent u, met het oog op dit advies, ertoe bereid om dit alsnog te doen?

Omdat er in de uitbreidingsplannen geen sprake is van een megastal, hebben wij de GGD niet bij de plannen betrokken. Er is ook geen sprake van geiten of varkens, die humane gezondheidsrisico’s kunnen opleveren.

14. In het bestemmingsplan Buitengebied dat in april 2012 is vastgesteld staat deze interessante passage onder het kopje Afwijkingsbevoegdheid:“voor een grotere oppervlakte van de bestaande neventak intensieve veehouderij op het perceel Winschoterweg 11 mits deze vergroting noodzakelijk is vanwege normen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en het aantal dieren niet toeneemt.”

Betekent dit dat u de aanvraag naar een vergroting van het aantal dieren niet zult vergunnen?

Het aantal intensieve bedrijfsonderdelen en het aantal dieren in de intensieve veehouderij nemen in de uitbreidingsplannen niet toe; dit is ook niet meer mogelijk op grond van de Provinciale Omgevingsverordening. De uitbreiding heeft uitsluitend betrekking op melkkoeien.

15. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat een megastal in onze mooie stad afbreuk zou kunnen doen aan de leefbaarheid voor mens en dier en dat wij als gemeente stelling moeten nemen tegen deze vorm van veeteelt?

Wij zijn van mening, dat het hier gaat om een mogelijke uitbreiding van een regulier veehouderijbedrijf, die volgt op eerdere opheffing van een aantal agrarische bedrijven in de directe omgeving, zodat van een toename van het aantal dieren in het totale gebied niet gesproken kan worden.

[1] http://nos.nl/artikel/384348-raad-laakt-aanpak-tractorongevallen.html

[2] http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201227Gezondheidsrisicoveehouderijen.pdf

[3] Brief GS 5 februari 2013 blz. 1

[4] http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201227Gezondheidsrisicoveehouderijen.pdf

[5] http://nos.nl/artikel/346222-zeker-24-doden-qkoorts.html

[6] http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201227Gezondheidsrisicoveehouderijen.pdf

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer