Woord­voering Commissie Ruimte & Wonen, 12 september 2018


12 september 2018

B1 Vaststelling omgevingsvisie The Next City (raadsvoorstel 12-7-2018)

Dankuwel voorzitter, en dank ook aan de insprekers. De afgelopen tijd is er natuurlijk in veel stukken al gesproken over The Next City, en wat er in de visie staat is dan ook grotendeels geen verrassing. Over het algemeen is The Next City ook een omgevingsvisie waar de Partij voor de Dieren zich in kan vinden.

Wat betreft meer groen in de openbare ruimte: het wordt veelvuldig in het stuk genoemd, maar het blijft allemaal weinig concreet. Aan de ene kant logisch in een visiedocument, aan de andere kant zijn wij het met de inspreker eens dat hier echt wel een tandje bijgezet kan en moet worden in het beleid. Mensen geven niet voor niets aan dat ze het gevoel hebben dat de “leefkwaliteit onder druk komt te staan door onder andere steeds meer bouwprojecten en minder bomen en groen”, zo quote ik uit het stuk. De belofte van extra groen waarmaken in een compacte stad wordt een uitdaging. In de visie staat dat bij deze ontwikkeling “de kwaliteit van de openbare ruimte juist omhoog gaat”, en dat “voldoende middelen voor beheer daarbij horen”. Lees ik het nou verkeerd, of is dit gewoon een pleidooi voor een hogere BORG-norm? In dat geval, graag.

Ook de toenemende mogelijkheden voor burgerparticipatie, meer plekken voor sport en bewegen in het openbaar, meer fietspaden en -stallingen, extra inzet op meer banen in de volle breedte, de inzet voor een hyperloop verbinding met de Randstad, en het verminderen van de tweedeling in de stad dragen wij een warm hart toe. In een jaar waar in Nederland door de hittegolf ruim honderd mensen per week meer overleden dan normaal, zijn tevens de genoemde “maatregelen voor ouderen in verzorgingstehuizen bij extreme hitte” inderdaad nodig. In 2011 toonde de Universiteit Wageningen aan dat een grote boom ongeveer gelijk staat aan 10 airco’s, dus laten we, voordat we massaal airco’s gaan aanleggen, eerst massaal bomen planten rondom verzorgingstehuizen.

Er wordt twee keer genoemd dat “alle nieuwbouw energieneutraal, aardgasloos en klimaatbestendig is”. Bij één van die twee keren staat zelfs expliciet: “Dat begint morgen”. Geen loze woorden, hopen wij. Mogen wij er dus vanuit gaan dat vanaf nu echt elk plan voor nieuwbouw dat wij voorbij zien komen daadwerkelijk energieneutraal is? Ook wordt meerdere keren genoemd dat de gemeente “stuurt op minimale percentages voor sociale huurwoningen bij nieuwbouw”. Hartstikke mooi, maar zolang er geen daadwerkelijk minimumpercentage wordt genoemd is dat natuurlijk een lege huls. Tien procent is ook een minimumpercentage, maar veel te weinig.

Een aantal opmerkingen uit het stuk baart ons echter zorgen. Het wegnemen van “onnodige en belemmerende regelgeving” voor het bedrijfsleven, over wat voor soort regels gaat dit dan precies? Hopelijk niet om de soort regels die de ecologie en leefomgeving rondom mogelijke commerciele vestigingsplaatsen beschermen. Ook van de in het stuk aanwezige aanhoudende inzet op Groningen Airport Eelde en het Oosterhamriktracé zijn wij geen voorstander, zoals u weet. Daarnaast wil het college, ik quote, “de noordelijke wijken beter verbinden aan het ommeland zodat er meer doorgaande routes ontstaan”. Lees ik hier nou echt dat het college voornemens is nieuwe wegen aan te leggen in het groene ommeland naar de dorpskernen buiten de stad?

Nog één laatste procedurele vraag en dan rond ik af: er wordt genoemd dat het college hoopt in 2024 één omgevingsplan te hebben voor de gemeente, maar wat betekent dit voor de 3 jaar tussen 2021, als de omgevingswet intreedt, en dan? Dankuwel.

Wethouder: Dit stuk ademt juist de grote betekenis van groen in de stad - levenskwaliteit, gezondheid, klimaatadaptieve stad. Groen in alle facetten buitengewoon belangrijk in en om de stad. Er zijn maar weinig steden die op dit moment zoveel aandacht besteden aan het groenhouden van de stad. De stad wordt de komende jaren vele en vele malen groener. Intensivering en vergroening gaat heel goed samen. Keuze voor compactheid is zodat de auto-afhankelijkheid van inwoners enorm wordt teruggedrongen, en alles te voet of te fiets kan.

Belang van goed onderhoud voor de openbare ruimte. Kunnen van mening verschillen over of dat met deze BORG norm voldoende is, maar als de nieuwe raad tot een hogere BORG-norm besluit zou dat hier zeker bij aansluiten.


B2 Noordelijke ontsluitingsroute Meerstad (juli 2018) (collegebrief 19-7-2018)

Dankuwel voorzitter, en dank ook aan de insprekers. De Partij voor de Dieren deelt de conclusies van het college, dat een ongelijkvloerse kruising de meest wenselijke oplossing is. Een intact lint en duidelijk draagvlak van de bewoners weegt hier zwaarder dan het belang van de kortste route en minder ontwikkelruimte. Het is goed om te lezen dat voor fietsverkeer wel gewoon uitwisseling tussen de ontsluitingsweg en Middelberterweg mogelijk is. Wij delen de wensen van de eerste inspreker over het zo goed en passend mogelijk inpassen van de weg in het cultuurhistorische landschap en zijn ook benieuwd naar de ecologische aspecten. Graag reactie van het college.

Wij hebben nog één kritiekpunt: het is logisch dat er in de initiële situatie eerst slechts twee rijstroken worden aangelegd, om dit bij daadwerkelijk toegenomen drukte pas uit te breiden naar vier. Het is echter wel jammer dat pas bij de uiteindelijke situatie bomen langs de weg worden geplant. Het moet toch mogelijk zijn om die bomen gelijk te planten en genoeg ruimte over te houden om later het extra asfalt aan te leggen zonder ze te beschadigen? Dankuwel.

Wethouder: Er wordt zeker ruimte gehouden voor groen.


B3 Bestemmingsplan Zernike Campus Groningen (collegebrief 19-7-2018)

Dankuwel voorzitter. Wij kunnen dit bestemmingsplan steunen.

B4 Bespreekpunten PvdA over de Beantwoording vragen ex art 41 RvO PVDA over verkoop Pepergasthuis door Lefier (collegebrief 19-6-2018)

Dankuwel voorzitter, en dank aan de PvdA voor deze bespreekpunten. De Partij voor de Dieren deelt de zorgen van de PvdA-fractie: ook wij zien deze verkoop als een bedreiging voor het al beperkte aantal sociale huurwoningen in de binnenstad, zeker in monumentale panden.

Wat betreft de rol van het stadsbestuur: de gestelde randvoorwaarden zijn een goed begin, maar als ze niet hard afdwingbaar blijken te zijn, zijn ze niet heel waardevol. Wij zien net als de bewoners van het Pepergasthuis ook het risico dat ook de volgende eigenaar ziet dat de woningen met sociale huur erin niet winstgevend te krijgen zijn. Wij zijn dan ook benieuwd naar de voorgestelde mogelijkheid om de kerk en gebouwen van de woningen te splitsen, in de hoop er voor te zorgen dat de woningen wel met een gesloten begroting als het ware allemaal sociale huur kunnen blijven. De Partij voor de Dieren hoopt dat het college hier een pro-actieve rol in kan aannemen. Dankuwel.

Wethouder: Voor het Groninger Monumentenfonds was het helaas geen oplossing om bijvoorbeeld alleen de kerk en de gebouwen aan te kopen - dat was juist het duurdere, onrendabele deel.