Schrif­te­lijke vragen over verbod op het oplaten van ballonnen


Vorige maand berichtte de NOS dat het aantal gemeenten met een verbod op het oplaten

van ballonnen het afgelopen jaar is verdrievoudigd, van 5% naar 17% (1). In de regio hebben

recentelijk de gemeenten Stadskanaal en Westerwolde een oplaatverbod ingesteld (2).

Redenen hiervoor zijn de schade die ballonnen aanrichten aan dieren, natuur en milieu.

Dieren raken verstrikt in de linten of zien de ballonnen voor eten aan, waarna ballonresten

in maag en darm kunnen leiden tot sterfte. Biologisch afbreekbare ballonnen zijn hier geen

antwoord op, aangezien ook deze er meerdere jaren over doen om af te breken.

Het wereldwijde probleem met plastic afval, inclusief de bekende “plasticsoep” in onze

zeeën en oceanen, wordt door het oplaten van ballonnen verergerd. Ballonoplatingen

veroorzaken niet alleen een toename van plastic zwerfvuil in onze mooie gemeente, maar

ook ver daarbuiten. De Universiteit van Wageningen noemt dat ballonnen die worden

opgelaten tot wel 800 kilometer verder worden teruggevonden. Ook bevatten minstens 2%

van de onderzochte magen van dood gevonden Noordse stormvogels ballonresten (3).

In 2013 is een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die het college verzoekt een

ontmoedigingsbeleid voor het oplaten van ballonnen in te stellen. Een mooie tussenstap,

maar bedrijven, organisaties en individuen kunnen alsnog besluiten om ballonnen op te

laten. Bij het oplaten van minder dan 1000 ballonnen hoeven zij dit niet eens te melden bij

de gemeente.

Zeker als gemeente met hoge ambities op het gebied van energieneutraliteit en de circulaire

economie, hoort laaghangend fruit als het reduceren van plastic afval door ballonoplatingen

geplukt te worden. In de transitieagenda kunststoffen 2018 wordt bijvoorbeeld ook melding

gemaakt van het meest voorkomende zwerfafval, dat bestaat uit sigarettenfilters, kauwgom

én ballonnen. In maart van dit jaar heeft RTV Noord gepeild hoe de lezers dachten over een

oplaatverbod voor ballonnen. Ruim 80% van de respondenten was het eens met een

oplaatverbod (4). Er is dus voldoende draagvlak voor. Het oplaten van ballonnen is

daarnaast niet nodig om tot een feestelijke viering van een evenement of belangrijke dag te

komen. Daar zijn allerhande alternatieven voor. Ook voor het oplaten van wensballonnen

zijn altijd milieuvriendelijkere alternatieven. Zoals het dragen van lampionnen, het planten

van zonnebloemen, of bellenblazen.

Al deze recente ontwikkelingen zijn voor ons de aanleiding om het college de volgende

vragen te stellen:

1. Is het college het met ons eens dat ballonoplatingen leiden tot onacceptabel dierenleed,

milieuvervuiling en een toename van het zwerfvuil?

2. Is het college, al het bovenstaande in acht nemende, bereid om een verbod op het

oplaten van (wens)ballonnen bij wat voor gelegenheid dan ook op te nemen in de nieuwe

APVG? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

Antwoorddatum: 21 mei 2019

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij doen wij u toekomen ons antwoord op de door de heren W. Pechler van de Partij voor de Dieren, M. van der Glas van GroenLinks, T. Rustebiel van D66, M. Duit van Student & Stad en mevrouw M. Woldhuis van 100% Groningen gestelde vragen ex art. 38 RvO over een verbod op het oplaten van ballonnen. De brief van de vragensteller(s) treft u als bijlage aan.

De briefschrijvers stellen dat het oplaten van (wens)ballonnen leidt tot schade aan dieren, natuur en milieu. Dieren kunnen verstrikt raken in de linten of de ballonresten eten wat kan leiden tot sterfte. Ook dragen ballonresten bij aan de “plasticsoep”. Sinds 2013 voert de gemeente een actief ontmoedigingsbeleid voor het oplaten van ballonnen. Echter kan er nog altijd worden besloten toch ballonnen op te laten.

1. Is het college het met ons eens dat ballonoplatingen leiden tot onacceptabel dierenleed, milieuvervuiling en een toename van het zwerfvuil?

Ja, dit onderschrijven wij. Ballonnen die in de buitenlucht worden losgelaten om door de wind te worden meegevoerd komen vroeg of laat op niet te voorziene plaatsen weer op de aarde. Dit zwerfafval vervuilt het milieu, draagt bij aan de “plastic soep” en veroorzaakt dierenleed als dieren het opeten of erin verstrikt raken. Ook ballonnen van biologisch afbreekbaar materiaal zoals latex, breken vaak niet snel genoeg af om het eten ervan door dieren te voorkomen. Daarbij geven wensballonnen met brander risico’s op brand.

2. Is het college, al het bovenstaande in acht nemende, bereid om een verbod op het oplaten van (wens)ballonnen bij wat voor gelegenheid dan ook op te nemen in de nieuwe APVG? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

Onze gemeente heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheiden leefkwaliteit. Het tegengaan van verontreiniging, dierenleed engevaar dat wordt veroorzaakt door het oplaten van ballonnen past binnen deze ambities. Sinds 2013 voeren wij hierom een actiefontmoedigingsbeleid ten aanzien van het oplaten van ballonnen. Inmiddels worden bij evenementen weinig tot geen ballonnen meer opgelaten. Het instellen van een verbod is een volgende stap om een krachtig signaal af te geven dat zal bijdragen aan de bewustwording van de negatieve effecten van ballonoplatingen voor het milieu en aan het tegengaan hiervan. Gezien bovenstaande is het antwoord op uw vraag: ja, wij zijn bereid in het voorstel voor de nieuwe APVG regels op te nemen die het in de lucht brengen van ballonnen verbieden. Handhaving van dit verbod is ingewikkeld, omdat de overtreding ter plekke geconstateerd moet worden. We zullen daarom vooral inzetten op actief informeren van organisatoren van evenementen en feestelijkheden over het verbod en de achterliggende redenen hiervan. De geplande ingangsdatum voor de nieuwe APVG is 1 januari 2020.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Groningen,