Partij voor de Dieren wil vingers niet branden aan afvaloven Omrin


28 oktober 2020

Groningen, 28 oktober 2020 - De partij voor de Dieren stelt grote

vraagtekens bij het voorgenomen besluit van het college om per 1 januari

2022 het afval te laten verwerken door het Friese overheidsbedrijf

Omrin. Omrin ligt in Harlingen, vlak naast het kwetsbare Waddengebied

dat ernstig te lijden heeft onder de vuilverbrander. Daarnaast zijn er

talloze financiële risico’s, omdat het college wil dat de gemeente

aandeelhouder wordt. De partij heeft het raadsvoorstel hierover

geagendeerd voor vanmiddag.


De Partij voor de Dieren vindt dat het college wel een heel rooskleurig

beeld schetst van de Friese afvalverwerker. Omrin en Attero zouden qua

scheidingspercentage ongeveer gelijk presteren, maar Omrin zou een veel

lager tarief hanteren, waardoor er een miljoen euro per jaar bespaard

kan worden. Volgens fractievoorzitter Kirsten de Wrede wordt niet genoeg

aannemelijk gemaakt dat deze tarieven in de toekomst ook gegarandeerd

zullen zijn. “Vanaf 2023 zijn afvalinstallaties gebonden aan nieuwe

Europese regelgeving met betrekking tot de uitstoot van emissies. Dat

kan hier verplicht tot zeer grote investeringen leiden. Daarnaast is het

de bedoeling van de gemeente om in 2030 afvalvrij te zijn terwijl de

huidige tarieven zijn gebaseerd op een afname van 150 kilo restafval per

inwoner. En Omrin levert stroom aan andere bedrijven en is dus

afhankelijk van grote hoeveelheden afval. Dat is niet echt een prikkel

voor afvalvermindering dus, want dan stijgen de tarieven wellicht”,

aldus de Wrede.


De Partij voor de Dieren vindt dat er erg veel rumoer rondom REC in

Harlingen is. Het bedrijf heeft afgelopen jaren meerdere malen een

dwangsom moeten betalen wegens een te hoge uitstoot van koolmonoxide en

koolwaterstoffen. Ook zijn er rechtszaken aangespannen waarvan één

lopende over respectievelijk een te hoge uitstoot van zoutzuur en een

structureel te lage verbrandingstemperatuur in de ovens waardoor een te

hoge dioxine uitstoot kan ontstaan. De partij vraagt zich af of de

gemeente wel aandeelhouder zou moeten willen zijn onder deze

omstandigheden en ziet dan ook liever dat een openbare

aanbestedingsprocedure wordt opgestart.