Schrif­te­lijke vragen betref­fende het recente advies van de Gezond­heidsraad inzake land­bouw­giffen


Indiendatum: 10 jul. 2020

Geacht college,

Vorige week kwam de Gezondheidsraad met een vervolgadvies over gewasbeschermingsmiddelen (landbouwgif) en omwonenden, nadat uit buitenlands onderzoek aanwijzingen kwamen voor een verband met gezondheidsrisico’s zoals de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. De gezondheidsraad adviseert het hanteren van het voorzorgsprincipe en lagere afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook geeft zij aan dat voorlichting en een betere handhaving van belang zijn en om goed te registreren op welk perceel welke middelen worden gebruikt.*

Ongeveer een maand eerder bleek uit onderzoek van Natuurmonumenten en de Drentse bewonersgroep Meten = Weten dat landbouwgif diep is doorgedrongen in natuurgebieden.** In alle monsters genomen van planten en mest uit het Dwingelderveld, Leggelderveld en het Holtingerveld, gelegen in Natura 2000 gebied, bleken sporen van meerdere landbouwgiffen te zitten.

Het RIVM maakte vorig jaar al bekend dat er middelen waren gevonden in luiers van baby’s die tot 500 meter buiten bollenvelden woonden. Nu blijkt dat er landbouwgiffen zitten in planten van terreinen die op kilometers afstand liggen van landbouwpercelen. Natuurmonumenten en het Drentse Landschap pleitten dan ook, net als het RIVM vorig jaar, voor een breed landelijk onderzoek.

Op dit moment beoordeelt de Nederlandse toezichthouder bij toelating van middelen alleen de veiligheidsrisico’s van individuele stoffen. De wisselwerking met andere chemicaliën en landbouwgiffen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Uit onderzoek van de vrije Universiteit Leiden blijkt o.a. dat waterluizen in de natuur 2500 keer gevoeliger zijn voor een bepaald dan tijdens laboratoriumtesten***. Bovengenoemde veiligheidsstudies lijken dan ook weinig te zeggen over de risico’s voor natuur, dier en mens. De gezondheidsraad wil dan ook dat er door wordt gegaan met verbetering van de toelatingsprocedure.

Eind 2019 stelde de Partij voor de Dieren vragen aan het college over het gebruik van landbouwgif in de gemeente Groningen. Hierin gaf u aan dat er in de gemeente zelf geen bestrijdingsmiddelen gebruikt worden door stadsbeheer en u hiermee het goede voorbeeld geeft. Verder werd gewacht op nieuw onderzoek zoals geadviseerd door het RIVM en beleid vanuit het rijk.****

Met bovenstaande nieuwe informatie, stellen wij u graag de volgende vervolgvragen:

1. Bent u bereid Natuurmonumenten en het Drentse Landschap te ondersteunen met een pleidooi voor een breed landelijk onderzoek naar chemicaliën in natuurgebieden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

2. Heeft u inmiddels contact gehad met- of informatie gekregen van - het ministerie over het door het RIVM geadviseerde onderzoek, waarnaar u verwijst in de beantwoording van onze vorige vragen?

3. Vindt u met ons dat wanneer de schadelijkheid van bestrijdingsmiddelen keer op keer wordt aangetoond, er niet langer gewacht kan worden op nieuw beleid vanuit het rijk, maar dat de gemeente Groningen ook hierin een voorbeeldfunctie kan vervullen door zelf verdere maatregelingen te treffen en zo haar inwoners te beschermen>

4. Bent u bereid om bij hernieuwde uitgave van gemeentelijke pachtgronden als eis op te nemen dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt op deze grond? Ook wanneer dit geen landbouwgrond betreft?

5. Is het toegestaan om bij verkoop van gemeentelijke grond een clausule in het koopcontract op te nemen waarin het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt verboden? Zo ja, bent u daar toe bereid?

6. Op dit moment is ongeveer 5% van de landbouw in de provincie Groningen biologisch. Samen met de provincie bent u aan het verkennen hoe u de natuur inclusieve- en biologische landbouw kunt versterken. In hoeverre ziet u het - ook met het oog op het voorzorgsprincipe - als mogelijkheid in de omgevingsvisie op te nemen om slechts een biologische/ natuur inclusieve bedrijfsvoering toe te staan bij nieuwvestiging en bedrijven die ter overname beschikbaar komen binnen de gemeente?

De gezondheidsraad adviseert onder meer dat er meer voorlichting en handhaving moet komen en dat er goed geregistreerd wordt welke middelen op welk perceel worden gebruikt. U gaf eerder aan geen rol te hebben bij de controle op en risico’s van het gebruik van (gestapelde) landbouwgif of op de hoeveelheden gif die worden gebruikt binnen de gemeente grenzen. Dit ligt bij andere overheidsinstanties zoals NVWA, SZW en het waterschap.

7. Welke acties kunt als gemeente ondernemen om haar inwoners te beschermen tegen gezondheidsrisico’s zoals de ziekte van Parkinson of ontwikkelingsstoornissen bij kinderen veroorzaakt door landbouwgif? In hoeverre neemt u deze taken op dit moment op zich?

8. Bent u bereid met de verantwoordelijke instanties om tafel te gaan om te komen tot een registratiesysteem per perceel voor de gebruikte chemische gifstoffen in de gemeente Groningen? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u tevens bereid overleg te voeren over een betere handhaving op het gebruik van middelen en voorlichting hierover voor gebruikers zoals de gezondheidsraad adviseert? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Kirsten de Wrede

Partij voor de Dieren

*https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2020/06/29/vervolgadvies-gewasbescherming-en-omwonenden

**https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/landbouwgif-zit-diep-in-de-beschermde-natuur~b044bfb6/

***https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2019/05/levend-lab-bestrijdingsmiddel-in-natuur-veel-schadelijker-dan-in-lab

****https://groningengemeente.partijvoordedieren.nl/vragen/schriftelijke-vragen-betreffende-het-gebruik-van-landbouwgif-in-onze-gemeente

Indiendatum: 10 jul. 2020
Antwoorddatum: 28 aug. 2020

1. Bent u bereid Natuurmonumenten en het Drentse Landschap te

ondersteunen met een pleidooi voor een breed landelijk onderzoek naar

chemicaliën in natuurgebieden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Wij onderschrijven het pleidooi voor een breed landelijk onderzoek naar

chemicaliën in natuurgebieden.


2. Heeft u inmiddels contact gehad met- of informatie gekregen van – het

ministerie over het door het RIVM geadviseerde onderzoek, waarnaar u

verwijst in de beantwoording van onze vorige vragen?

Wij hebben hierover nog geen contact gehad met het ministerie. Daarentegen

zijn wij wel bezig met het verzamelen van informatie over dit onderwerp.


3. Vindt u met ons dat wanneer de schadelijkheid van bestrijdingsmiddelen

keer op keer wordt aangetoond, er niet langer gewacht kan worden op nieuw

beleid vanuit het rijk, maar dat de gemeente Groningen ook hierin een

voorbeeldfunctie kan vervullen door zelf verdere maatregelingen te treffen en

zo haar inwoners te beschermen?

Over de schadelijkheid van bestrijdingsmiddelen voor mensen is, ondanks de

diverse onderzoeken die u in de inleiding van de vragen benoemt, nog veel

onduidelijk. Zo erkent de Gezondheidsraad in het vervolgadvies over

gewasbeschermingsmiddelen en omwonenden dat de uitkomsten van

onderzoek in Nederland minder uitgesproken zijn dan het buitenlandse

onderzoek waaruit aanwijzingen komen voor een verband tussen blootstelling

aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade. Het

zondermeer verbieden van deze middelen is te gemakkelijk. Landbouwers

kunnen zo bijvoorbeeld geconfronteerd worden met inkomsten derving

zonder dat er zicht is op passende alternatieven. Ook het punt van handhaving

is niet eenvoudig te regelen. Er zijn bovendien op dit moment geen meldingen

bij de gemeente van gezondheidsklachten in relatie tot deze middelen. Wel

beogen wij in het algemeen dat het gebruik van deze middelen wordt

teruggedrongen.


4. Bent u bereid om bij hernieuwde uitgave van gemeentelijke pachtgronden

als eis op te nemen dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen worden

gebruikt op deze grond? Ook wanneer dit geen landbouwgrond betreft?

Nee. Het zondermeer afwijzen van alle vormen van chemische

bestrijdingsmiddelen is op dit moment niet verstandig. Er moet eerst zicht

zijn op voldoende alternatieven voor de landbouwers. De sector zit in zwaar

weer en nu met extra eisen komen zonder overleg en afstemming met

provincie en betrokkenen zelf zal de spanning vergroten. Wel gaan we intern

in overleg of we pachtcontracten kunnen verduurzamen en/of meer

natuurinclusief kunnen maken.


5. Is het toegestaan om bij verkoop van gemeentelijke grond een clausule in

het koopcontract op te nemen waarin het gebruik van bestrijdingsmiddelen

wordt verboden? Zo ja, bent u daar toe bereid?

We gaan dit juridisch onderzoeken.


6. Op dit moment is ongeveer 5% van de landbouw in de provincie Groningen

biologisch. Samen met de provincie bent u aan het verkennen hoe u de natuur

inclusieve- en biologische landbouw kunt versterken. In hoeverre ziet u hetook met het oog op het voorzorgsprincipe – als mogelijkheid in de

omgevingsvisie op te nemen om slechts een biologische/natuur inclusieve

bedrijfsvoering toe te staan bij nieuwvestiging en bedrijven die ter overname

beschikbaar komen binnen de gemeente?

Wij streven naar een agrarische sector die economische rendabel is, die

voldoende en gezond voedsel voortbrengt en een positieve bijdrage levert aan

de kwaliteit van het landschap en milieu. Als er zich bij nieuwvestiging of

overname bedrijven aandienen met een biologische of natuur inclusieve

bedrijfsvoering dan juichen wij dat toe, evenals duurzame- en

omgevingsgerichte boerenbedrijven die rekening houden met

bovengenoemde streefdoelen. Wij moeten nader onderzoeken of en wat voor

rol de omgevingsvisie hierin kan spelen.


7. Welke acties kunt u als gemeente ondernemen om haar inwoners te

beschermen tegen gezondheidsrisico’s zoals de ziekte van Parkinson of

ontwikkelingsstoornissen bij kinderen veroorzaakt door landbouwgif? In

hoeverre neemt u deze taken op dit moment op zich?

De Provincie Groningen hoort landelijk op het gebied van Parkinson

patiënten tot de regio’s met de lagere aantallen. Het ligt niet voor de hand

hierin het voortouw te nemen. De GGD volgt via een landelijke werkgroep de

ontwikkelingen betreffende gewasbeschermingsmiddelen en volksgezondheid

op de voet. We zullen in overleg met de GGD, voorlichting geven en waar

wettelijke normen overschreden worden handhavend optreden. Gebruikers

van landbouwgif hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om deze

middelen te toetsen op risico’s, schadelijke effecten en wijze van gebruik.

Verder zullen we waar mogelijk goede communicatie tussen bedrijven,

burgers en gemeente stimuleren.


8. Bent u bereid met de verantwoordelijke instanties om tafel te gaan om te

komen tot een registratiesysteem per perceel voor de gebruikte chemische

gifstoffen in de gemeente Groningen? Zo nee, waarom niet?

Zo’n systeem zal efficiënt en effectief moeten zijn en voldoende

mogelijkheden moeten bieden tot voorkomen of beperken van schade. Een

vervolgvraag is welke capaciteit hiervoor nodig is en of daar voldoende

middelen voor zijn. Het past ons daarom niet om hierin het initiatief te

nemen. Wij wachten af wanneer de verantwoordelijke instanties met concrete

vragen of voorstellen komen.


9. Bent u bereid overleg te voeren over een betere handhaving op het gebruik

van middelen en voorlichting hierover voor gebruikers zoals de

gezondheidsraad adviseert? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Wij zijn bereid hier overleg over te voeren, maar de verschillende

overheidsorganisaties die controleren op het gebruik van

beschermingsmiddelen voor gewassen zijn hier primair voor aan zet; de

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de waterschappen en de Inspectie

SZW.