Schrif­te­lijke vragen over de verdiepte ligging zuide­lijke ringweg


Geacht college,

U heeft gister antwoord gegeven op vragen van dhr. van Kesteren (PVV) over de aanleg van de nieuwe Zuidelijke Ringweg. Naar aanleiding van deze en andere zaken, willen wij u graag nog enkele vervolgvragen stellen.

  1. De verdiepte ligging zou grondwaterneutraal gebouwd worden, stelt u in voornoemde antwoorden. ARP en CHP zijn van plan voor het realiseren van de verdiepte ligging van de Ringweg sterk af te wijken van de MER ( zie bijv. deel 7 Water en 8 Bodemonderzoek) en hebben een Watervergunning aangevraagd bij het Waterschap Hunze en Aa’s. De aanvraag is gedaan op basis van de CHP Bemalingsadvies( ARZ-TD-ClusterVDL-1328, d.d. 23-01-2020) [1] waarin een grote bemaling wat betreft tijdsduur, omvang ( max. 1.205.400 m³) en diepte wordt voorgesteld. Kunt u ons uitleggen hoe de aanleg grondwaterneutraal genoemd kan worden, terwijl tegelijkertijd meer dan een miljoen m³ water uit het gebied wordt gepompt?
  2. De kritiek van Deltares op de plannen van CHP was zeer fundamenteel: foute aannames, foute onderbouwingen, onvoldoende onderzoek, extrapolaties op basis van gissingen, etc. De praktijk bewees hun bevindingen. In het voornoemde Bemalingsadvies wordt verwezen naar verschillende onderliggende rapporten welke tot op heden niet beschikbaar zijn voor het Waterschap en daardoor ook niet middels een WOB verzoek opvraagbaar zijn voor bijvoorbeeld burgers. Op grond van welke documenten baseert de gemeente haar antwoorden aan de PVV dat de plannen nu wel gebaseerd zijn op juiste aannames, juiste onderbouwingen, voldoende onderzoek en extrapolaties op basis van correcte onderzoeksgegevens? Kunt u deze documenten exact benoemen met naam, versie en datum? Kunt u deze ter beschikking stellen aan de Raad en de inwoners van Groningen? En kunt u de rapporten waar het Bemalingsadvies aan refereert voor de inwoners en de Raad openbaar maken?
  3. CHP staat voor ogen om te werken met meerdere gelijktijdige bemalingen. Deltares heeft veel kritiek op vele aspecten van de uitgevoerde pompproeven en stelt dat gezien de heterogeniteit van de bodemopbouw pompproeven geen sluitend en afdoende beeld zullen opleveren voor een bemalingsontwerp. Op grond van welke rapporten weerlegt CHP dit advies en wordt doorgegaan met de aanpak van gelijktijdige bemaling? Kunt u deze documenten exact benoemen met naam, versie, datum -en- ter beschikking stellen aan de Raad en de inwoners van Groningen?
  4. In een bericht in het Dagblad van het Noorden van zaterdag 25 april jl., stelt Kramer dat ARZ en CHP aan Deltares hebben gevraagd om een publieksvriendelijke uitleg te maken over de aanleg van de bouwput. Kunt u ons bevestigen dat Deltares daartoe bereid is? En zo ja, wanneer kunnen wij die Jip-en-Janneke uitleg verwachten?
  5. In de beantwoording van de voornoemde PVV vragen erkent u dat de nieuwe ringweg 20 meter naar het zuiden opschuift. Hoe het ook precies zei, in de oorspronkelijke plannen was dit anders. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de gebruikers van het DUO en Frontier gebouw, de inwoners van de wijk de Meeuwen en het Sterrebos? Kunt u garanderen dat hierdoor niet meer bomen gekapt, dan wel hoog opgesnoeid worden om de werkzaamheden door te laten gaan dan oorspronkelijk is aangegeven? Waarom heeft de gemeente de Raad niet nadrukkelijk minimaal geïnformeerd over deze afwijking van het referentieontwerp, de aanpak en de verplaatsing van de wegas naar het zuiden?
  6. Deltares schetst vele grote risico’s voor de omgeving, de funderingen van panden van inwoners, leidingen en groen. In het eerder genoemde artikel in het Dagblad van het Noorden stelt Bert Kramer namens de CHP dat verzakkingen komen als gevolg van freatisch grondwater, vlak onder het maaiveld, boven de dichte kei leemlaag. Het is de diepe grondwaterlaag die tot honderden meters afstand van de bouwput kan fluctueren, maar daar zou de bebouwing geen last van hebben. Deltares stelt nu juist in haar rapport dat op de Hondsrug alle grondlagen zo door elkaar lopen, dat hierover eigenlijk niets met zekerheid valt te zeggen en stelt: “.. voor panden op staalfundering bestaan niet goed gekwantificeerde zettingsrisico’s, vooral nabij oostelijk deel tracé (Oosterpoortbuurt).” Het deels toch aanbrengen van onderwaterbeton zou volgens u voldoende zijn om deze risico’s te minimaliseren? Zo ja, kunt u rapporten of onderzoeken laten zien waarin deze visie wordt gestaafd?
  7. Burgers die in getroffen buurten wonen kunnen een apparaatje geplaatst krijgen door CHP dat later kan aantonen dat hun schade het gevolg is van de ringweg. De bewijslast ligt bij de bewoners. Groningers hebben niet zulke goede ervaring met het moeten aantonen dat het verzakken van huizen niet hun eigen schuld is. Bent u het met ons eens dat een omgekeerde bewijslast hier meer voor de hand ligt?

De gemeente is in de Stuurgroep van de ARZ vertegenwoordigd met een wethouder. Naast de verantwoordelijkheid binnen de ARZ voor de gang van zaken heeft de gemeente ook haar eigen specifieke verantwoordelijkheden richting de inwoners van de stad, bijvoorbeeld ten aanzien van de Wet Bodembescherming.

8. Is het “Definitief Ontwerp Bouwkuip” formeel goedgekeurd? Graag ontvangen wij hierop een antwoord dat uit slechts “ja”, dan wel “nee” bestaat.

9. Heeft de ARZ de toe te passen bouwmethode, dan wel bouwmethodes formeel goedgekeurd ? Ook deze vraag willen wij graag beantwoord zien met “ja”, dan wel “nee”. Indien het antwoord op deze vraag bevestigend is: op grond van welk document, waarin deze keuze dan wel keuzes worden onderbouwd, heeft deze formele goedkeuring plaatsgevonden? Zouden deze documenten ter beschikking gesteld kunnen worden?

10. In een gemeentelijke Wet bodembescherming besluit , MD 09.1994620 [2], d.d. 25 augustus 2009, punt 2.3 staat “dat het onttrekken van grondwater, het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 2 m -mv of overige handelingen in verontreinigde bodem niet is toegestaan zonder onze voorafgaande toestemming”. Is dit besluit nog steeds rechtsgeldig? Zo ja, heeft u ARZ dan wel CHP hiervoor expliciet toestemming gegeven en zo ja in welke vergunning? Zo nee, waarom niet?

11. In dit zelfde besluit staat dat monitoring in 2009, 2010, 2012 en 2014 zal plaats vinden. Aanleiding was o.a. dat in een rapport van Iwaco wordt gemeld dat op meer dan 10 meter diepte resterend arseen is achtergelaten. [3] In de praktijk heeft dit onderzoek deels in andere jaren plaatsgevonden. Waarom heeft die afwijking plaatsgevonden en was dit met de volledige instemming van de gemeente?

12. Op 5 december 2017 meldt advies- en ingenieursbureau Tauw de gemeente ten aanzien van de Monitoring grondwater dat slechts twee volledige monitoringsronden hebben plaatsgevonden ( 2011 en 2012) waarbij in 2014 slechts één bemonstering van een peilbuis (nr 58) heeft plaatsgevonden als gevolg van een onverwachte stijging van de signaal waarde.[4] De volledige monitoringsronde van 2014 en 2016 heeft voor zover dit bekend is bij Tauw niet plaats gevonden. Waarom is de gemeente niet direct alsnog na de stijging van de signaalwaarde overgegaan tot volledige grondwater monitoring conform het voornoemde Besluit op de Wet bodembescherming?

13. Is er op grond van de verhoogde signaal waarde in 2014 door de gemeente een keuze gemaakt of gebruik gemaakt moet worden van een terugvalscenario, conform het besluit op de Wet bodembescherming uit vraag 10? Welke keuze is gemaakt en op grond waarvan? En kunt u toelichten hoe een dergelijk terugvalscenario eruit zou zien?

14. In 2017 worden sterk verhoogde concentraties door Tauw gemeld, nu voor peilbuizen 31 en 58, een matige verhoging in 21 en lichte verhogingen in 41, 50, 53 en 55. Welke keuze heeft de gemeente toen gemaakt ten aanzien van een terugvalscenario en op grond waarvan?

15. Op 21 maart 2019 stuurt Tauw weer een brief over de Monitoring grondwater 2018 aan de gemeente met als aanleiding “het geval van ernstige grondwaterverontreiniging met arseen op de locatie”. Weer worden verhoogde concentraties aan arseen gemeten ( peilbuis 31 en 58), matige concentraties in 21 en 53 en lichte concentraties in 41 en 45. In het geactualiseerde saneringsplan (Royal Haskoning, kenmerk 9T0990, d.d. 17 april 2009) staat met betrekking tot de Signaal waarde “wanneer in twee of meer filters tweemaal een toename wordt gemeten groter dan 50% ten opzichte van de vorige ronde en de gehalten in beide meetronden de tussenwaarde overschrijden dient , in overleg met het bevoegd gezag, het terugvalscenario in werking worden gezet”. “In peilbuizen 31 en 53 is in 2018 ten opzichte van de monitoringsronde van 2017 een stijging in concentratie groter dan 50% geconstateerd. Voor peilbuis 31 bevinden beide waarden zich boven de interventiewaarde, voor peilbuis 50 is in 2018 een overschrijding van de tussenwaarde geconstateerd.”

16. Welke keuze heeft de gemeente gemaakt op grond van deze conclusie van Tauw en op grond waarvan? [5]

17. Tauw constateert dat gezien de significante stijging van de gemeten concentraties van arseen in peilbuizen 31 en 53 niet met zekerheid te stellen is dat een stabiele eindsituatie is bereikt en dat mogelijk het terugvalscenario in werking moet worden gesteld. Extra monitoring voor de buizen 31 en 53 wordt voorgesteld. Welke keuze heeft u als bevoegd gezag gemaakt op grond van deze informatie en waarom? Kunt u ons resultaten doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

18. Gelden er op dit moment met het oog op het beheer van restverontreinigingen gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen? Zo ja, in welk besluit dan wel beschikking is dit kenbaar gemaakt ? Kunt u ons die doen toekomen?

19. Hoe verhoudt de mogelijkheid van een eventueel terugvalscenario zich tot de werkzaamheden ten aanzien van de nieuwe Zuidelijke Ringweg? Is een terugvalscenario dan nog steeds mogelijk?

20. Tijdens de informatiesessie voor raads- en statenleden waaraan u in de eerder genoemde antwoorden op de vragen van de PVV refereert, werd gezegd dat de kwaliteit van het grondwater dat bij bemalingsproeven op de Aagrunollokatie vrijkwam, van betere kwaliteit was dan het water in het Winschoterdiep. Van welke diepte was dit water afkomstig? En kunt u ons die onderzoeken doen toekomen?

21. Kunt u ons het eindrapport toesturen met betrekking tot de eindsanering van de Aagrunollokatie?

22. Gezien bovenstaande en de plannen van CHP en de verantwoordelijkheden van de gemeente, hoe gaat de gemeente alsnog invulling geven aan hetgeen gesteld is in haar besluit [1] en hoe gaat zij handhavend optreden tegen CHP als de gemeente géén vergunning heeft afgegeven aan CHP voor de uitvoering van hun plannen ten aanzien van de verdiepte ligging?ki

[2] Locatie : Winschoterdiep, voormalig Aagrunol te Groningen Globiscode : GR-0014-00001 Onderwerp : besluit ernst, spoedeisendheid en tijdstipbepaling en besluit over een ingediend saneringsplan Nummer : MD 09.1994620 Datum : 25 augustus 2009 Versie : definitief

[3] IWACO, Aanvullend onderzoek voormalig Aagrunol-terrein te Groningen, 2 november 2000, projectnummer 25423, opdrachtgever provincie Groningen.

[4] Tauw, Monitoring grondwater 2017 Aagrunol te Groningen, d.d.5 december 2017, Kenmerk L001-1261309EBS-V01-nva-NL
https://arcgis.groningen.nl/AA001403063/MO-2017%20L001-1261309EBS-V01-nva-NL.pdf

[5] Tauw, Monitoring grondwater 2018 Aagrunol te Groningen, d.d.21 maart 2019, kenmerk L001-1267779EBS-V01-kst-NL