Vragen betref­fende gegevens over dieren­beleid en dier­ge­re­la­teerde taken


Indiendatum: sep. 2014

Geacht College,

De gemeentebegroting staat weer voor de deur; het moment voor de raad om haar beleidsvormende en controlerende taak uit te voeren. De Partij voor de Dieren wil voor het uitvoeren deze taak inzicht in alle nodige gegevens en daar horen volgens ons ook de gegevens bij omtrent diergerelateerd beleid. Helaas bleek de meerderheid van de raad deze mening niet te delen, gezien het sneuvelen van onze moties, die het College opriepen deze gegevens aan te leveren.

Voor de andere beleidsvelden van de gemeente wordt jaarlijks, via begroting, gemeenterekening en voorjaarsnota, weergegeven hoe het ervoor staat, wat de ontwikkelingen en toekomstplannen zijn en worden doelstellingen en doelgroepen gemonitord. In contrast hiermee, stonden bijvoorbeeld in de begroting 2014 op het gebied van dierenbeleid enkel een algemeen stukje over biodiversiteit, een korte verwijzing naar de hondenbelasting en enkele financiële posten. De bekende opbouw van 'hoe staan we ervoor', 'wat willen we bereiken' en 'wat gaan we hiervoor doen', vinden we tot onze spijt niet terug als het gaat om diergerelateerde onderwerpen.

Zoals u weet heeft de gemeente een taak in het opruimen van dode gevonden dieren, het opvangen van zwerfdieren en het bepalen van een hondenbeleid. Daarnaast heeft de gemeente beleidsruimte als het gaat om veedieren, bijvoorbeeld in het toestaan van uitbreiding, middels bestemmingsplannen en controle van het functioneren van luchtwassers. Verder hebben wij als gemeente beleid op het gebied van faunabeheer en wordt er actief beleid gevoerd ten bate van de bij. Het leeuwendeel van het beleid en de doelen omtrent dieren in Stad staan omschreven in de Dierenwelzijnsnota, die in 2008 is vastgesteld en via moties van de Partij voor de Dieren in 2010 op enkele punten is gewijzigd.

Onze mening is, ondanks het gebrek aan steun, onveranderd gebleven. Daarom hebben wij, ten voorbereiding van de bespreking van de begroting 2015, een aantal vragen aan het College. We zullen deze categoriseren op beleidsveld en/of gemeentelijke taak.

Dierenwelzijnsnota “van Kop tot Staart”

Het hoofddoel van de Dierenwelzijnsnota is “we willen ons inspannen om dierenleed, dieronvriendelijk beleid en dieronvriendelijke activiteiten in onze gemeente te voorkomen, zo nodig tegen te gaan en diervriendelijk handelen te stimuleren.” In de conclusie worden concrete maatregelen genoemd. Voor wilde fauna zijn dit:

  • Het ecologisch gaan beheren van een groot deel van de Groningse Groenstructuur;
  • Een Gedragscode Gemeentelijk Beheer opstellen voor onderhoud van de openbare ruimte met oog voor dier- en plantensoorten;
  • In het Groninger Water- en Rioleringsplan 2008 aandacht te besteden aan stedelijk natuurwater en ecologische inrichting ervan, waarbij gestuurd wordt op een natuurlijke vispopulatie;
  • Een visverbod in het Piccardhofdiep, het Helperdiepje, het Helpermaar, de vijvers van het Stadspark, Noordeprlantsoen en delen van de Kardinge en de sloten in de Hunzezone;
  • Kijken of er een extra stap gezet kan worden voor dieren die het moeilijk hebben, door rechtstreeks te helpen en door aandacht te besteden aan Natuur- en Duurzaamheidseducatie en participatie van wijkbewoners, scholen en natuurorganisaties te bevorderen.

En voor gedomesticeerde dieren zijn dit:

  • Het onderzoeken van de mogelijkheid om eigenaren van huisdieren op te roepen om met hun huisdier trainingen of verzorgingscursussen te volgen;
  • Binnen de Natuur- en Duurzaamheidseducatie aandacht te besteden aan de verzorging van huisdieren;
  • Binnen de catering van de gehele gemeentelijke organisatie over te gaan op Fair Trade en scharrelproducten.

Sinds 2008 is er veel veranderd; in Groningen, maar ook op grotere schaal. Zo is de Wet Dieren per 1 juli 2014 ingegaan.

  1. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat het tijd is om de Dierenwelzijnsnota te evalueren en te vernieuwen? Zo ja, wanneer kunnen wij een voorstel hiertoe van u verwachten? U kunt dan tevens de vragen 2 t/m 8 overslaan. Zo nee, dan kunt u verdergaan met vraag 2 en willen wij graag van u weten waarom niet?
  2. Bent u van mening dat het hoofddoel van de nota het afgelopen jaar behaald is; vindt u bijvoorbeeld dat er adequaat is opgetreden bij dieronvriendelijk handelen? Zo nee, waarom niet en wat voor consequenties verbindt u hieraan?
  3. Kunt u aangeven hoe en hoe vaak de gemeente het afgelopen jaar heeft ingegrepen bij dieronvriendelijk activiteiten en bij uitzonderlijke situaties, zoals strenge vorst? Zo nee, waarom niet?
  4. Hoe bent u van plan in 2015 invulling te geven aan het hoofddoel van de nota?
  5. Kunt u een stand van zaken geven betreffende de maatregelen die in de conclusie worden genoemd voor zowel de wilde dieren als de gedomesticeerde dieren? Zo nee, waarom niet?
  6. Op welke manier bent u van plan in 2015 invulling te geven aan de maatregelen?
  7. Hoe vaak is er het afgelopen jaar sprake geweest van illegaal vissen in de wateren waar een visverbod geldt? Is er een dalende, of stijgende trend te zien en zo ja hoe wordt hier in 2015 op ingespeeld?
  8. Bent u van plan in 2015 de hoeveelheid beschikbare middelen ten behoeve van de uitvoering van de Dierenwelzijnsnota te wijzigen? Zo ja, op welke manier en met welk doel?

Over wilde fauna staat tevens het volgende in de nota: “Wij willen het vóórkomen van in het wild levende dieren bevorderen(...).” Hiertoe hanteert de gemeente onder andere een doelsoortenbeleid en zet zij zich in voor de bij.

  1. Kunt u aangeven hoe het staat met de doelsoorten en de bij in de gemeente? Zo nee, waarom niet?
  2. Op welke manier wilt u zich in 2015 inzetten voor de doelsoorten en de bij?


Gevonden en hulpbehoevende dieren

  1. Kunt u aangeven hoeveel dode, hulpbehoevende en zwervende dieren er afgelopen jaar door de Dierenambulance van straat zijn gehaald en wat de ontwikkeling is in de afgelopen jaren? Zo nee, waarom niet?
  2. Kunt u aangeven hoeveel zwerfdieren en hulpbehoevende wilde dieren uit de gemeente er de afgelopen jaren zijn opgevangen en herplaatst (in geval van huisdieren) en of er voldoende opvangcapaciteit is voor deze dieren? Zo nee, waarom niet?
  3. De middelen voor het ophalen en opvangen van dieren staan tot onze vreugde reeds ieder jaar in de begroting. Kunt u toelichten of met behulp van de geplande middelen in 2015 aan de wettelijke taak en de zorgplicht voor hulpbehoevende dieren kan worden voldaan?


Chip- en neutralisatieactie

  1. Kunt u aangeven hoeveel gebruik er is gemaakt van de kortingsactie in de Stadjerspas betreffende het chippen en neutraliseren van katten?
  2. Wat is uw constatering over het succes van deze actie en wat voor consequenties verbindt u hieraan voor 2015?

Hondenbeleid

  1. Kunt u aangeven hoe succesvol het huidige hondenbeleid het afgelopen jaar is geweest en of doelstellingen van het hondenbeleid dit jaar zijn behaald? Zo nee, waarom niet?
  2. Kunt u de kosten en baten van het handhaven van het hondenbeleid uiteenzetten? Zo nee, waarom niet?
  3. Op welke manier wilt u in 2015 invulling geven aan het hondenbeleid?

Veehouderij

  1. Wat voor ontwikkelingen ziet u op het gebied van hobbymatige, biologische, intensieve en grootschalige veehouderij binnen de gemeentegrenzen?
  2. Op welke manier bent u in 2015 van plan om in de veehouderij, in lijn met de Dierenwelzijnsnota, dierenleed, dieronvriendelijk beleid en dieronvriendelijke activiteiten te voorkomen, zo nodig tegen te gaan en diervriendelijk handelen te stimuleren?

Voorkeursbeleid circussen zonder wilde dieren

Sinds 2011 is, via de aangenomen motie van de Partij voor de Dieren, zoals u weet een voorkeursbeleid van kracht voor circussen zonder wilde dieren.

  1. Beoordeelt u het voorkeursbeleid tot nog toe als succesvol uitgevoerd?
  2. Hoe wilt u dit voorkeursbeleid in 2015 vorm gaan geven, in afwachting van de landelijke wetgeving?

Met vriendelijke groet,

Gerjan Kelder

Partij voor de Dieren

Indiendatum: sep. 2014
Antwoorddatum: 30 sep. 2014

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij bieden wij onze antwoorden aan op de door de heer Gerjan Kelder van de Partij voor de Dieren gestelde vragen over de kengetallen aangaande dieren(-beleid) in de gemeente. De brief hebben wij ontvangen op 9 September 2014. De brief van de vragensteller treft u als bijiage aan.

Dierenwelzijn raakt zowel dieren als mensen in onze stad en is daarmee een lokaal politiek onderwerp. In de (concept)begroting van 2015 hebben we dierenwelzijn voor het eerst als beleidsveld opgenomen. Hiermee willen we uitdrukkelijk aangeven dat we een diervriendelijke stad zijn en dat we dierenwelzijn serieus nemen. In onze antwoorden die hieronder staan geven wij een nadere toelichting op de door ons genomen maatregelen en hoe wij invulling willen geven aan het onderwerp Dierenwelzijn in 2015.

I: Dierenwelzijnsnota "van Kop tot Staart"
Vraag 1 Sinds 2008 is er veel veranderd; in Groningen, maar ook op grotere schaal. Zo is de Wet Dieren per 1 juli 2014 ingegaan. Bent ii met de Partij voor de Dieren van mening dat het tijd is om de Dierenwelzijnsnota te evalueren en te vernieuwen? Zo ja, wanneer kunnen wij een voorstel hiertoe van ii verwachten? U kunt dan tevens de vragen 2 t/m 8 overslaan. Zo nee, dan kunt u verdergaan met vraag 2 en willen wij graag van u weten waarom niet?
De wetgeving rondom dierenwelzijn is inderdaad grotendeels landelijk geregeld. In onze gemeente hebben we naast de Dierenwelzijnsnota, beleid voor honden, ecologie en water. In al deze beleidsstukken samen hebben we ons beleid voor dierenwelzijn voldoende verankerd. Daarom vinden we het op dit moment niet nodig om een nieuwe specifieke nota voor Dierenwelzijn op te stellen.

Vraag 2 Bent u van mening dat het hoofddoel van de nota het afgelopen jaar behaald is; vindt u bijvoorbeeld dat er adequaat is opgetreden bij dieronvriendelijk handelen? Zo nee, waarom niet en wat voor consequenties verbindt u hieraan?
Bij het beheer van de openbare ruimte gaan we zorgzaam om met planten en dieren. En bij ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met de stadsnatuur. De Flora- en Faunawet is hierbij leidend. Onze wettelijke taak voor de opvang van zwerfdieren besteden we uit aan de Dierenbescherming. Daamaast ondersteunen we de Dierenambulance en het Dierenopvangcentrum. Vermaak met dieren bij evenementen proberen we tegen te gaan. Wij vinden dat wij met deze inzet onze doelstelling behaald hebben en dat we ons voldoende hebben ingespannen om dierenleed, dieronvriendelijk beleid en dieronvriendelijke activiteiten te voorkomen.

Vraag 3 Kunt u aangeven hoe en hoe vaak de gemeente het afgelopen jaar heeft ingegrepen bij dieronvriendelijk activiteiten en bij uitzonderlijke situaties, zoals strenge vorst? Zo nee, waarom niet?
Het afgelopen jaar hebben we een overtreding gemeld voor het kappen van een bos (dat zich overigens buiten de gemeentegrens bevond) bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). We hebben een zachte winter gehad. Bijvoeren was hierdoor niet nodig. Bij strenge vorst en gebrek aan voedsel voeren we vogels bij die jaarrond in onze stadswateren verblijven.

Vraag 4 Hoe bent u van plan in 2015 invulling te geven aan het hoofddoel van de nota? Net als de afgelopen jaren zulien we ons blijven inzetten om dierenleed, dieronvriendelijk handelen en dieronvriendelijke activiteiten te voorkomen?
Bij nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen zulien we ons inzetten om samen met de ontwikkelaar diervriendelijke maatregelen als bijvoorbeeld nestkasten, faunapassages, uittreedplaatsen en paaibaaien te realiseren. Bij het beheer van het stedelijk groen zulien we bij aan- en herplanten een bewuste keuze maken voor bomen, struiken en planten die voedsel leveren voor dieren. Voor de uitvoering van onze wettelijke taak voor de opvang van zwerfdieren zulien we ons inzetten om de samenwerking tussen de instellingen te verbeteren waardoor deze efficienter kunnen werken.

Vraag 5 Kunt u een stand van zaken geven betreffende de maatregelen die in de conclusie worden genoemd voor zowel de wilde dieren als de gedomesticeerde dieren? Zo nee, waarom niet?
Hieronder geven we per onderwerp de stand van zaken weer:

Ecologisch beheer
In onze gemeente is de Stedelijke Ecologische Structuur (SES) aangewezen. Dit is een belangrijk natuumetwerk voor planten en dieren en een belangrijk hulpmiddel om de kwaliteit van de natuur bij ruimtelijke ontwikkelingen te handhaven. De SES valt voor een groot deel binnen de groenstmctuur en wordt ecologisch beheerd. Ook buiten de SES beheren we plekken ecologisch.

Gedragscode Gemeenteliik Beheer
We hanteren sinds 2010, net zoals veel andere gemeenten, de gedragscode beheer van Stadswerk. Groninger

Water- en Rioleringsplan
Volgens het Water- en Rioleringsplan hebben we waar mogelijk de oevers ecologisch ingericht. Daamaast hebben we samen met de Hengelsportfederatie voor sommige stadswateren een visplan opgesteld om een natuurlijke vispopulatie te bevorderen. Visverbod stadswater Sinds 2010 hebben we de Viswaterkaart Groningen. Op deze kaart hebben we aangegeven waar in water, in eigendom van de gemeente Groningen, vissen is toegestaan en waar vissen is verboden. Uit de kaart blijkt dat in de Dierenwelzijnsnota genoemde stadswateren vissen verboden is.

Participatie bewoners
Sinds een aantal jaren hebben we een programma "Meedoen met groen" opgezet. Bewoners uit onze stad kunnen hiermee openbaar groen zelf in beheer nemen of een stuk groen aanleggen. We hebben inmiddels een aantal initiatieven uitgevoerd.

Trainingen huisdieren
Wij vinden dat de eigenaar van een huisdier zelf verantwoordelijk is voor de opvoeding hiervan. Dit betekent dat we de mogelijkheid om huisdiereigenaren op te roepen om een training te volgen niet verder zulien uitwerken.

Natuur- en Milieu educatie
In de Kinderwerktuinen leren we kinderen om respectvol met de natuur om te gaan. Een onderdeel hiervan is de verzorging van dieren.

Circussen
We verwijzen hierbij naar onze antwoorden bij de vragen 21 en 22.

Catering gemeente Fair Trade
In onze Algemene Inkoopvoorwaarden hebben we hierover voorwaarden opgenomen. In de kantine van de gemeente hebben we daardoor nu een assortiment aan Fair Trade-, biologische- en ecologische producten.

Vraag 6 Op weike manier bent u van plan in 2015 invulling te geven aan de maatregelen?
Ook in 2015 blijven we ons inzetten voor onze wilde- en gedomesticeerde dieren. Dit doen we door de ingeslagen weg te continueren. De bij vraag 5 genoemde maatregelen zijn hierbij leidend.

Vraag 7 Hoe vaak is er het afgelopen jaar sprake geweest van illegaal vissen in de wateren waar een visverbod geldt? Is er een dalende, of stijgende trend te zien en zo ja hoe wordt hier in 2015 op ingespeeld?
De verantwoordelijkheid voor de handhaving van overtredingen van de Visserijwet in onze stadswateren ligt bij de Hengelsportfederatie. Wij hebben daarom geen informatie over het aantal overtredingen.

Vraag 8 Bent u van plan in 2015 de hoeveelheid beschikbare middelen ten behoeve van de uitvoering van de Dierenwelzijnsnota te wijzigen? Zo ja, op weike manier en met welk doel?
Door bezuinigingen moeten we de ondersteuning aan de Dierenopvang per 1 januari 2015 beeindigen. Het afgelopen jaar hebben we met de Dierenambulance, de Dierenbescherming en de Dierenopvang gesprekken gevoerd om de samenwerking te verbeteren en efficienter te kunnen werken. Na een intensief traject hebben de Dierenbescherming en de Dierenambulance besloten de krachten te bundelen. Dit heeft geleid tot een duidelijke afbakening van de werkvelden van beide instellingen. Daamaast onderzoeken beide instellingen of er ook op provinciaal niveau samengewerkt kan worden. Hierbij bekijken ze of ze samen een centrale meldkamer kunnen opzetten. Ook willen ze gezamenlijk een lesbrief opstellen voor verschillende groepen in het basisonderwijs. Deze vorm van samenwerken is voor ons reden om de Dierenambulance en de Dierenbescherming te blijven ondersteunen. Tijdens de gesprekken is duidelijk geworden dat het voor de Dierenambulance en de Dierenbescherming niet mogelijk is om de Dierenopvang in de samenwerking te betrekken.

Vraag 9 Kunt u aangeven hoe het staat met de doelsoorten en de bij in de gemeente? Zo nee, waarom niet?
Het doelsoorten beleid vormt samen met de Stedelijke Ecologisch Structuur (SES) de basis voor het natuurbeleid in de stad. Elk jaar worden gebieden uit de SES onderzocht op de aanwezige stadsnatuur. Daarbij wordt ook speciaal gelet op de aanwezigheid van doelsoorten. Weike doelsoorten zijn waargenomen, kunt u vinden in de afzonderlijk monitoringsrapportages per gebied. In het kader van het jaar van de bij is in 2012 onderzoek gedaan naar (wilde) bijen. Hieruit komt naar voren dat we relatief veel soorten bijen in de stad hebben die in redelijke hoeveelheden voorkomen. Door de aanwezigheid van ecologisch groen afgewisseld met particuliere tuinen voelen bijen zich thuis in de stad. Zeker als we dit afzetten tegen de bijenstand in het buitengebied. Punt van aandacht blijft de verstening van tuinen.

Vraag 10 Op weike manier wilt u zich in 2015 inzetten voor de doelsoorten en de bij?
Zowel bij de (her) inrichting als bij het beheer vormen de SES en het doelsoortenbeleid het uitgangspunt. Voor bijvriendelijk inrichten en -beheer hebben we speciale aandacht. Zo hebben we bij de herinrichting van de Oostelijk Ringweg en bij de Groene long bijenwallen (broedgelegenheid) aangelegd. Bij het natuurvriendelijk beheer maaien we gefaseerd zodat er altijd voldoende nectar aanbod is.

II: Gevonden en hulpbehoevende dieren
Vraag 11 Kunt u aangeven hoeveel dode, hulpbehoevende en zwervende dieren er afgelopen jaar door de Dierenambulance van straat zijn gehaald en wat de ontwikkeling is in de afgelopen jaren? Zo nee, waarom niet?
Elk jaar ontvangen wij van de Vereniging Dierenambulance Groningen een verslag. Volgens het jaarverslag 2013 heeft de Dierenambulance het afgelopen jaar ruim 5200 diertransporten uitgevoerd. Dit aantal betreft dieren uit het gehele verzorgingsgebied van de Dierenambulance. In onze stad heeft de Dierenambulance circa 2500 dieren vervoerd. Volgens de Dierenambulance stijgt het aantal meldingen door de uitbreiding van de stad en de economische crisis.

Vraag 12 Kunt u aangeven hoeveel zwerfdieren en hulpbehoevende wilde dieren uit de gemeente er de afgelopen jaren zijn opgevangen en herplaatst (in geval van huisdieren) en of er voldoende opvangcapaciteit is voor deze dieren? Zo nee, waarom niet?
Van de Dierenbescherming afdeling Groningen en de Stichting Dierenopvangcentrum Groningen ontvangen we ieder jaar een verslag. In de jaarverslagen staat hoeveel dieren zij hebben opgevangen en hoeveel dieren zij hebben herplaatst. Beide instellingen hebben een regionale functie. Daarom kunnen we niet exact per diersoort aangeven hoeveel stadse dieren zijn opgevangen. Voor honden en katten zijn deze kengetallen wel beschikbaar. De afgelopen jaren heeft het dierenasiel in Zuidwolde gemiddeld ongeveer 85 honden en 390 katten uit de stad opgevangen. Het overgrote deel van de honden en katten wordt herplaatst of teruggehaald door de eigenaar. Het aanbod van katten bij het dierenasiel is groot. We hebben van het dierenasiel echter geen signalen ontvangen dat ze onvoldoende opvangcapaciteit hebben.

Vraag 13 De middelen voor het ophalen en opvangen van dieren staan tot onze vreugde reeds ieder jaar in de begroting. Kunt u toelichten of met behulp van de geplande middelen in 2015 aan de wettelijke taak en de zorgplicht voor hulpbehoevende dieren kan worden voldaan?
In 2015 hebben we € 161.000 beschikbaar voor de wettelijke taak en zorgplicht. Vergeleken met steden van gelijke omvang zitten wij hiermee net onder het gemiddelde. Wij verwachten dat het budget echter voldoende is om aan onze wettelijke taak te voldoen.

Ill: Chip- en neutralisatieactie
Vraag 14 Kunt u aangeven hoeveel gebruik er is gemaakt van de kortingsactie in de Stadjerspas betreffende het chippen en neutraliseren van katten?
In 2012 hebben we, samen met 9 dierenartsen uit de stad, de kortingsactie gestart. In totaal zijn er in 2012 en 2013: 134 katten gesteriliseerd, 80 gecastreerd en 165 gechipt. De aantallen over 2014 zijn nog niet bekend.

Vraag 15 Wat is uw constatering over het succes van deze actie en wat voor consequenties verbindt u hieraan voor 2015?
Gezien het succes zulien we de actie in 2015 continueren.

IV: Hondenbeleid
Vraag 16 Kunt u aangeven hoe succesvol het huidige hondenbeleid het afgelopen jaar is geweest en of doelstellingen van het hondenbeleid dit jaar zijn behaald? Zo nee, waarom niet?
Het doel van het hondenbeleid is het terugdringen van overlast door honden, waarbij we een zo goed mogelijke balans willen bereiken tussen de belangen van honden en hondenbezitters enerzijds en die van niet-hondenbezitters en het belang van planten en dieren anderzijds.
Dit doel is niet specifiek in doelstellingen per jaar vertaald. In 2012 en 2013 hebben wij het in 2009 aangepaste hondenbeleid uitgebreid geevalueerd. Vanaf 2014 volgen wij het beleid met bestaande meetinstrumenten, zoals de BORG-rapportage en de Leefbaarheidsmonitor. Een vooriopige conclusie uit de BORG-schouwcijfers 2014 is dat voor het aspect hondenpoep de door de raad vastgestelde norm ruim wordt gehaald (>95%, waar de norm op 90% ligt). De monitor leefbaarheid en veiligheid wordt in 2014 gehouden. De rapportage hierover wordt in 2015 verwacht. Mochten de resultaten daar aanleiding voor geven, dan zulien wij maatregelen nemen.

Vraag 17 Kunt u de kosten en baten van het handhaven van het hondenbeleid uiteenzetten? Zo nee, waarom niet?
In het Uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving Stadstoezicht 2014 is vastgelegd dat in totaal 10.200 uur ingezet wordt op handhaving van overige kleine ergemissen in de openbare ruimte. Dit betreft - naast de handhaving op het hondenbeleid - onder meer alcohol, fietsoverlast, wildplassen, (zwerf)afval, graffiti en aanplakken. Onze Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa's) handhaven dagelijks op deze kleine ergemissen. Het is dan ook niet mogelijk om een uiteenzetting te geven van de kosten die specifiek aan de handhaving van het hondenbeleid worden besteed. Voor het opieggen van een bestuurlijke strafbeschikking (bsb) ontvangen wij (vooralsnog) een vergoeding van € 40 van het Rijk. In 2013 hebben wij 516 bsb's opgelegd in het kader van het handhaven van het hondenbeleid. In 2014 zijn er in dit kader tot 1 September 254 bsb's opgelegd.

Vraag 18 Op weike manier wilt u in 2015 invulling geven aan het hondenbeleid?
Zoals bij de evaluatie in 2013 aangegeven, continueren we het hondenbeleid. Daarbij zetten we in op goed overleg met de Vereniging Hondvriendelijk Groningen. Ook blijven we aandacht geven aan communicatie met andere betrokkenen. Onze Boa's worden getraind in houding en gedrag. De inzet van de handhaving wordt vooralsnog gecontinueerd. Dat wil zeggen dat handhaving van het hondenbeleid een van de prioriteiten is voor Stadstoezicht.
Op dit moment beoordelen we verzoeken om wijzigingen in de huidige losloopgebieden en mogelijke nieuwe loslooproutes. Indien er geen zwaarwegende bezwaren zijn vanuit bijvoorbeeld ecologie of verkeersveiligheid kunnen verzoekers in hun wijk draagvlak zoeken voor hun voorstel. Als dat er is, zulien wij de losloopgebieden definitief (of als pilot) aanwijzen.

V: Veehouderij
Vraag 19 Wat voor ontwikkelingen ziet u op het gebied van hobbymatige, biologische, intensieve en grootschalige veehouderij binnen de gemeentegrenzen?
Het aantal veehouderijen binnen onze gemeente neemt af. Dit is een ontwikkeling die al jaren gaande is. In 2012 hebben we het bestemmingsplan Buitengebied vastgesteld. In dit plan hebben we nieuwe intensieve veehouderijen uitgesloten. Binnen onze gemeentegrenzen hebben we een intensieve veehouderij. Deze mag alleen uitbreiden als daarmee voldaan wordt aan de milieu- en dierenwelzijnseisen.

Vraag 20 Op weike manier bent u in 2015 van plan om in de veehouderij, in lijn met de Dierenwelzijnsnota, dierenleed, dieronvriendelijk beleid en dieronvriendelijke activiteiten te voorkomen, zo nodig tegen te gaan en diervriendelijk handelen te stimuleren?
Wij hebben geen bevoegdheid om direct invioed uit te oefenen op het welzijn van landbouwdieren bij veehouderijen. In het kader van de Wet Milieubeheer houden wij toezicht op veehouderijen. Wanneer wij tijdens het toezicht dierenleed of dieronvriendelijke activiteiten waamemen zulien wij de bevoegde instanties (Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en/of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) hierover informeren.

VI: Voorkeursbeleid circussen zonder wilde dieren
Vraag 21 Beoordeelt u het voorkeursbeleid tot nog toe als succesvol uitgevoerd?
De afgelopen jaren hebben we actief uitvoering gegeven aan het voorkeursbeleid. Dit heeft jammer genoeg niet geresulteerd in een circus zonder wilde dieren.

Vraag 22 Hoe wilt u dit voorkeursbeleid in 2015 vorm gaan geven, in afwachting van de landelijke wetgeving?
Vooruitlopend op de landelijke wetgeving is het aantal wilde circusdieren fors gedaald. Het verbod wordt verwacht in 2015. Actief uitvoeren van het voorkeursbeleid in 2015 vinden we daarom niet zinvol.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben ingelicht.

Help mee aan een beter Groningen!

    Word actief Doneer