Gemeen­te­raads­ver­ga­dering, 12-02-2020


13 februari 2020

Rondvraag.

In Zernike dreigen 92 bomen te worden gekapt, hierover lopen twee juridische procedures. Eentje van de Bomenridders, waarbij een voorlopige voorziening is aangevraagd zodat er niet op korte termijn gekapt mag worden en er loopt een bezwaarschriftenprocedure, van de heren van Houwen en Specken. De hoorzitting inzake de laatste procedure was om agenda technische redenen uitgesteld tot na de uitspraak van de rechter over die voorlopige voorziening. Een woordvoerder van de gemeente zou hebben gezegd dat indien die voorlopige voorziening niet zou worden afgegeven door de rechter, de bomen onmiddellijk plat zouden gaan. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de hoorzitting aangaande het bezwaarschrift, pas plaats zou vinden als de bomen allemaal al gekapt zijn.

Wij zijn des te meer verontrust geraakt naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen over bomenkap, waarvan de laatste over de bomen over Zernike gaat. Ik citeer uit uw antwoord: “De Bomenridders hebben een voorlopige voorziening bij de rechtbank aangevraagd ten aanzien van de geplande bomenkap op Zernike. De uitkomst daarvan wachten we af. Deze uitspraak zullen wij uiteraard respecteren. Wij hoeven niet alle bezwaar- en beroepsmogelijkheden af te wachten.”

Twee vragen hierover:

1. Kunt u ons garanderen pas te kappen in Zernike nadat de hoorzitting van de indieners van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden?

2. Hoe kunt u deze minachtende houding richting burgers die bezwaren aantekenen, voor uzelf en anderen rechtvaardigen?

Antwoord wethouder van der Schaaf:

Voorzitter, om met het laatste te beginnen. Ik neem met kracht afstand van de suggestie dat er sprake zou zijn van minachting. We houden ons keurig aan alle procedures en dat zullen we hier ook blijven doen. En daar hoort bij dat ook een voorlopige voorziening wordt gerespecteerd, en dat zullen we ook doen. En daar laat ik het voor nu bij.