Schrif­te­lijke vragen over de Toekomst van het Betonbos


Groningen, 29 januari 2019

Geacht college,

Op 4 april 2018 werd in de raadscommissie Ruimte & Wonen het raadsvoorstel “Stad aan het Water: Ontwikkelingsstrategie Eemskanaalzone” besproken. In deze strategie worden plannen uiteengezet om onder andere de noord- en zuidzijde van het Eemskanaal, ten oosten van de Europaweg, te herontwikkelen tot een nieuw woongebied met 1000-2000 woningen. Over een deel van de huidige bewoners van dat gebied, de Betonbosbewoners, werd in de stukken niet gerept. Om hun zorgen toch onder de aandacht te brengen hebben de Betonbosbewoners destijds ingesproken bij de commissievergadering, en zijn we naderhand als raad uitgenodigd om een kijkje te komen nemen bij het Betonbos. Op 13 juni 2018 is een aantal van de raadsfracties op die uitnodiging ingegaan, en hebben we een rondleiding over het terrein gekregen. De Partij voor de Dieren was positief verrast over wat we daar aantroffen: het Betonbos bestaat uit aanzienlijk meer bos dan uit beton. Sinds de bewoners daar in 2004 zijn gaan wonen, hebben ze de stadsnatuur ter plekke grotendeels met rust gelaten. Er wordt niet gekapt en gesnoeid en zodoende is er een tiny forest ontstaan, een stukje natuur dat een hoge mate van biodiversiteit kent. De soortenrijkdom van het terrein bestaat onder andere uit daslook, spechten, marters, sperwers, haviken, vleermuizen, en andere soorten insecten en vogels die wonen en foerageren in het Betonbos. De bewoners wonen in woonwagens of yurts en leven met een kleine ecologische voetafdruk: bijna alle gebruikte materialen voor de woningen en het interieur zijn hergebruikt, met water en elektra wordt zeer spaarzaam omgegaan, en voedsel wordt gedeeltelijk zelf verbouwd. Eind december 2018 namen de Betonbosbewoners opnieuw contact op met onze fractie. De ontwikkelplannen van de Eemskanaalzone hebben ervoor gezorgd dat de grondeigenaar afstand lijkt te nemen van het gedoogbeleid tegenover de Betonbosbewoners. Omdat de bewoners geen problemen willen veroorzaken of een onhoudbare positie willen innemen, hebben zij al aangegeven dat zij bereid zijn de locatie te verlaten wanneer het nodig is. Dit echter wel in goed overleg, waarbij voor hen voldoende tijd bestaat om te verhuizen, en zij ook niet verhuizen enkel om vervolgens een terrein achter te laten dat nog jaren braak blijft liggen. Helaas is het contact met de door de eigenaar aangestelde tussenpersoon minder prettig dan gehoopt. Op 5 januari is een deel van onze fractie opnieuw op bezoek geweest bij het Betonbos om met de bewoners te praten over de meest recente ontwikkelingen.

Graag stellen wij het college de volgende vragen.

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat alternatieve woonvormen zoals het Betonbos van grote waarde zijn voor de gemeente Groningen, omdat zij fungeren als broedplaats op het gebied van kunst, diversiteit, creativiteit en sociale cohesie en zodoende als bron van inspiratie? Zo nee, waarom niet?

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat alle mensen in Groningen moeten kunnen wonen op een manier die bij hen past, ook op een manier die kansen biedt voor een hoge mate van zelfvoorzienend leven? Zo nee, waarom niet?

De Betonbosbewoners hebben zich de afgelopen 14 jaar hard ingezet voor hun omgeving. Omwonenden geven aan blij te zijn met het Betonbos, omdat de bewoners ervoor hebben gezorgd dat de drugscriminaliteit en bijbehorende overlast, die voorheen op die locatie plaatsvond, is verdwenen. Ook hebben de bewoners het terrein een semi-publieke functie gegeven, door bijvoorbeeld feesten voor de buurt te organiseren, rondleidingen te geven aan vogelliefhebbers, yogalessen te geven, een rommelmarkt en zadenruilbeurs te organiseren, in oefenruimte te voorzien voor bands, in atelierruimte te voorzien voor artiesten, een uitvaart verzorgd, een logeerplek geweest voor rondtrekkende artiesten, et cetera.

3. Erkent het college net als de Partij voor de Dieren de cruciale rol die de Betonbosbewoners de afgelopen jaren hebben gespeeld in het verbeteren van de leefbaarheid van de noordzijde van het Eemskanaal? Zo nee, waarom niet?

Als Partij voor de Dieren beschouwen wij al het groen in onze gemeente als een asset voor de leefkwaliteit van zowel mens als dier. Wij vrezen dan ook dat bij bouwplannen op het terrein van het Betonbos na de noodzakelijke ecoscan wordt besloten dat enkele compenserende maatregelen in de omgeving voldoende zouden zijn om het bestaande, soortenrijke bos te kappen.

4. Is het college het met ons eens dat ongecultiveerde tiny forests zoals deze van onschatbare waarde zijn voor het dierenleven in een stedelijk gebied?

De gemeente Groningen kent een lange en rijke geschiedenis wat betreft alternatieve woonvormen en gekraakte panden en terreinen: het ORKZ, de Stadsnomaden, De Oude Glasfabriek zijn enkele voorbeelden. Steeds vaker moeten deze woonvormen plaatsmaken voor grootschalige bouwplannen. Aangezien het Betonbos in particulier bezit is, gaat de gemeente niet rechtstreeks over dit terrein en de toekomst daarvan. Deze ontwikkelingen zijn echter wel begonnen na het presenteren van de ontwikkelstrategie voor de Eemskanaalzone van het vorige college. De Betonbosbewoners hebben aangegeven hun huidige manier van wonen erg graag voort te willen zetten in de gemeente Groningen, en ook zeker bereid zijn om de semi-publieke functie die zij op de huidige locatie hebben gehad uit te bouwen en te vergroten op een nieuwe locatie.

5. Is het college het met ons eens dat het zonder de Ontwikkelingsstrategie Eemskanaalzone niet waarschijnlijk was geweest dat de Betonbosbewoners op korte termijn hun thuis zouden moeten verlaten?

6. Is het college met ons van mening dat het onterecht is om de Betonbosbewoners te vragen om te verhuizen om plaats te maken voor braakliggende grond, en dat het redelijk is om ze pas te vragen te verhuizen als er bouwplannen liggen?

7. Is het college bereid om een intermediërende rol te spelen tussen de grondeigenaar en de Betonbosbewoners over de gang van zaken?

8. Is het college bereid om, mocht het inderdaad zover komen dat de bewoners het Betonbos moeten verlaten, een proactieve rol in te nemen in het zoeken naar een nieuwe, alternatieve locatie voor deze woonvorm?

9. Een vergelijkbare woongroep was het ADM-terrein in Amsterdam. Het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties heeft de gemeente Amsterdam eind december 2018 per brief verzocht het terrein niet te ontruimen tot de vervangende locatie als voldoende beoordeeld was. De gemeente heeft desondanks het terrein op 7 januari met inzet van de Mobiele Eenheid en tot grote ontsteltenis van bewoners na 21 jaar ontruimd. Een rechtszaak om deze beslissing aan te vechten loopt momenteel. Hoe beschouwt het college van Groningen deze gang van zaken? Is het college van plan om in Groningen wel eerst een volwaardig alternatief te hebben geregeld?

Antwoorddatum: 19 feb. 2019

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat alternatieve woonvormen zoals het Betonbos van grote waarde zijn voor de gemeente Groningen, omdat zij fungeren als broedplaats op het gebied van kunst, diversiteit, creativiteit en sociale cohesie en zodoende als bron van inspiratie? Zo nee, waarom niet?

We willen een gemeente zijn waarin plek is voor iedereen die hier wil wonen. Daar horen ook alternatieve woonvormen bij zoals de bewoners van het Betonbos nastreven. Hiertoe hebben we ook een aantal plekken in de gemeente ter beschikking gesteld en wordt er aanvullend daarop gewerkt aan nieuwe locaties voor Tiny Houses. Het bieden van broedplaatsen voor kunst, creativiteit en diversiteit hoeft overigens niet direct gekoppeld te zijn aan een alternatieve woonvorm. Zo bieden we op Suikerfabriekterrein (en eerder op het Ebbingekwartier) ook ruimte hiervoor.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat alle mensen in Groningen moeten kunnen wonen op een manier die bij hen past, ook op een manier die kansen biedt voor een hoge mate van zelfvoorzienend leven? Zo nee, waarom niet?

Ja, hier zijn we het mee eens. Daarom bieden we in onze gemeente ook een breed palet aan woonmilieus: van vrije kavels in het hoge segment tot betaalbare huurwoningen, van appartementen in de binnenstad tot het beschikbaar stellen van braakliggende terreinen (zoals langs het Hoendiep en op het Suikerfabriekterrein) voor alternatieve woonvormen. Tegelijkertijd is het zo dat we altijd zorgvuldig met de schaarse ruimte om moeten gaan en per locatie een afweging moeten maken.

3. Erkent het college net als de Partij voor de Dieren de cruciale rol die de Betonbosbewoners de afgelopen jaren hebben gespeeld in het verbeteren van de leefbaarheid van de noordzijde van het Eemskanaal? Zo nee, waarom niet?

Wij kunnen niet beoordelen of de Betonbosbewoners een cruciale rol hebben gespeeld in de verbetering van de leefbaarheid.

4. Is het college het met ons eens dat ongecultiveerde tiny forests zoals deze van onschatbare waarde zijn voor het dierenleven in een stedelijk gebied?

Wij erkennen de waarde van het gebied en hebben het daarom ook opgenomen in de Stedelijke Ecologische Structuur (SES). Met de ontwikkeling van dit nieuwe woongebied willen wij een boost geven aan kwaliteit van de omgeving. De locatie is daarom opgenomen in onze nieuwe omgevingsvisie Next City als locatie voor wonen en werken. Dit is verder vastgelegd in de visie Ontwikkelingsstrategie Eemskanaalzone Stad aan het water (2018). Omdat het gebied onderdeel uitmaakt van de SES, houden wij bij deze ruimtelijke ontwikkeling rekening met de beleidsregels ten aanzien van de SES. De ecologische waarden van het gebied zullen dan ook in de nieuwe plannen worden gecompenseerd.

5. Is het college het met ons eens dat het zonder de Ontwikkelingsstrategie Eemskanaalzone niet waarschijnlijk was geweest dat de Betonbosbewoners op korte termijn hun thuis zouden moeten verlaten?

Zoals wij hebben aangegeven in de visie Ontwikkelingsstrategie Eemskanaalzone Stad aan het water (2018), is de noordzijde van het Eemskanaal / Damsterdiep altijd in beeld geweest voor woningbouw. Dit is door uw raad vastgesteld in de visie Eemskanaalzone – verbinding in Stad uit 2006. Echter door de financiële en economische crisis van 2008 is er geen woningbouw tot ontwikkeling gekomen. In het kader van de nieuwe omgevingsvisie Next City hebben wij wederom aangegeven dat dit gedeelte van Groningen een belangrijke locatie is voor wonen en werken. Welke vervolgstappen de ontwikkelaar zet in relatie tot de visie en richting bewoners is niet aan ons.

6. Is het college met ons van mening dat het onterecht is om de Betonbosbewoners te vragen om te verhuizen om plaats te maken voor braakliggende grond, en dat het redelijk is om ze pas te vragen te verhuizen als er bouwplannen liggen?

De herontwikkeling van de plek is uiteindelijk aan de particuliere eigenaar, zo ook om in alle redelijkheid het illegale wonen te beëindigen.

7. Is het college bereid om een intermediërende rol te spelen tussen de grondeigenaar en de Betonbosbewoners over de gang van zaken?

Nee, op dit moment zien wij geen directe aanleiding om te bemiddelen. In eerste aanleg is het een geschil tussen de eigenaar van de grond en de bewoners.

8. Is het college bereid om, mocht het inderdaad zover komen dat de bewoners het Betonbos moeten verlaten, een proactieve rol in te nemen in het zoeken naar een nieuwe, alternatieve locatie voor deze woonvorm?

Zoals aangegeven werken we op dit moment aan het realiseren van twee locaties van Tiny Houses (Westpark en Meerstad). Uiteraard zijn we bereid om met de bewoners van het Betonbos de mogelijkheden te verkennen. We kunnen hierbij niet garanderen dat we voor deze specifieke groep een alternatieve locatie kunnen vinden, aangezien de ruimte beperkt is.

9. Een vergelijkbare woongroep was het ADM-terrein in Amsterdam. Het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties heeft de gemeente Amsterdam eind december 2018 per brief verzocht het terrein niet te ontruimen tot de vervangende locatie als voldoende beoordeeld was. De gemeente heeft desondanks het terrein op 7 januari met inzet van de Mobiele Eenheid en tot grote ontsteltenis van bewoners na 21 jaar ontruimd. Een rechtszaak om deze beslissing aan te vechten loopt momenteel. Hoe beschouwt het college van Groningen deze gang van zaken? Is het college van plan om in Groningen wel eerst een volwaardig alternatief te hebben geregeld?

We zijn van mening dat de huidige bewoners met de eigenaar van de grond tot redelijke afspraken kunnen komen over de termijn waarop het gebied moet worden verlaten. De bewoners weten vanaf het begin dat ze gebruik maken van grond van iemand anders en dat dat daarmee tijdelijk van aard is. Uiteraard kunnen hier wat ons betreft geen rechten aan worden ontleend voor een volwaardig alternatief.