Schrif­te­lijke Vragen Honden­shows in Groningen


Geacht college,

Ieder voorjaar vindt in het Martiniplaza in het eerste weekend van maart de Martinidogshow plaats, georganiseerd door de Noorder Kynologenclub. Bij deze hondenshow pogen eigenaren met hun hond het Certificat d’Aptitude au Championnat of het Certificat d’Aptitude au Championnat International de Beauté, afgekort CAC en CACIB, te winnen. Een integraal onderdeel van deze prijzen, en zodoende van de hondenshow als geheel, is dat deze gericht zijn op het voldoen aan bepaalde uiterlijke kenmerken die per rashondensoort worden voorgeschreven. Enkel rashonden die staan ingeschreven bij het Nederlands Honden Stamboek (NHSB) worden toegelaten tot de Martinidogshow (1).

Er zijn veel problemen rondom het fokken van raszuivere honden, met name op het gebied van gezondheid. Door inteelt en selecteren op uiterlijke kenmerken stapelen de genetisch overdraagbare ziektes zich bij rashonden op. Reeds in 2011 wijdde Radar hier een aflevering aan: “Rashonden vaak ernstig ziek door fokbeleid” (2). In maart dit jaar kopte de Volkskrant: “Veel rashonden zijn zo doorgefokt dat ze constant lijden” (3). Stichting Dier & Recht publiceert tevens al meerdere jaren de Rashondenwijzer, “een uniek overzicht van circa 250 erfelijke aandoeningen die bij ruim 100 hondenrassen voorkomen. De website is ontwikkeld voor consument, fokker en dierenarts en natuurlijk voor iedereen die rashonden een goed hart toedraagt” (4, 5). De Rashondenwijzer stelt na een onderzoek ook dat hondenshows verboden zouden moeten worden (10).

Hondenshows promoten het fokken van rashonden gebaseerd op zogeheten wenselijke uiterlijke kenmerken, waarbij de gezondheid van de dieren niet voorop staat. Ook zijn hondenshows stressvolle omgevingen voor honden, die daar niet de kans krijgen om natuurlijk gedrag te vertonen. Dierenarts Frederieke Schouten noemt hondenshows "een stressvolle ervaring voor honden. Ze staan uren te tutten met hun baasje en ze worden op een ruwe manier in de juiste positie gezet" (6). Om de bovengenoemde redenen heeft de gemeente Amsterdam eerder dit jaar de wens geuit om geen hondenshows meer in de stad te organiseren. Dierenshows lokaal verbieden is niet mogelijk, dit is een bevoegdheid van het rijk. Om hiervoor wel een gemeentelijke bevoegdheid te krijgen stuurde de wethouder Dierenwelzijn van Amsterdam in juni 2017 een brief naar de Tweede Kamer, mede-ondertekend door de gemeente Groningen (7). Alhoewel een gemeentelijk verbod dus nog niet mogelijk is, kan de gemeente Amsterdam als aandeelhouder van de RAI wel druk uitoefenen om dit soort evenementen, waarbij dierenwelzijn in het gedring komt, niet langer toe te staan (8). Dierenrechtenorganisaties waren verheugd met deze ontwikkelingen om hondenshows aan perken te leggen (9).

Na deze inleiding stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college:

  1. Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat honden met ongezonde raskenmerken zoals een extreem korte snuit, afgesloten neusgaten, en/of een hoog inteeltpercentage, op een podium gehesen worden, omdat het juist de winnende honden zijn die populair zijn om mee verder te fokken, en hierdoor een groot aantal ongezonde nakomelingen ontstaat? Zo nee, waarom niet?
  2. Deelt u de mening dat hiermee artikel 1.3 van de Wet Dieren wordt overtreden, waarin de intrinsieke waarde van het dier wordt erkend en dieren vrij behoren te zijn van fysiek en fysiologisch ongerief, vrij behoren te zijn van angst en chronische stress en niet beperkt worden in hun natuurlijke gedrag? Zo nee, waarom niet?
  3. Constaterende dat hondenshows als de Martinidogshow een perverse prikkel vormen om honden te fokken met zieke uiterlijke kenmerken, constaterende dat de RvB dramatisch welzijnsbeleid en handhaving voerde, en constaterende het feit dat de honden door de aard van de show (druk, lawaaierig, heel veel andere honden aanwezig) en wat er van de honden gevraagd wordt (waardoor de honden zeer belemmerd worden in het vertonen van natuurlijk gedrag), deelt u de mening dat het aan hondenshows inherent is dat zij niet bijdragen aan het welzijn van het dier en vooral een “feestje” zijn voor de mens? Zo nee, waarom niet?
  4. Heeft het college kennis genomen van het rapport van Stichting Dier & Recht “Hondenshows Moeten Verboden Worden”? Zo nee, zou het college dit willen doen?
  5. Deelt het college de conclusie van Stichting Dier & Recht? Zo nee, waarom niet?

Bij het tentoonstellingsreglement van de Martinidogshow valt onder punt 14 te lezen:

“Tevens kunnen honden met geamputeerde staarten deelnemen als aangetoond kan worden dat deze hond geboren is in een land waar geen coupeerverbod van staarten geldt of geboren voordat er in het geboorteland een coupeerverbod van staarten van kracht was. Het geboorteland moet in dat geval vermeldt worden op het inschrijfformulier.” (11)

6. Is het college het met ons van mening dat het toestaan van het tentoonstellen van dieren met geamputeerde lichaamsdelen onder welke voorwaarden dan ook onwenselijk is en aantoont dat dierenwelzijn niet voorop staat bij deze hondenshow?

7. Is het college bereid om als enige aandeelhouder van Martiniplaza erop aan te dringen om geen hondenshows meer te houden in het Martiniplaza?

Gerjan Kelder

Partij voor de Dieren

Bronvermelding:

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u ons antwoord toekomen op de door de heer G. Kelder van de fractie Partij voor de Dieren gestelde vragen over hondenshows in

Groningen. De brief van de vragensteller treft u als bijlage aan. In de evenementenhal Martiniplaza vindt het eerste weekend van maart een

hondenshow plaats. Landelijk is er veel discussie over het houden van hondenshows. De dierenwelzijnorganisaties zijn van mening dat het niet goed

is voor het welzijn van de dieren en dat het doorfokken hiermee wordt gepromoot. De gemeente Amsterdam wil de hondenshows gaan verbieden,

maar tot een daadwerkelijk verbod is het nog niet gekomen. Een landelijk verbod op hondenshows wordt op korte termijn niet verwacht gezien de

reactie van de Minister. Een poging tot een hondenshow-verbod, dat alleen landelijk kan worden geregeld, sneuvelde in de Tweede Kamer. De Partij

voor de Dieren diende een motie tot een verbod in, maar deze werd verworpen.

1. Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat honden met ongezonde

raskenmerken zoals een extreem korte snuit, afgesloten neusgaten, en/of

een hoog inteeltpercentage, op een podium gehesen worden, omdat het

juist de winnende honden zijn die populair zijn om mee verder te

fokken, en hierdoor een groot aantal ongezonde nakomelingen

ontstaat? Zo nee, waarom niet?

Ja, dit onderschrijven wij. We volgen de actuele landelijke discussie om

het fokken van honden, katten en andere dieren op een schadelijk

uiterlijk aan banden te leggen. Het showen en promoten van deze dieren

hoort bij deze discussie.

Het fokken met dieren waarbij schadelijke kenmerken worden

doorgegeven, is in strijd met het Besluit Houders van Dieren (art. 3.4

lid 2 sub b). We zijn begaan met het welzijn van de dieren en

beschouwen het fokken met dieren met schadelijke uiterlijke

kenmerken als een kwalijke zaak. Wij ondersteunen dan ook het

FairFok-programma dat door de Raad van Beheer, de landelijke

organisatie die staat voor de relatie tussen hond en eigenaar, is

geïnitieerd, dit op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken.

In het Besluit Houders van Dieren staan ook regels omtrent het

tentoonstellen van gezelschapsdieren (art. 3.7 t/m 3.12). Deze regels

garanderen het welzijn van de dieren op shows en tentoonstellingen. In

hoeverre een hondenshow effect heeft op het welzijn van de hond is

mede afhankelijk van de naleving van deze regels. De Nederlandse

voedsel- en warenautoriteit (NVWA) treedt op als bevoegd

toezichthouder op het naleven van de regels door de organisatoren van

dierenshows.

2. Deelt u de mening dat hiermee artikel 1.3 van de Wet Dieren wordt

overtreden, waarin de intrinsieke waarde van het dier wordt erkend en

dieren vrij behoren te zijn van fysiek en fysiologisch ongerief, vrij

behoren te zijn van angst en chronische stress en niet beperkt worden in

hun natuurlijke gedrag? Zo nee, waarom niet?

Ja, we zijn van mening dat het fokken met dieren op basis van uiterlijke

kenmerken die de gezondheid en het welzijn van het dier schaden in

strijd is met deze wet en dat dierenshows hier een negatieve bijdrage

aan leveren.

3. Constaterende dat hondenshows als de Martinidogshow een perverse

prikkel vormen om honden te fokken met zieke uiterlijke kenmerken,

constaterende dat de RvB dramatisch welzijnsbeleid en handhaving

voerde, en constaterende het feit dat de honden door de aard van de

show (druk, lawaaierig, heel veel andere hondenaanwezig) en wat er

van de honden gevraagd wordt (waardoor de honden zeer belemmerd

worden in het vertonen van natuurlijk gedrag), deelt u de mening dat

het aan hondenshows inherent is dat zij niet bijdragen aan het welzijn

van het dier en vooral een “feestje” zijn voor de mens? Zo nee, waarom

niet?

Ja, wij delen deze mening. Zoals onder de eerste vraag is aangegeven

zien wij fokken met dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken als een

kwalijke zaak. De landelijke discussie volgen wij hierover op de voet.

4. Heeft het college kennis genomen van het rapport van Stichting Dier &

Recht “Hondenshows Moeten Verboden Worden”? Zo nee, zou het

college dit willen doen?

Ja.

5. Deelt het college de conclusie van Stichting Dier & Recht? Zo nee,

waarom niet?

Wij zijn het eens met de conclusie dat een hondenshow een negatief

effect zou kunnen hebben op de gezondheid en het welzijn van de

dieren en dat de gemeente de mogelijkheden zou moeten hebben om

een hondenshow te verbieden. Zoals u zelf aangeeft is het lokaal

verbieden van dierenshows niet mogelijk, dit is een bevoegdheid van

het rijk. Om hiervoor wel een gemeentelijke bevoegdheid te krijgen

hebben we als gemeente Groningen de brief van de wethouder

Dierenwelzijn van Amsterdam aan de Tweede Kamer medeondertekend.

De Minister heeft de gemeente Amsterdam laten weten

niet voornemens te zijn deze bevoegdheden te decentraliseren. De

gemeente Amsterdam heeft daarop aangegeven een

ontmoedigingsbeleid te gaan voeren. De mogelijkheden voor een

dergelijk beleid zullen we ook voor de Groningen onderzoeken. Een

voorbeeld van een dergelijk maatregel in Amsterdam is de aanpassing

van het evenementenbeleid en de APV, die voor elk evenement met

dieren een evenementenvergunning verplicht stelt.

6. Is het college het met ons van mening dat het toestaan van het

tentoonstellen van dieren met geamputeerde lichaamsdelen onder welke

voorwaarden dan ook onwenselijk is en aantoont dat dierenwelzijn niet

voorop staat bij deze hondenshow?

Het amputeren van lichaamsdelen bij honden, anders dan om medische

redenen, is wettelijk verboden in Nederland sinds 1996. In navolging

hiervan geldt er reeds een verbod door de Fédération Cynologique

Internationale (FCI) voor het tentoonstellen van gecoupeerde honden

bij FCI-gereglementeerde hondenshows, waaronder ook de Martini

DogShow valt. Wij ondersteunen dit verbod. De Martini DogShow

heeft dit verbod ook in haar regelement opgenomen; de enige

uitzondering op dit verbod betreft honden die om medische redenen een

staartamputatie hebben ondergaan. Deze medische noodzaak dient

onderschreven te zijn door een praktiserend dierenarts.

7. Is het college bereid om als enige aandeelhouder van Martiniplaza

erop aan te dringen om geen hondenshows meer te houden in het

Martiniplaza?

Het college is bereid om in het kader van het op te stellen

ontmoedigingsbeleid een gesprek hierover aan te gaan met de

Martiniplaza. Op dit moment biedt de huidige APVG geen ruimte voor

een verbod. Overigens is een verbod voor alleen de Martiniplaza geen

structurele oplossing voor het probleem, aangezien de dierenshows

mogelijk uitwijken naar andere locaties.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen,

de burgemeester, de locosecretaris,

Peter den Oudsten Bert Popken