Woord­voe­ringen gecom­bi­neerde commissie, 19-06-2019


20 juni 2019

B3. Afschaffen Algemene Voorziening Huishoudelijke Hulp

Dankuwel voorzitter. Het terugbrengen van maatwerk in de huishoudelijke hulp an sich is een ontwikkeling die we als Partij voor de Dieren toejuichen. Elk huis is anders, elk huishouden is anders, en elke cliënt is anders. Dat de precieze wensen en verwachtingen voortaan aan de keukentafel worden besproken en de huiselijke situatie echt even door medewerkers bekeken kan worden is dus alleen maar goed.

Waar het met dit voorstel volgens ons misgaat is de verwachte structurele besparing van 8,5 ton per jaar. Dat zijn ontzettend veel uren aan ondersteuning die voor veel inwoners zullen wegvallen. Het college noemt hierbij dat ze verwachten deze besparing te kunnen realiseren door in sommige gevallen “te besluiten om de huishoudelijke hulp niet langer toe te kennen”. Als ik de begroting voor 2019 goed heb gelezen gaat er in de WMO Huishoudelijke Hulp 5,8 miljoen euro om. Daar wordt dus ruim één zevende deel aan ondersteuningsuren van weggesneden. In de praktijk zal het wellicht zelfs eerder aankomen op één zesde deel, omdat er na de initiële frictiekosten ook hogere structurele lasten zullen zijn met alle keukentafelgesprekken.

In de gemeente Groningen maken ongeveer 4000 mensen gebruik van de huishoudelijke hulp. Als we het rekensommetje doortrekken zouden ruim 600 mensen de huishoudelijke hulp verliezen, of een groter aantal dan dat gekort worden op het aantal uren.

Het college blijft in het raadsvoorstel benoemen dat het hiermee de mens centraal stelt. Tegelijkertijd wordt als legitimatie van het bedrag van 8,5 ton genoemd dat het gaat om “aannames met betrekking tot aantallen cliënten, gemiddeld aantal uren per cliënt en verwachte verzilvering”. Allemaal behoorlijk vaag.

Van de 4000 cliënten die van de voorziening gebruik maken, heb ik zelf in enkele tientallen mogen helpen in het huishouden toen ik daar nog werkzaam in was. Waar de meerderheid van de cliënten precies goed zat qua uren, was er ook een aanzienlijk deel waar ik kwam als invaller, en waar de uren duidelijk echt tekortschoten. Stofwolken bovenop meubels, plakkerige oppervlaktes, en een tweede slaapkamer waar al maanden niets aan was gedaan omdat de vaste hulp er steeds niet aan toe kwam.

Vandaar ook mijn vraag aan het college: waarop is de aanname gebaseerd dat zoveel honderden mensen wel toe zouden kunnen met minder of geen ondersteuning? En aansluitend: als we maatwerk gaan invoeren, hoe vaak krijgen cliënten dan de mogelijkheid om een verzoek te doen voor een nieuw gesprek en aanpassing van het aantal uren? Want zeker bij oudere mensen verschilt het enorm van jaar tot jaar, en soms ook van maand tot maand, wat ze nog zelf kunnen. Dankuwel.