Schrif­te­lijke vragen over de verdiepte ligging zuide­lijke ringweg


Indiendatum: mei 2020

Geacht college,

U heeft gister antwoord gegeven op vragen van dhr. van Kesteren (PVV) over de aanleg van de nieuwe Zuidelijke Ringweg. Naar aanleiding van deze en andere zaken, willen wij u graag nog enkele vervolgvragen stellen.

  1. De verdiepte ligging zou grondwaterneutraal gebouwd worden, stelt u in voornoemde antwoorden. ARP en CHP zijn van plan voor het realiseren van de verdiepte ligging van de Ringweg sterk af te wijken van de MER ( zie bijv. deel 7 Water en 8 Bodemonderzoek) en hebben een Watervergunning aangevraagd bij het Waterschap Hunze en Aa’s. De aanvraag is gedaan op basis van de CHP Bemalingsadvies( ARZ-TD-ClusterVDL-1328, d.d. 23-01-2020) [1] waarin een grote bemaling wat betreft tijdsduur, omvang ( max. 1.205.400 m³) en diepte wordt voorgesteld. Kunt u ons uitleggen hoe de aanleg grondwaterneutraal genoemd kan worden, terwijl tegelijkertijd meer dan een miljoen m³ water uit het gebied wordt gepompt?
  2. De kritiek van Deltares op de plannen van CHP was zeer fundamenteel: foute aannames, foute onderbouwingen, onvoldoende onderzoek, extrapolaties op basis van gissingen, etc. De praktijk bewees hun bevindingen. In het voornoemde Bemalingsadvies wordt verwezen naar verschillende onderliggende rapporten welke tot op heden niet beschikbaar zijn voor het Waterschap en daardoor ook niet middels een WOB verzoek opvraagbaar zijn voor bijvoorbeeld burgers. Op grond van welke documenten baseert de gemeente haar antwoorden aan de PVV dat de plannen nu wel gebaseerd zijn op juiste aannames, juiste onderbouwingen, voldoende onderzoek en extrapolaties op basis van correcte onderzoeksgegevens? Kunt u deze documenten exact benoemen met naam, versie en datum? Kunt u deze ter beschikking stellen aan de Raad en de inwoners van Groningen? En kunt u de rapporten waar het Bemalingsadvies aan refereert voor de inwoners en de Raad openbaar maken?
  3. CHP staat voor ogen om te werken met meerdere gelijktijdige bemalingen. Deltares heeft veel kritiek op vele aspecten van de uitgevoerde pompproeven en stelt dat gezien de heterogeniteit van de bodemopbouw pompproeven geen sluitend en afdoende beeld zullen opleveren voor een bemalingsontwerp. Op grond van welke rapporten weerlegt CHP dit advies en wordt doorgegaan met de aanpak van gelijktijdige bemaling? Kunt u deze documenten exact benoemen met naam, versie, datum -en- ter beschikking stellen aan de Raad en de inwoners van Groningen?
  4. In een bericht in het Dagblad van het Noorden van zaterdag 25 april jl., stelt Kramer dat ARZ en CHP aan Deltares hebben gevraagd om een publieksvriendelijke uitleg te maken over de aanleg van de bouwput. Kunt u ons bevestigen dat Deltares daartoe bereid is? En zo ja, wanneer kunnen wij die Jip-en-Janneke uitleg verwachten?
  5. In de beantwoording van de voornoemde PVV vragen erkent u dat de nieuwe ringweg 20 meter naar het zuiden opschuift. Hoe het ook precies zei, in de oorspronkelijke plannen was dit anders. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de gebruikers van het DUO en Frontier gebouw, de inwoners van de wijk de Meeuwen en het Sterrebos? Kunt u garanderen dat hierdoor niet meer bomen gekapt, dan wel hoog opgesnoeid worden om de werkzaamheden door te laten gaan dan oorspronkelijk is aangegeven? Waarom heeft de gemeente de Raad niet nadrukkelijk minimaal geïnformeerd over deze afwijking van het referentieontwerp, de aanpak en de verplaatsing van de wegas naar het zuiden?
  6. Deltares schetst vele grote risico’s voor de omgeving, de funderingen van panden van inwoners, leidingen en groen. In het eerder genoemde artikel in het Dagblad van het Noorden stelt Bert Kramer namens de CHP dat verzakkingen komen als gevolg van freatisch grondwater, vlak onder het maaiveld, boven de dichte kei leemlaag. Het is de diepe grondwaterlaag die tot honderden meters afstand van de bouwput kan fluctueren, maar daar zou de bebouwing geen last van hebben. Deltares stelt nu juist in haar rapport dat op de Hondsrug alle grondlagen zo door elkaar lopen, dat hierover eigenlijk niets met zekerheid valt te zeggen en stelt: “.. voor panden op staalfundering bestaan niet goed gekwantificeerde zettingsrisico’s, vooral nabij oostelijk deel tracé (Oosterpoortbuurt).” Het deels toch aanbrengen van onderwaterbeton zou volgens u voldoende zijn om deze risico’s te minimaliseren? Zo ja, kunt u rapporten of onderzoeken laten zien waarin deze visie wordt gestaafd?
  7. Burgers die in getroffen buurten wonen kunnen een apparaatje geplaatst krijgen door CHP dat later kan aantonen dat hun schade het gevolg is van de ringweg. De bewijslast ligt bij de bewoners. Groningers hebben niet zulke goede ervaring met het moeten aantonen dat het verzakken van huizen niet hun eigen schuld is. Bent u het met ons eens dat een omgekeerde bewijslast hier meer voor de hand ligt?

De gemeente is in de Stuurgroep van de ARZ vertegenwoordigd met een wethouder. Naast de verantwoordelijkheid binnen de ARZ voor de gang van zaken heeft de gemeente ook haar eigen specifieke verantwoordelijkheden richting de inwoners van de stad, bijvoorbeeld ten aanzien van de Wet Bodembescherming.

8. Is het “Definitief Ontwerp Bouwkuip” formeel goedgekeurd? Graag ontvangen wij hierop een antwoord dat uit slechts “ja”, dan wel “nee” bestaat.

9. Heeft de ARZ de toe te passen bouwmethode, dan wel bouwmethodes formeel goedgekeurd ? Ook deze vraag willen wij graag beantwoord zien met “ja”, dan wel “nee”. Indien het antwoord op deze vraag bevestigend is: op grond van welk document, waarin deze keuze dan wel keuzes worden onderbouwd, heeft deze formele goedkeuring plaatsgevonden? Zouden deze documenten ter beschikking gesteld kunnen worden?

10. In een gemeentelijke Wet bodembescherming besluit , MD 09.1994620 [2], d.d. 25 augustus 2009, punt 2.3 staat “dat het onttrekken van grondwater, het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 2 m -mv of overige handelingen in verontreinigde bodem niet is toegestaan zonder onze voorafgaande toestemming”. Is dit besluit nog steeds rechtsgeldig? Zo ja, heeft u ARZ dan wel CHP hiervoor expliciet toestemming gegeven en zo ja in welke vergunning? Zo nee, waarom niet?

11. In dit zelfde besluit staat dat monitoring in 2009, 2010, 2012 en 2014 zal plaats vinden. Aanleiding was o.a. dat in een rapport van Iwaco wordt gemeld dat op meer dan 10 meter diepte resterend arseen is achtergelaten. [3] In de praktijk heeft dit onderzoek deels in andere jaren plaatsgevonden. Waarom heeft die afwijking plaatsgevonden en was dit met de volledige instemming van de gemeente?

12. Op 5 december 2017 meldt advies- en ingenieursbureau Tauw de gemeente ten aanzien van de Monitoring grondwater dat slechts twee volledige monitoringsronden hebben plaatsgevonden ( 2011 en 2012) waarbij in 2014 slechts één bemonstering van een peilbuis (nr 58) heeft plaatsgevonden als gevolg van een onverwachte stijging van de signaal waarde.[4] De volledige monitoringsronde van 2014 en 2016 heeft voor zover dit bekend is bij Tauw niet plaats gevonden. Waarom is de gemeente niet direct alsnog na de stijging van de signaalwaarde overgegaan tot volledige grondwater monitoring conform het voornoemde Besluit op de Wet bodembescherming?

13. Is er op grond van de verhoogde signaal waarde in 2014 door de gemeente een keuze gemaakt of gebruik gemaakt moet worden van een terugvalscenario, conform het besluit op de Wet bodembescherming uit vraag 10? Welke keuze is gemaakt en op grond waarvan? En kunt u toelichten hoe een dergelijk terugvalscenario eruit zou zien?

14. In 2017 worden sterk verhoogde concentraties door Tauw gemeld, nu voor peilbuizen 31 en 58, een matige verhoging in 21 en lichte verhogingen in 41, 50, 53 en 55. Welke keuze heeft de gemeente toen gemaakt ten aanzien van een terugvalscenario en op grond waarvan?

15. Op 21 maart 2019 stuurt Tauw weer een brief over de Monitoring grondwater 2018 aan de gemeente met als aanleiding “het geval van ernstige grondwaterverontreiniging met arseen op de locatie”. Weer worden verhoogde concentraties aan arseen gemeten ( peilbuis 31 en 58), matige concentraties in 21 en 53 en lichte concentraties in 41 en 45. In het geactualiseerde saneringsplan (Royal Haskoning, kenmerk 9T0990, d.d. 17 april 2009) staat met betrekking tot de Signaal waarde “wanneer in twee of meer filters tweemaal een toename wordt gemeten groter dan 50% ten opzichte van de vorige ronde en de gehalten in beide meetronden de tussenwaarde overschrijden dient , in overleg met het bevoegd gezag, het terugvalscenario in werking worden gezet”. “In peilbuizen 31 en 53 is in 2018 ten opzichte van de monitoringsronde van 2017 een stijging in concentratie groter dan 50% geconstateerd. Voor peilbuis 31 bevinden beide waarden zich boven de interventiewaarde, voor peilbuis 50 is in 2018 een overschrijding van de tussenwaarde geconstateerd.”

16. Welke keuze heeft de gemeente gemaakt op grond van deze conclusie van Tauw en op grond waarvan? [5]

17. Tauw constateert dat gezien de significante stijging van de gemeten concentraties van arseen in peilbuizen 31 en 53 niet met zekerheid te stellen is dat een stabiele eindsituatie is bereikt en dat mogelijk het terugvalscenario in werking moet worden gesteld. Extra monitoring voor de buizen 31 en 53 wordt voorgesteld. Welke keuze heeft u als bevoegd gezag gemaakt op grond van deze informatie en waarom? Kunt u ons resultaten doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

18. Gelden er op dit moment met het oog op het beheer van restverontreinigingen gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen? Zo ja, in welk besluit dan wel beschikking is dit kenbaar gemaakt ? Kunt u ons die doen toekomen?

19. Hoe verhoudt de mogelijkheid van een eventueel terugvalscenario zich tot de werkzaamheden ten aanzien van de nieuwe Zuidelijke Ringweg? Is een terugvalscenario dan nog steeds mogelijk?

20. Tijdens de informatiesessie voor raads- en statenleden waaraan u in de eerder genoemde antwoorden op de vragen van de PVV refereert, werd gezegd dat de kwaliteit van het grondwater dat bij bemalingsproeven op de Aagrunollokatie vrijkwam, van betere kwaliteit was dan het water in het Winschoterdiep. Van welke diepte was dit water afkomstig? En kunt u ons die onderzoeken doen toekomen?

21. Kunt u ons het eindrapport toesturen met betrekking tot de eindsanering van de Aagrunollokatie?

22. Gezien bovenstaande en de plannen van CHP en de verantwoordelijkheden van de gemeente, hoe gaat de gemeente alsnog invulling geven aan hetgeen gesteld is in haar besluit [1] en hoe gaat zij handhavend optreden tegen CHP als de gemeente géén vergunning heeft afgegeven aan CHP voor de uitvoering van hun plannen ten aanzien van de verdiepte ligging?ki

[2] Locatie : Winschoterdiep, voormalig Aagrunol te Groningen Globiscode : GR-0014-00001 Onderwerp : besluit ernst, spoedeisendheid en tijdstipbepaling en besluit over een ingediend saneringsplan Nummer : MD 09.1994620 Datum : 25 augustus 2009 Versie : definitief

[3] IWACO, Aanvullend onderzoek voormalig Aagrunol-terrein te Groningen, 2 november 2000, projectnummer 25423, opdrachtgever provincie Groningen.

[4] Tauw, Monitoring grondwater 2017 Aagrunol te Groningen, d.d.5 december 2017, Kenmerk L001-1261309EBS-V01-nva-NL
https://arcgis.groningen.nl/AA001403063/MO-2017%20L001-1261309EBS-V01-nva-NL.pdf

[5] Tauw, Monitoring grondwater 2018 Aagrunol te Groningen, d.d.21 maart 2019, kenmerk L001-1267779EBS-V01-kst-NL

Indiendatum: mei 2020
Antwoorddatum: 17 jun. 2020

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u toekomen het antwoord op de door mevrouw K. de Wrede

van de Partij voor de Dieren en de heer A.J.M. van Kesteren van de Partij

voor de Vrijheid gestelde vragen ex art. 38 RvO over de aanleg van de

nieuwe ringweg en hieraan gekoppeld, de verontreiniging op het voormalige

AAgrunolterrein.

Wij beantwoorden uw vragen als volgt.


1. De verdiepte ligging zou grondwaterneutraal gebouwd worden, stelt u

in voornoemde antwoorden. ARP en CHP zijn van plan voor het

realiseren van de verdiepte ligging van de Ringweg sterk af te wijken

van de MER ( zie bijv. deel 7 Water en 8 Bodemonderzoek) en hebben

een Watervergunning aangevraagd bij het Waterschap Hunze en Aa’s.

De aanvraag is gedaan op basis van de CHP Bemalingsadvies( ARZTD-ClusterVDL-1328, d.d. 23-01-2020) waarin een grote bemaling

wat betreft tijdsduur, omvang (max. 1.205.400 m³) en diepte wordt

voorgesteld. Kunt u ons uitleggen hoe de aanleg grondwaterneutraal

genoemd kan worden, terwijl tegelijkertijd meer dan een miljoen m³

water uit het gebied wordt gepompt?

De achtergrond van het principe "grondwaterneutraal bouwen" is dat er

geen negatief effect optreed voor de omgeving als gevolg van

verandering van grondwaterstanden. Veranderingen van

grondwaterstanden kunnen ontstaan door bijvoorbeeld bemalen van

bouwkuipen tijdens de bouw. Een andere oorzaak van

grondwaterstandsverandering kan zijn opstuwing van

grondwaterstromen door in de grond aangebrachte objecten (bijv. een

tunnel), waardoor verdroging of vernatting kan ontstaan.

Het principe van "grondwaterneutraal bouwen" wordt niet losgelaten,

noch voor de bouwfase, noch voor gebruiksfase. Wel wordt er

grondwater onttrokken in het westelijk deel van de bouwkuip. Er is

echter met grondonderzoek, grondwatermodellering, berekeningen en

pompproeven door CHP aangetoond dat bemaling in het westelijk deel

van de bouwkuip mogelijk is, zonder nadelige effecten op

grondwaterstand te veroorzaken. Tijdens de bouw worden middels

peilbuizen de grondwaterstanden nauwlettend gemonitord. Bij

eventuele onder- of overschrijding van grenswaarden zullen adequate

beheersmaatregelen getroffen worden. Een van de beheersmaatregelen

betreft het retourbemalen van onttrokken grondwater.

De voorgenoemde stappen zijn positief beoordeeld door de

geohydrologen van ARZ (incl. externe specialisten van Fugro en

Deltares), hetgeen geleid heeft tot acceptatie van het Definitief Ontwerp

(DO) van de bouwkuip december 2019. Het effect van eventuele

opstuwing in gebruiksfase van de tunnel is ook positief beschouwd.

Voornaamste reden dat in het westelijk deel van de bouwkuip bemalen

kan worden, is het feit dat de grondslag dit mogelijk maakt. Een slecht

waterdoorlatende laag van keileem zorgt voor een scheiding tussen

ondiep (freatisch) grondwater en diep (1e watervoerende pakket)

grondwater. De bemaling onttrekt grondwater uit het diepe pakket,

zonder het ondiepe grondwater te beïnvloeden. Verandering van

ondiepe grondwaterstand is onwenselijk, vanwege eventuele effecten op

bebouwing en/of flora & fauna. Overigens kent de ondiepe

grondwaterstand altijd een natuurlijke fluctuatie als gevolg van natte en

droge periodes. Ten oosten van het spoor is de keileem laag in mindere

mate aanwezig, daarom is alhier gekozen voor toepassing van

onderwaterbeton.

Op 3 juni heeft het waterschap Hunze en Aa’s bekend gemaakt dat zij

een watervergunning afgeeft aan de Combinatie Herepoort voor het

onttrekken van grondwater voor de bouw van de verdiepte ligging van

de Zuidelijke Ringweg Groningen. Geen van de 102 ingediende

zienswijzen gaf aanleiding voor het aanpassen van de vergunning,

omdat de gevolgen van de tijdelijke onttrekking voldoende beheersbaar

zijn. In de vergunning staat hoeveel grondwater er onttrokken mag

worden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden controleert het

waterschap actief en regelmatig op de naleving hiervan.



2. De kritiek van Deltares op de plannen van CHP was zeer fundamenteel:

foute aannames, foute onderbouwingen, onvoldoende onderzoek,

extrapolaties op basis van gissingen, etc. De praktijk bewees hun

bevindingen. In het voornoemde Bemalingsadvies wordt verwezen naar

verschillende onderliggende rapporten welke tot op heden niet

beschikbaar zijn voor het Waterschap en daardoor ook niet middels

een WOB verzoek opvraagbaar zijn voor bijvoorbeeld burgers. Op

grond van welke documenten baseert de gemeente haar antwoorden

aan de PVV dat de plannen nu wel gebaseerd zijn op juiste aannames,

juiste onderbouwingen, voldoende onderzoek en extrapolaties op basis

van correcte onderzoeksgegevens? Kunt u deze documenten exact

benoemen met naam, versie en datum? Kunt u deze ter beschikking

stellen aan de Raad en de inwoners van Groningen? En kunt u de

rapporten waar het Bemalingsadvies aan refereert voor de inwoners en

de Raad openbaar maken?

Begin 2019 is de samenwerking op geohydrologisch vlak

geïntensiveerd, waarbij er periodiek overlegd is tussen specialisten van

CHP en ARZ (Rijkswaterstaat, Deltares en Fugro). Deze werkwijze

heeft geresulteerd in acceptabele bouwmethode gebaseerd op deels

bemaling en deels onderwaterbeton. Deze bouwmethode is vastgelegd

in het Definitieve Ontwerp (DO) van bouwkuip Verdiepte Ligging N7

(VDL). Dit DO is eind 2019 geaccepteerd door ARZ (en haar

specialisten). De geohydrologische samenwerking is en wordt

gecontinueerd. Belangrijke mijlpaal was de geslaagde (retour-)

bemalingsproef eind december 2019, waarbij op grote schaal de praktijk

is nagebootst in een bouwkuipdeel ter plaatse van de Kempkensberg.

De resultaten van deze proef zijn gebruikt bij nadere uitwerking van de

bemaling van de bouwkuip, alsmede het bemalingsadvies, welke ten

grondslag ligt aan de Watervergunning. De resultaten van de proef zijn

tevens gebruikt bij het opstellen van de het Monitoringsplan, waarin

wordt beschreven hoe tijdens de uitvoering de omgeving wordt

gemonitord en eventuele terugvalscenario’s in gang worden gezet.

De bouwkuip is opgedeeld in verschillende compartimenten. Elk

compartiment wordt voorafgaand aan ontgraven, beproefd middels een

acceptatieproef. De acceptatieproef houdt in dat een representatieve

bemalingsinstallatie geplaatst en in werking wordt gesteld, waarbij

tegelijkertijd de bouwkuip en omgeving nauwlettend worden

gemonitord. Mocht uit de acceptatieproef blijken dat het compartiment

en/of haar omgeving anders reageert dan ontworpen, dan wordt

afhankelijk van de oorzaak een adequate beheersmaatregel in werking

gezet. Deze werkwijze borgt een beheerst proces van uitvoering en

voorkomt schade aan omgeving. Een beheersmaatregel die

mogelijkerwijs ingezet zal worden is de toepassing van een

retourbemalingssysteem.


Dit systeem zorgt ervoor dat te grote grondwaterstandsdaling (en

mogelijk schade) wordt voorkomen, door water in de grond te

retourneren.

Resumerend, CHP en ARZ (en haar specialisten) hebben vertrouwen in

bovenstaande werkwijze waarbij op een gecontroleerde manier de

bouwkuip van de Verdiepte Ligging veilig wordt gerealiseerd en

omgevingsrisico’s ten allen tijde worden beheerst.

Overzicht van de relevante documenten:

• DO Bouwkuip Verdiepte Ligging: ARZ-TD-KW19-11084-ON-DO30-04-Ontwerpnota DO KW19 Bouwkuip, d.d. 06-11-2019.

• Addendum bemaling VDL: ARZ-TD-KW19-13325 Addendum

bemaling VDL

• Bemalingsadvies: 4905821_1579861427129_ARZ-TDCluster_VDL-1328-versie_12-2020, d.d. 23-01-2020

• Monitoringsplan: ARZ-TD-KW19-10763-RA-UO-38-02-

Monitoring bemaling VDL, d.d. 29-05-2020

• Memo acceptatieproef: ARZ-TD-KW19-12919-ME-UV-38-01-

Memo acceptatieproef bemaling VDL, d.d. 29-05-2020

• Werkinstructie Retourbemaling: ARZ-TD-KW19-13067-WI-UV38-02-Werkinstructie Retourbemaling KW19, VDL, d.d. 29-05-

2020

Mocht u deze documenten willen inzien, dan adviseren wij u om een

afspraak te maken met projectorganisatie Aanpak Ring Zuid.


3. CHP staat voor ogen om te werken met meerdere gelijktijdige

bemalingen. Deltares heeft veel kritiek op vele aspecten van de

uitgevoerde pompproeven en stelt dat gezien de heterogeniteit van de

bodemopbouw pompproeven geen sluitend en afdoende beeld zullen

opleveren voor een bemalingsontwerp. Op grond van welke rapporten

weerlegt CHP dit advies en wordt doorgegaan met de aanpak van

gelijktijdige bemaling? Kunt u deze documenten exact benoemen met

naam, versie, datum -en- ter beschikking stellen aan de Raad en de

inwoners van Groningen?

Er is geen sprake meer van gelijktijdige bemaling over de gehele lengte

van het tracé van de verdiepte ligging. Dit is tevens toegelicht tijdens de

informatiebijeenkomst op 15 januari voor de gemeenteraad. Op basis

van de second opinion van Deltares is het ontwerp van de Verdiepte

Ligging aangepast. Zie het antwoord bij vraag 1. In het oostelijk deel

wordt onderwaterbeton toegepast en het westelijk deel bemaling.

Voor documenten zie vraag 2.


4. In een bericht in het Dagblad van het Noorden van zaterdag 25 april jl.,

stelt Kramer dat ARZ en CHP aan Deltares hebben gevraagd om een

publieksvriendelijke uitleg te maken over de aanleg van de bouwput.

Kunt u ons bevestigen dat Deltares daartoe bereid is? En zo ja,

wanneer kunnen wij die Jip-en-Janneke uitleg verwachten?

Deltares is bereid in een notitie aan te geven wat het oordeel is over de

aangepaste werkwijze. Dit memo wordt deze maand verwacht en wordt

gepubliceerd op de website van Aanpak Ring Zuid.

5. In de beantwoording van de voornoemde PVV vragen erkent u dat de

nieuwe ringweg 20 meter naar het zuiden opschuift. Hoe het ook

precies zei, in de oorspronkelijke plannen was dit anders. Wat zijn de

gevolgen hiervan voor de gebruikers van het DUO en Frontier gebouw,

de inwoners van de wijk de Meeuwen en het Sterrebos? Kunt u

garanderen dat hierdoor niet meer bomen gekapt, dan wel hoog

opgesnoeid worden om de werkzaamheden door te laten gaan dan

oorspronkelijk is aangegeven? Waarom heeft de gemeente de Raad niet

nadrukkelijk minimaal geïnformeerd over deze afwijking van het

referentieontwerp, de aanpak en de verplaatsing van de wegas naar het

zuiden?

Voor de ombouw van de zuidelijke ringweg is in september 2014 een

Tracébesluit (TB) vastgesteld. Het TB is voor inspraak vrijgeven. Ook

de raad heeft zich er toentertijd over uitgesproken. De as van de nieuwe

weg, zoals deze is opgenomen in het Tracébesluit 2014 ligt ter hoogte

van de Hereweg, circa 20 meter meer naar het zuiden dan de huidige

weg. Het ontwerp van CHP past binnen deze bandbreedte.

6. Deltares schetst vele grote risico’s voor de omgeving, de funderingen

van panden van inwoners, leidingen en groen. In het eerder genoemde

artikel in het Dagblad van het Noorden stelt Bert Kramer namens de

CHP dat verzakkingen komen als gevolg van freatisch grondwater, vlak

onder het maaiveld, boven de dichte kei leemlaag. Het is de diepe

grondwaterlaag die tot honderden meters afstand van de bouwput kan

fluctueren, maar daar zou de bebouwing geen last van hebben. Deltares

stelt nu juist in haar rapport dat op de Hondsrug alle grondlagen zo

door elkaar lopen, dat hierover eigenlijk niets met zekerheid valt te

zeggen en stelt: “.. voor panden op staalfundering bestaan niet goed

gekwantificeerde zettingsrisico’s, vooral nabij oostelijk deel tracé

(Oosterpoortbuurt).” Het deels toch aanbrengen van onderwaterbeton

zou volgens u voldoende zijn om deze risico’s te minimaliseren? Zo ja,

kunt u rapporten of onderzoeken laten zien waarin deze visie wordt

gestaafd?

De in uw vraag genoemde risico’s zijn afgelopen periode beschouwd en

dit heeft geleid tot een acceptabel ontwerp, zie antwoord 2.


7. Burgers die in getroffen buurten wonen kunnen een apparaatje

geplaatst krijgen door CHP dat later kan aantonen dat hun schade het

gevolg is van de ringweg. De bewijslast ligt bij de bewoners.

Groningers hebben niet zulke goede ervaring met het moeten aantonen

dat het verzakken van huizen niet hun eigen schuld is. Bent u het met

ons eens dat een omgekeerde bewijslast hier meer voor de hand ligt?

Nee. Binnen het project ARZ wordt qua aansprakelijkheid de Wet

gevolgd, zoals dat voor alle werkzaamheden in Nederland geldt.

8. Is het “Definitief Ontwerp Bouwkuip” formeel goedgekeurd? Graag

ontvangen wij hierop een antwoord dat uit slechts “ja”, dan wel “nee”

bestaat.

Ja. Het Definitief Ontwerp Bouwkuip VDL is in december 2019

geaccepteerd door Opdrachtgever ARZ. In D&C-contract worden

ontwerpen geaccepteerd en niet goedgekeurd.

9. Heeft de ARZ de toe te passen bouwmethode, dan wel bouwmethodes

formeel goedgekeurd ? Ook deze vraag willen wij graag beantwoord

zien met “ja”, dan wel “nee”. Indien het antwoord op deze vraag

bevestigend is: op grond van welk document, waarin deze keuze dan

wel keuzes worden onderbouwd, heeft deze formele goedkeuring

plaatsgevonden? Zouden deze documenten ter beschikking gesteld

kunnen worden?

Ja. De aanleg van de bouwkuip moet veilig en beheerst gebeuren. Dat is

een belangrijke eis van opdrachtgever Aanpak Ring Zuid. ARZ toetst of

het Definitief Ontwerp van de bouwkuip voldoet aan alle eisen die

gesteld zijn. In totaal zijn dat ca. 3000 eisen. Op basis van de toetsing

heeft ARZ het DO van de bouwkuip in december 2019 geaccepteerd.

Mocht u dit omvangrijke toetsingspakket en bijbehorende documenten

willen inzien, dan adviseren wij u om een afspraak te maken met

projectorganisatie Aanpak Ring Zuid. Zie ook antwoord 2

10. In een gemeentelijke Wet bodembescherming besluit, MD 09.1994620 2

d.d. 25 augustus 2009, punt 2.3 staat “dat het onttrekken van

grondwater, het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 2 m -

mv of overige handelingen in verontreinigde bodem niet is toegestaan

zonder onze voorafgaande toestemming”.

Is dit besluit nog steeds rechtsgeldig? Zo ja, heeft u ARZ dan wel CHP

hiervoor expliciet toestemming gegeven en zo ja in welke vergunning?

Zo nee, waarom niet?

Het besluit waarnaar wordt verwezen, heeft betrekking op de

bodemsanering op het voormalige AAgrunol-terrein. Dit besluit is nog

van toepassing. besluit ernst, spoedeisendheid en tijdstipbepaling en besluit over een ingediend saneringsplan , locatie Winschoterdiep, voormalig AAgrunol te Groningen, kenmerk MD 09.1994620, d.d. 25 augustus 2009.


De vermelde gebruiksbeperkingen richten zich met name op

werkzaamheden in de nog aanwezige restverontreiniging op het

voormalige AAgrunol-terrein zelf. Een evaluatieverslag van de gehele

sanering is nog niet opgesteld.

Ten behoeve van de saneringswerkzaamheden in het tracé van de

Ringweg Zuid heeft CHP een Raamsaneringsplan ingediend waarmee

wij als bevoegd gezag met een (ander) besluit hebben ingestemd3

. In

hoofdstuk 3.2.2 van het Raamsaneringsplan Ring Zuid is de AAgrunol

verontreiniging beschreven.

Als de grondwaterverontreiniging van AAgrunol niet nadelig wordt

beïnvloed door de bemaling of andere werkzaamheden aan de Ring

Zuid, dan is expliciete toestemming niet nodig.

CHP heeft ook voor het AAgrunol-terrein modelmatig berekend of de

bemaling zou zorgen voor een verplaatsing van de

grondwaterverontreiniging. Uit de berekening kwam naar voren dat de

grondwaterverontreiniging zich jaarlijks ongeveer 2 meter zou

verplaatsen als gevolg van de bemaling. Deze verplaatsing is

verwaarloosbaar en heeft geen (meetbare) invloed op de ligging van de

grondwaterverontreiniging.

11. In dit zelfde besluit staat dat monitoring in 2009, 2010, 2012 en 2014

zal plaats vinden. Aanleiding was o.a. dat in een rapport van Iwaco

wordt gemeld dat op meer dan 10 meter diepte resterend arseen is

achtergelaten. . In de praktijk heeft dit onderzoek deels in andere

jaren plaatsgevonden. Waarom heeft die afwijking plaatsgevonden en

was dit met de volledige instemming van de gemeente?

In het saneringsplan (en de beschikking) zijn vier monitoringsrondes

voorzien. De rondes zijn niet uitgevoerd in de genoemde jaren omdat de

grondwateronttrekking later is uitgeschakeld dan was voorzien, zodat

de planning voor monitoring tijdens de passieve fase ook is

opgeschoven. De laatste monitoringsronde is dientengevolge weliswaar

in 2018 uitgevoerd, maar dit heeft geen negatieve gevolgen gehad voor

“het beeld” dat uit een dergelijke langjarige monitoring wordt

verkregen. De monitoring is uitgevoerd in lijn met het saneringsplan en

beschikking en afgestemd met bevoegd gezag en toezichthouder.

3. besluit ernst, spoedeisendheid en tijdstipbepaling en besluit over een ingediend saneringsplan, locatie Ringweg

Zuid te Groningen, kenmerk 6416121, d.d. 20 juni 2017.

4. IWACO, Aanvullend onderzoek voormalig AAgrunol-terrein te Groningen, 2 november 2000, projectnummer

25423, opdrachtgever provincie Groningen.


12. Op 5 december 2017 meldt advies- en ingenieursbureau Tauw de

gemeente ten aanzien van de Monitoring grondwater dat slechts twee

volledige monitoringsronden hebben plaatsgevonden ( 2011 en 2012)

waarbij in 2014 slechts één bemonstering van een peilbuis (nr 58)

heeft plaatsgevonden als gevolg van een onverwachte stijging van de

signaal waarde.5 De volledige monitoringsronde van 2014 en 2016

heeft voor zover dit bekend is bij Tauw niet plaats gevonden. Waarom is

de gemeente niet direct alsnog na de stijging van de signaalwaarde

overgegaan tot volledige grondwater monitoring conform het

voornoemde Besluit op de Wet bodembescherming?

De stijging is destijds geconstateerd in één diepe peilbuis (58) met een

filterdiepte van 9-10 m-mv in de kern van de

grondwaterverontreiniging. Daarmee werd niet (volledig) voldaan aan

het criterium voor het opstarten van het terugvalscenario. Het is

overigens een normaal verschijnsel dat concentraties in de kern sterk

fluctueren.

De afwijkende concentratie gaf in dit geval geen aanleiding tot het

direct nemen van maatregelen. De doelstelling is een stabiele

eindsituatie. Wij toetsen in een dergelijke situatie voornamelijk aan

verspreidingsrisico's waarbij wij ons vooral richten op de randen van de

verontreiniging. Latere metingen van deze peilbuis geven aan dat de

concentratie is gedaald tot beneden het niveau van 2008.

13. Is er op grond van de verhoogde signaal waarde in 2014 door de

gemeente een keuze gemaakt of gebruik gemaakt moet worden van een

terugvalscenario, conform het besluit op de Wet bodembescherming uit

vraag 10? Welke keuze is gemaakt en op grond waarvan? En kunt u

toelichten hoe een dergelijk terugvalscenario eruit zou zien?

Een 'keuze' was in dit geval niet aan de orde omdat de stijging is

geconstateerd in één diepe peilbuis (58) met een filterdiepte van 9-10

m-mv in de kern van de grondwaterverontreiniging. Daarmee werd niet

(volledig) voldaan aan het criterium voor het opstarten van het

terugvalscenario. Het is overigens een normaal verschijnsel dat

concentraties in de kern sterk fluctueren.

De afwijkende concentratie gaf in dit geval geen aanleiding tot het

direct nemen van maatregelen. De doelstelling is een stabiele

eindsituatie. Wij toetsen bij een dergelijke situatie voornamelijk aan

verspreidingsrisico's waarbij wij ons vooral richten op de randen van de

verontreiniging. Latere metingen van deze peilbuis geven aan dat de

concentratie is gedaald tot beneden het niveau van 2008.

5 Tauw, Monitoring grondwater 2017 AAgrunol te Groningen, d.d.5 december 2017, Kenmerk L001-1261309EBSV01-nva-NL

https://arcgis.groningen.nl/AA...


14. In 2017 worden sterk verhoogde concentraties door Tauw gemeld, nu

voor peilbuizen 31 en 58, een matige verhoging in 21 en lichte

verhogingen in 41, 50, 53 en 55. Welke keuze heeft de gemeente toen

gemaakt ten aanzien van een terugvalscenario en op grond waarvan?

Verderop op dezelfde pagina van dat rapport uit 2017 zegt het

adviesbureau dat ondanks de hoge concentratie, de eerder aangetroffen

sterke stijging in peilbuis 58 'significant' is afgenomen. De

concentraties in peilbuis 31 zijn nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte

van 2012. Het 'overall' beeld gaf in 2017 geen aanleiding om een 'keuze'

te maken. Tauw concludeert terecht een gelijkblijvende trend.

15. Op 21 maart 2019 stuurt Tauw weer een brief over de Monitoring

grondwater 2018 aan de gemeente met als aanleiding “het geval van

ernstige grondwaterverontreiniging met arseen op de locatie”. Weer

worden verhoogde concentraties aan arseen gemeten ( peilbuis 31 en

58), matige concentraties in 21 en 53 en lichte concentraties in 41 en

45. In het geactualiseerde saneringsplan (Royal Haskoning, kenmerk

9T0990, d.d. 17 april 2009) staat met betrekking tot de Signaal waarde

“wanneer in twee of meer filters tweemaal een toename wordt gemeten

groter dan 50% ten opzichte van de vorige ronde en de gehalten in

beide meetronden de tussenwaarde overschrijden dient , in overleg met

het bevoegd gezag, het terugvalscenario in werking worden gezet”. “In

peilbuizen 31 en 53 is in 2018 ten opzichte van de monitoringsronde

van 2017 een stijging in concentratie groter dan 50% geconstateerd.

Voor peilbuis 31 bevinden beide waarden zich boven de

interventiewaarde, voor peilbuis 50 is in 2018 een overschrijding van

de tussenwaarde geconstateerd.”

Welke keuze heeft de gemeente gemaakt op grond van deze conclusie

van Tauw en op grond waarvan?

Momenteel is het rapport in behandeling bij de Omgevingsdienst

Groningen. De beoordeling van dit rapport is nog niet afgerond. Naar

aanleiding van de resultaten heeft inmiddels wel een overleg

plaatsgevonden. Tijdens dat overleg is naar voren gekomen dat het

bevoegd gezag voornemens is de aanbeveling van Tauw over te nemen.

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over herbemonstering en eventueel

bijplaatsen van één of meerdere peilbuizen.

Op grond van de huidige resultaten is er overigens geen sprake van het

overschrijden van de toetsingscriteria van het terugvalscenario.

6 Tauw, Monitoring grondwater 2018 AAgrunol te Groningen, d.d.21 maart 2019, kenmerk L001-1267779EBS-V01- kst-NL


16. Tauw constateert dat gezien de significante stijging van de gemeten

concentraties van arseen in peilbuizen 31 en 53 niet met zekerheid te

stellen is dat een stabiele eindsituatie is bereikt en dat mogelijk het

terugvalscenario in werking moet worden gesteld. Extra monitoring

voor de buizen 31 en 53 wordt voorgesteld. Welke keuze heeft u als

bevoegd gezag gemaakt op grond van deze informatie en waarom?

Kunt u ons resultaten doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

Het adviesbureau heeft de resultaten niet getoetst aan de criteria voor

het in werking treden van het terugvalscenario. De gemeten

concentraties voldoen op dit moment niet aan de criteria en geven

daarom geen aanleiding tot het nemen van maatregelen.

Naar aanleiding van de resultaten heeft wel een overleg plaatsgevonden.

Tijdens dat overleg is naar voren gekomen dat het bevoegd gezag

voornemens is de aanbeveling van Tauw over te nemen. Daarnaast zijn

er afspraken gemaakt over herbemonstering en eventueel bijplaatsen

van één of meerdere peilbuizen. Als de resultaten hiervan bekend zijn,

wordt de situatie opnieuw beoordeeld.

17. Gelden er op dit moment met het oog op het beheer van

restverontreinigingen gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen? Zo

ja, in welk besluit dan wel beschikking is dit kenbaar gemaakt ? Kunt u

ons die doen toekomen?

De beperkingen zijn vastgelegd in de beschikking op het saneringsplan

AAgrunol en blijven onverminderd van kracht totdat wij als bevoegd

gezag een besluit hebben genomen op het evaluatieverslag. Naar de

beschikking is verwezen in een voetnoot bij vraag 10. Omdat het

saneringsplan er vanuit gaat dat ook na de saneringsfase

restverontreiniging aanwezig blijft, zullen de gebruiksbeperkingen ook

na afronding van de sanering nog van toepassing zijn.

18. Hoe verhoudt de mogelijkheid van een eventueel terugvalscenario zich

tot de werkzaamheden ten aanzien van de nieuwe Zuidelijke Ringweg?

Is een terugvalscenario dan nog steeds mogelijk?

Het terugvalscenario heeft betrekking op de grondwaterverontreiniging

op het AAgrunol-terrein. Als de huidige situatie onveranderd blijft,

verwachten wij niet dat dit scenario in werking zal treden.

De werkzaamheden aan de Zuidelijk Ring hebben betrekking op een

andere verontreinigingssituatie en zijn daarom beschreven in een

afzonderlijk Raamsaneringsplan waarmee wij als bevoegd gezag in een

afzonderlijk besluit hebben ingestemd.

Op grond van de beschikbare informatie verwachten wij niet dat de

werkzaamheden aan de Ring Zuid negatieve gevolgen zullen hebben

voor de nog aanwezige grondwaterverontreiniging op het AAgrunolterrein. Mocht dat op zeker moment toch het geval zijn, dan dient de

veroorzaker van die beïnvloeding de gevolgen ervan ongedaan te

maken.


19. Tijdens de informatiesessie voor raads- en statenleden waaraan u in de

eerder genoemde antwoorden op de vragen van de PVV refereert, werd

gezegd dat de kwaliteit van het grondwater dat bij bemalingsproeven

op de AAgrunollokatie vrijkwam, van betere kwaliteit was dan het

water in het Winschoterdiep. Van welke diepte was dit water afkomstig?

En kunt u ons die onderzoeken doen toekomen?

Tijdens de informatiesessie van 15 januari 2020 is gerefereerd aan de

bemalingsproeven in het kader van bouwkuip VDL en niet de

AAgrunollocatie. ARZ gaat geen grondwater onttrekken bij de

AAgrunollocatie. De resultaten (alsmede de diepte) van deze

bemalingsproeven zijn opgenomen in het Addendum Bemaling VDL.

20. Kunt u ons het eindrapport toesturen met betrekking tot de

eindsanering van de AAgrunollokatie?

Een eindevaluatie met een verslag van de gehele sanering wordt pas

opgesteld als de saneringsdoelstelling aantoonbaar is bereikt. Dat

moment lijkt te zijn genaderd zodat de resultaten van de volgende, en

mogelijk laatste ronde, verwerkt kunnen worden in een

eindevaluatieverslag. In dat verslag wordt ook een nazorgparagraaf

opgenomen en indien akkoord, volgt een instemmingsbesluit van het

college van B&W als bevoegd gezag.

21. Gezien bovenstaande en de plannen van CHP en de

verantwoordelijkheden van de gemeente, hoe gaat de gemeente alsnog

invulling geven aan hetgeen gesteld is in haar besluit [1] en hoe gaat

zij handhavend optreden tegen CHP als de gemeente géén vergunning

heeft afgegeven aan CHP voor de uitvoering van hun plannen ten

aanzien van de verdiepte ligging

CHP dient de saneringswerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van

de Ring Zuid uit te voeren conform het Raamsaneringsplan. Het

toezicht op de uitvoering van bodemsaneringen wordt namens de

gemeente uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groningen. Voor het

voormalige AAgrunol-terrein geldt een ander saneringsplan.

Op grond van hoofdstuk 5.7 van het bemalingsadvies van 23 januari

2020 verwachten wij overigens niet dat de onttrekking een negatieve

invloed zal hebben op de aanwezige grondwaterverontreiniging op het

AAgrunol-terrein. Dan is instemming niet nodig. Zie ook ons antwoord

bij vraag 10.


De aanleg van de ringweg vindt deels in den natte plaats en deels in den

droge. Daar waar grondwater onttrokken wordt, zijn de effecten voor de

directe omgeving modelmatig berekend en worden de effecten tijdens

de uitvoering gemonitord.