Schrif­te­lijke vragen over een inclusief Sinter­klaas­feest


Geacht college,

Naar aanleiding van de gespannen gebeurtenissen rondom de viering en intocht van Sinterklaas, waarbij voorstanders van Zwarte Piet de confrontatie opzochten met anti-piet demonstranten, wil de fractie van de Partij voor de Dieren het college een aantal vragen voorleggen. Het doel van het stellen van deze vragen is het zoeken naar aanknopingspunten voor een inclusief Sinterklaasfeest en het behoud van een mooie traditie.

Wij denken oprecht dat veel mensen nooit een racistische associatie bij het Sinterklaasfeest hebben gehad. Maar de wijze waarop de discussie gevoerd wordt, de gevoeligheden die maatschappelijk naar boven komen en de bevindingen van de Kinderombudsman, zijn voor ons nu aanleiding om het voortouw te nemen voor een Sinterklaasfeest dat door iedereen met evenveel plezier gevierd kan worden.

Graag stellen we u daarom de volgende vragen.

  1. Bent u bekend met het standpunt van de Kinderombudsman, verschenen in september 2016, waarin de ombudsman stelt dat het in het belang is van kinderen om op te groeien in een omgeving die veilig en respectvol is en waar kinderen niet worden gepest, uitgesloten of gediscrimineerd? [1]
  2. Acht u dit rapport actueel en relevant?
  3. De Kinderombudsman stelt dat op plekken waar het Sinterklaasfeest met kinderen wordt gevierd, volwassenen ervoor dienen te zorgen dat alle kinderen zich veilig voelen en plezier beleven aan dit feest. Kunt u aangeven of u deze mening deelt en hoe volgens u de protesten bij de afgelopen Sinterklaasintochten hiertoe in verhouding staan?
  4. In hoeverre bent u het met het standpunt van de Kinderombudsman eens dat het een taak van volwassenen is om een veilige en respectvolle omgeving te garanderen?
  5. De Kinderombudsman ziet in de maatschappelijke discussie over het Sinterklaasfeest een rol voor ouders en scholen weggelegd. Hoe ziet u uw eigen rol en in hoeverre heeft u hierin stappen ondernomen?
  6. De Kinderombudsman concludeert dat de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Deelt u deze conclusie? Zo ja, welke conclusie trekt u hieruit? Zo nee, waarom niet?
  7. Erkent u de conclusie van de Kinderombudsman dat kinderen zich gediscrimineerd voelen en/of dat het personage ‘Zwarte Piet’ op basis van fysieke kenmerken een minderwaardigheidsgevoel kan overdragen?
  8. Deelt u onze mening dat de dialoog zoals die in Amsterdam onder sturing van burgemeester Eberhard van der Laan heeft plaatsgevonden, een positieve bijdrage heeft geleverd aan een inclusief en voor alle bevolkingsgroepen geslaagd Sinterklaasfeest?
  9. Zo ja, in hoeverre bent u bereid daarover expertise bij de gemeente Amsterdam in te winnen? Zo nee, gezien het feit dat er sinds lange tijd maatschappelijke signalen bestaan als gevoelens van uitsluiting, discriminatie, angst en verdriet enerzijds en van angst voor verandering en het willen behouden van Zwarte Piet anderzijds; op welke wijze zou volgens u deze discussie dan gevoerd moeten worden?
  10. Is het college bereid om de urgentie van een maatschappelijk discussie betreffende een inclusief Sinterklaasfeest te erkennen en een dialoog op te zetten die beoogt te leiden tot een inclusief Sinterklaasfeest en daarmee het herstel van een mooie traditie die met haar tijd mee kan gaan?

Met vriendelijke groet,

Terence van Zoelen

Partij voor de Dieren

[1]https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/20160930%20Standpunt%20over%20Zwarte%20Piet.pdf

Antwoorddatum: 8 mei 2019

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u onze beantwoording toekomen van de vragen ex art. 38

RvO van de heer T. van Zoelen van de fractie van de Partij voor de Dieren

over de wens voor een inclusief Sinterklaasfeest.

1. Bent u bekend met het standpunt van de Kinderombudsman,

verschenen in september 2016, waarin de ombudsman stelt dat het in

het belang is van kinderen om op te groeien in een omgeving die veilig

en respectvol is en waar kinderen niet worden gepest, uitgesloten of

gediscrimineerd?

- Ja, dat standpunt is ons bekend.

2. Acht u dit rapport actueel en relevant?

- Ja, ook vandaag de dag is dit rapport nog steeds relevant.

3. De Kinderombudsman stelt dat op plekken waar het Sinterklaasfeest

met kinderen wordt gevierd, volwassenen ervoor dienen te zorgen dat

alle kinderen zich veilig voelen en plezier beleven aan dit feest. Kunt u

aangeven of u deze mening deelt en hoe volgens u de protesten bij de

afgelopen Sinterklaasintochten hiertoe in verhouding staan?

- Deze mening delen wij. Tevens zijn wij van oordeel dat een ieder, ook

tijdens de intocht van sinterklaas, gebruik mag maken van het

grondwettelijk beschermde demonstratierecht door - binnen de kaders

van de wet - zijn of haar mening kenbaar te maken over de wijze

waarop het sinterklaasfeest wordt gevierd. Bij de intocht in november

vorig jaar heeft de burgemeester publiekelijk bekend gemaakt waar de

aangekondigde demonstraties zouden plaatsvinden, zodat ouders in de

gelegenheid waren een plek langs de route te kiezen waar zij en hun

kinderen niet met de demonstraties geconfronteerd hoefden te worden.

4. In hoeverre bent u het met het standpunt van de Kinderombudsman

eens dat het een taak van volwassenen is om een veilige en

respectvolle omgeving te garanderen?

- Dit standpunt onderschrijven wij.

5. De Kinderombudsman ziet in de maatschappelijke discussie over het

Sinterklaasfeest een rol voor ouders en scholen weggelegd. Hoe ziet u

uw eigen rol en in hoeverre heeft u hierin stappen ondernomen?

- De verschijningsvorm van de zwarte piet als onderdeel van het

sinterklaasfeest is al enkele jaren aan geleidelijke verandering

onderhevig. Deze verandering juichen wij toe. Voor de intocht van

sinterklaas in onze gemeente streven wij er naar dat de traditioneel

zwart gekleurde piet binnen een tijdsbestek van enkele jaren niet meer

te zien zal zijn. Wij zoeken op dit punt aansluiting bij de landelijke

ontwikkelingen. Gesprekken hierover met de organisator van de

intocht in Groningen hebben reeds plaatsgevonden.

Verder zullen wij in gesprekken met maatschappelijke organisaties die

betrokken zijn bij de organisatie van het sinterklaasfeest in onze

gemeente er op aandringen deze lijn te volgen.

6. De Kinderombudsman concludeert dat de huidige vorm van Zwarte

Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten,

uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6

IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet

zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen

negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed

voelt bij het sinterklaasfeest. Deelt u deze conclusie? Zo ja, welke

conclusie trekt u hieruit? Zo nee, waarom niet?

- Deze conclusie delen wij. Zie voor het overige ons antwoord op vraag 5.

7. Erkent u de conclusie van de Kinderombudsman dat kinderen zich

gediscrimineerd voelen en/of dat het personage ‘Zwarte Piet’ op basis

van fysieke kenmerken een minderwaardigheidsgevoel kan

overdragen?

- Zie onze antwoorden op de vragen 5 en 6.

8. Deelt u onze mening dat de dialoog zoals die in Amsterdam onder

sturing van burgemeester Eberhard van der Laan heeft

plaatsgevonden, een positieve bijdrage heeft geleverd aan een

inclusief en voor alle bevolkingsgroepen geslaagd Sinterklaasfeest?

Ja, deze mening delen wij.

9. Zo ja, in hoeverre bent u bereid daarover expertise bij de gemeente

Amsterdam in te winnen? Zo nee, gezien het feit dat er sinds lange tijd

maatschappelijke signalen bestaan als gevoelens van uitsluiting,

discriminatie, angst en verdriet enerzijds en van angst voor

verandering en het willen behouden van Zwarte Piet anderzijds; op

welke wijze zou volgens u deze discussie dan gevoerd moeten worden?

- Wij zijn van mening dat de verandering die wij voorstaan bereikt kan

worden door met organisatoren van de intocht en maatschappelijke

organisaties het gesprek te blijven voeren over dit onderwerp. De

ervaring in Amsterdam leert dat de beoogde verandering niet van het

ene op het andere jaar is gerealiseerd. Dit proces vraagt tijd. Wij

zullen ervaringen van Amsterdam en andere steden benutten om de

door ons gewenste verandering te realiseren.

10. Is het college bereid om de urgentie van een maatschappelijk

discussie betreffende een inclusief Sinterklaasfeest te erkennen en een

dialoog op te zetten die beoogt te leiden tot een inclusief

Sinterklaasfeest en daarmee het herstel van een mooie traditie die met

haar tijd mee kan gaan?

- Wij streven naar de viering van het sinterklaasfeest waar iedereen

plezier aan kan beleven en kinderen zich niet uitgesloten, gekwetst of

gediscrimineerd hoeven te voelen. De wijze waarop wij dat doel

willen bereiken hebben wij aangegeven in ons antwoord op vraag 5.